De discussie over de agenda's van Veerman en Zijlstra betekenen
voor universiteit en hogeschool gaat een nieuwe, heftige fase in.
Wat moet er wel en wat moet zeker niet in de hoofdlijnenafspraken
met OCW? Welke prestaties zijn wel of niet zinvol als nieuwe
benchmarks? Rullman, Bormans en Sistermans kruisten op het NHOC de
degens over de conclusies die nu actueel worden.
Profilering geen doel op zich
Bormans greep eerst terug op "wat Veerman nu eigenlijk
bedoelde". Profilering en differentiatie waren wel belangrijk, maar
vooral een middel. "Het was allereerst een kwaliteitsagenda. We
wilden meer meegeven, ook door intensiever onderwijs, maar vooral
door slimmere mensen uit het hoger onderwijs te laten stromen.
Mensen dus die zelf actief leren nadenken, leren onderzoeken.
Daarvoor is in het HBO bijvoorbeeld de onderzoeksontwikkeling
instrumenteel."
Profilering is een kwaliteitsinstrument, niet een doel op zich
door bestuurlijk processen voorop te zetten, benadrukte de
HAN-voorzitter. "Profileren is niet ophouden met een goed aanbod.
Hogescholen zullen een brede regionale bacheloropzet houden, omdat
daar behoefte aan blijft bestaan." Bovenop dit assortiment zullen
zwaartepunten met lectoraten, bedrijven en masteraanbod groeien,
waaraan sterke bacheloropleidingen zich nog meer aan zullen
optrekken, als ook meer LevenLangLeren-aanbod in deeltijd.
Rullman noemt profilering voor het WO vooral het versterken van
de ketens van kennisrelaties. Elke universiteit heeft vanuit haar
profiel met meervoudige zwaartepunten van diverse aard netwerken om
zich heen van zowel hogescholen, R&D-instituten als TNO,
bedrijven en collega-universiteiten uit heel de wereld.
Nederland heeft veel te verliezen
"Dat kan omdat onze reputatie als bestel heel sterk is, dat is
de voorbije generaties opgebouwd", zei Rullman. Bormans voegt toe:
"De universiteiten staan allen in de top 250 van de wereld.
Nederland heeft veel te verliezen."
Dat benadrukte ook Sistermans. Hij zei dat ons land voor de top
5 ambitie de basis in huis heeft en ook heeft weten te leggen.
"Maar kunnen we de investeringen vervolgens niet realiseren, dan
moeten we realisme opbrengen. Wees dan eerlijk."
Sistermans wees erop dat het kabinet veel van zijn advies over
Veerman had overgenomen, maar dat financieel gezien het beeld
moeizaam is. "Het zal meer geld kosten als je meer kwaliteit wilt
en dat geld is er niet. Dat HBO en WO desondanks de uitdaging van
kwaliteit en profilering oppakken is te prijzen. De mensen die wij
dit vragen waar te maken onder deze omstandigheden hebben bijna een
onmogelijke taak. Maar besef wel, we hebben dit als land zo
besloten te doen en dus moeten we aan de slag."
Curieuze verhalen
Een van de "curieuze verhalen" die Bormans soms over de inhoud
van Veerman hoort, is dat er gepleit wordt voor selectie aan de
poort over de volle breedte. Hij onderstreepte: "Het gaat om ruimte
voor meer soorten van selectiviteit bij opleidingen die een scherp
profiel weten te realiseren. Dat is echt iets anders. Wat iedereen
moet doen is indringender beroepsbeelden en dergelijke zichtbaar
maken en via intakegesprekken en instroomtoetsing studenten veel
helderder tot hun keuze brengen. Dat kietelt bij de
bachelorinstroom meteen de motivatie veel sterker."
Sistermans zei kortaf: "numerus fixus is geen selectie.
Selectief moet je zijn aan twee kanten. Bij de instroom van de
studenten waar dat kan en binnen de onderwijsorganisatie bij het
voortdurend begeleiden en via vele selectiemomenten na de poort."
Het formuleren van eigentijdse benchmarks voor kwaliteit, profiel
en docentenniveau is op basis van Veerman volop gaande. Maar of OCW
op deze manier er naar kijkt? Daar werd omzichtig en soms schuddend
op gereageerd.
"Bij profilering is men zover nog niet", zei Bormans
bijvoorbeeld. "Wageningen doet Bloemkool, Delft doet water en zo
leg je de profielen vast", schamperde Rullman over de huidige
discussie in Den Haag. Onderzoekszwaartepunten op wereldschaal zijn
volgens Bormans toch echt iets anders qua profilering en vereist
meer beleid dan het uitruilen van bacheloropleidingen tussen
regio's.
Sistermans pleitte voor meervoudige profileringsvisies. Hij
stelde vast dat men in het HBO profielen ook afstemt op regionale
zwaartepunten bij innovatief bedrijfsleven en op het WO dat
dichtbij de hogeschool gevestigd is. De kennisketens die Rullman
schilderde, kunnen zo nog veel rijker worden ingevuld. "Bij alle
betogen over profielen moet je niet vergeten dat het Nederlands WO
als een netwerk van instellingen opereert op wereldschaal. Dat
relativeert nogal", zei Rullman hierop.
Bloemkool-water-discours
Bormans zag in het Haagse 'bloemkool-water-discours' nog een
risico. Hij waarschuwt voor het willen sturen via centrale
parameters en zo geld willen verdelen. "Bekostigen via allerlei aan
elkaar gekoppelde criteria is te mechanistisch en kent ruwe,
welbekende perverse effecten. Het is meestal een voorbeeld van
modellen-denken. "
Wel zou een voorwaardelijke financiering bij inhoudelijke
thema's een bruikbaar idee kunnen zijn. "Het ruw van bovenaf
uitruilen van activiteiten zal niet werken. Als je zo de
bèta-opleidingen zou benaderen dan leidt dat alleen maar tot
verlies van studenteninstroom die we nu juist zo nodig hebben."