Het nieuwe Strategisch Programma van de veelbesproken hogeschool
is het eerste grondige toekomstdocument over de keuzes en risico's
voor een HO-instelling naar aanleiding van Veerman, Zijlstra's
HO-agenda en Verhagens negen Topsectoren.
Dat Inholland hier zo voorop moest lopen, spreekt voor zich na
de diepe bestuurlijke en reputatiecrisis van 2010-2011. Men kon en
moest de nieuwe beleidsomgeving als kans aangrijpen om versneld en
structureel uit het diepe gat te klimmen waar de hogeschool
ingerold was. In dit nieuwe document brengt het CvB ook
"randvoorwaarden en risico's" voor zijn visie op Inholland nieuwe
stijl in beeld.
Zonder precedent
Men wijst er op dat sprake is van "een grote mate van samenloop
in zeer bijzondere interne en externe omstandigheden die zonder
precedent zijn." Dat raakt zowel de macro-economische ontwikkeling,
de reputatie van de instelling, de dynamische onrust in het HO, de
verandercapaciteit en -bereidheid in de instelling, het vermogen
tot leiderschap en de ontwikkeling van studentenvolumes en
rendementen. Deze aspecten zijn voor veel meer instellingen dan
Inholland alleen van groot belang én onzeker te noemen .
Duidelijk is dat voor 2012 en volgende jaren de wereldeconomie
en haar impact op rijk, kwetsbaar handelsland Nederland voor het HO
forse risico's gaat opleveren. Recessie, euro-stabiliteit en
schuldreductie als ernstige, gelijktijdige zorgen lijken elkaar aan
te wakkeren. Bij Inholland noteert men mogelijke onvoorziene
effecten van zulke zorgen "op het gebied van studenteninstroom,
overheidsfinanciering, kostenontwikkelingen en
financieringslasten."
Als door oplopende werkloosheid beduidend meer jongeren
(blijven) studeren en de overheid tot fikse uitgavenreducties moet
overgaan zou de prijs per student aanzienlijk gaan dalen. De
monitoring hiervan door OCW en HBO-raad - zoals net afgesproken in
hun hoofdlijnenakkoord - zal dan snel tot spanningen leiden.
Veerman in gedrang door geldgebrek
De sector en individuele instellingen van WO en HBO zullen hun
Veerman-ambities niet kunnen waarmaken door puur geldgebrek. De
prestatieafspraken van voorjaar 2012 zouden zo al mislukt zijn nog
voordat OCW ze met universiteit en hogeschool gemaakt heeft. Tenzij
het kabinet de ambities en benchmarks drastisch zou willen
terugschroeven. Daar zullen de bewindslieden het echter niet graag
op laten uitkomen.
Deze onzekerheden zullen ook doorwerken in de dynamiek van de
HO-sector als geheel en de verschillende ontwikkelingen binnen het
WO en het HBO. Het streven van het WO naar selectievere toegang,
leidend tot krimp van de omvang van opleidingen, lijkt door de
studentenstroom van de laatste jaren veeleer tegengewerkt te
worden. Gaan meer jongeren studeren in plaats van de sombere
arbeidsmarkt opzoeken, dan zal deze trend zich verder
versterken.
Ontsnappen aan langstudeer-effecten
Bij bezuinigingen en dalende prijs per student zal bovendien de
druk groot worden om de voorziene extra uitgaven voor
instroomselectie en intake-begeleidingsactiviteiten zoveel mogelijk
te beperken. Zulke nieuwe bureaucratische rompslomp en zijn
onzekere impact zullen dit minder aantrekkelijke groeiposten in de
begrotingen van instellingen maken. Liever zal men de
verscherpingen van BSA-procedures meer nadruk gaan geven, ook om
versneld te ontsnappen aan 'langstudeerders' effecten binnen die
begrotingen.
Belangrijke onzekerheid in de stelseldynamiek is ook het effect
van profielkeuzes in het geheel van het HO-bestel. Inholland
noteert nu reeds: "keuzen die andere HO-instellingen maken of gaan
maken kunnen van invloed zijn, maar zijn niet leidend."
Tegelijk was al in de bestuurscrisis bij de UvA/HvA te zien, dat de profielkeuzes en hun
bestuurlijke gevolgen als fusieplannen - of taakverdelingen in
grote HO-segmenten als bèta- en medische clusters - onvoorzien en
vergaand kunnen ingrijpen. Ook als ze "niet leidend" genoemd worden
door een instelling.
Aandacht voor veranderen organisatie
Een nog vaak onderschat element wordt in het Inholland-document
nadrukkelijk aangesproken: het verandervermogen van de organisatie
van het HO-personeel. Naast veel meer nadruk op 'leiderschap' in
het onderwijs door teamprestaties bij de kwaliteitsversterking
"wordt de komende jaren een hoge mate van veranderkundige
capaciteit gevraagd." Daar is "de afgelopen jaren weinig aandacht
voor geweest." Dit besef zal voor veel meer HO-instellingen gaan
gelden als de ingrepen vanwege profilering en komende financiële
klappen zich aandienen in 2012 en volgende jaren.
Een cruciale factor bij die financiële vooruitzichten blijft het
volume en het rendement van het te geven onderwijs. Juist hier is
de onzekerheid nu groot. Terwijl het WO wil krimpen en het HBO zou
moeten groeien door diversificatie, is in 2010-2011 feitelijk
precies het omgekeerde gebeurd. "Voor het eerst in jaren is het
aantal nieuwe aanmeldingen in het HBO gedaald. Een nadere analyse
is nog niet beschikbaar waardoor niet duidelijk is of dit een
eenmalige of structurele daling betreft," noteert het
Inholland-document.
De consequenties hiervan zijn ingrijpend. Zo wil de
commissie-Van Pernis de uitstroom uit HBO-techniek laten
verdubbelen om de grote tekorten aan bètatechnici op te vangen. Ook
moeten voor de zorg veel meer HBO-talenten opgeleid worden en
moeten vanuit het WO zowel beduidend meer PhD's en bètatechnici
gaan komen. Maar als het volume gaat stagneren in beide
HO-segmenten zal dit niet haalbaar blijken, daar helpen ook numerus
fixi bij rechten of psychologie niet bij.
Rendement moet omhoog
Voor het volume en de financiering van het HO in 2012 en
volgende jaren zal ook de rendementsontwikkeling van steeds groter
belang worden. Rendement in de propedeuse en bij de uitstroom zijn
"over de breedte bezien niet hoog", erkent Inholland.
Dat geldt voor bijna een ieder in HBO en WO, in het bijzonder
bij de drie TU's. Maar verbetering daarvan kent onzekere factoren
die ook een instelling "niet kan (of wil) beïnvloeden." De gevolgen
van de langstudeerboete zijn nog onhelder, zeker nu deze juist ook
de deeltijders, docenten in spe en LevenLangLeren onevenredig
gaat treffen.
Bovendien zijn er enkele structurele processen die het HO
ondergaat en die grote impact blijken te hebben. De wereldwijd
dalende studieprestaties en rendementen van jongens in VO en HO,
bijvoorbeeld. Ook de gevolgen van de verscherpingen van het BSA in
propedeuse en de jaren daarna zijn nog onhelder, bijvoorbeeld juist
ook weer op de mannen in het HO. Als de prijs per student blijft
dalen, zal zo'n materiële aanscherping eerder tot grotere uitval en
vertraging leiden dan tot extra intensivering van het onderwijs.
Precies het omgekeerde dus weer van wat men beoogt.
Al met al zullen de HO-instellingen in 2012 hun
prestatieafspraken moeten bouwen op zand. Is het wellicht zelfs
drijfzand? Wat Inholland de 'grote mate van samenloop van
bijzondere omstandigheden zonder precedent" noemt, zal de keuzes en
dilemma's scherp maken.
Op hoeveel echte compensaties kan het WO bijvoorbeeld rekenen
voor PhD's en promotieplaatsen die wegvallen met het aardgasgeld
voor onderzoek, bijvoorbeeld? Gaan de 9 topsectoren en bedrijven
daar massaal in intensiveren in een eurocrisis? De scherpe
terechtwijzing van de VSNU door minister Verhagen op juist dit punt voorspelt weinig
warm overleg de komende periode.
En zit Halbe Zijlstra er in juni 2012 überhaupt nog als die
prestatieafspraken doorgevoerd zouden worden? Gedoogt Wilders ook
hem nog tegen die tijd of doen de PvdA en D66 dat dan
inmiddels?