• A
  • A
  • HBO wil toetsing redden

    Jan Anthonie Bruijn

    Jan Anthonie Bruijn

    - Het HBO poogt via een omweg ‘centrale examens’ te vermijden. Een zware commissie onder leiding van prof. Jan Anthonie Bruijn moet legitimeren dat het ook anders en beter kan. Dit is vastgelegd in het hoofdlijnenakkoord met OCW, zo verneemt ScienceGuide.

    "De staatssecretaris [heeft] in zijn strategische agenda, 'Kwaliteit in verscheidenheid' uitgesproken dat het wenselijk is de externe legitimering van examens beter te borgen en de toetsingspraktijk te versterken. Dit zal volgens de staatssecretaris 'moeten gebeuren door per opleiding gebruik te maken van landelijke toetsing van één of meer kernvakken, dan wel gebruik te maken van externe examinatoren indien landelijke toetsing niet goed mogelijk is.'

    "De HBO-raad heeft in haar eerste reactie op de strategische agenda reeds haar twijfels op dit punt aan de minister kenbaar gemaakt. Tegen de achtergrond van de maatschappelijke en politieke discussie over diplomakwaliteit, begrijpen wij het streven van de staatssecretaris op zichzelf  genomen wel. Het is echter de vraag of deze borging het beste kan plaatsvinden door voor alle kernvakken van hbo-opleidingen (vormen van) landelijke toetsing in te voeren. De HBO-raad is er beducht voor dat een dergelijke ontwikkeling vooral zal leiden tot het ontstaan van kostbare, bewerkelijke en starre instrumenten."

    Brisante politieke stap

    Deze toelichting op de benoeming van de commissie-Bruijn geeft direct aan hoe brisant deze stap politiek genoemd mag worden. De hogescholen hebben de zwaarste VVD-adviseur en -denker over onderwijsbeleid en - vernieuwing bereid gevonden om dit heikele thema uit te diepen en tot een houdbare en uitvoerbare uitweg te komen.

    De HBO-raad schetst met nauwelijks verholen weerzin, dat "niet alleen heeft het hbo recent concrete reputatieschade geleden, tegelijkertijd is er óók sprake van een situatie waarin in meer algemene zin het vanzelfsprekende gezag van gevestigde instituten als de wetenschap, de medische stand, het onderwijs en zelfs de rechterlijke macht onder druk staan."

    Wantrouwen en consequenties

    "Voor de hogescholen concretiseert dit zich thans in een zekere mate van wantrouwen ten aanzien van de autonomie die zij bezitten om - zelfstandig en onafhankelijk - een oordeel te vellen over de vraag of een student het beoogde eindniveau heeft bereikt. Dit wantrouwen leidt er toe dat door politiek en samenleving wordt aangedrongen op objectiveerbare toetsingskaders die het mogelijk maken dat 'neutrale waarnemers' er op toe kunnen zien dat hogescholen gewetensvol met hun verantwoordelijkheden omgaan."

    "In die perceptie is het invoeren van (vormen van) landelijke toetsing een manier om zo'n 'objectief toetsingskader' te realiseren. Men vergeet hierbij echter dat landelijke toetsing, indien het als enig middel voor kwaliteitsborging wordt ingezet, verschillende niet bedoelde consequenties kan hebben." De commissie moet daarom de vraag ten  diepste beantwoorden "waar de balans ligt tussen objectieve, transparante en neutrale diplomakwaliteit enerzijds, en anderzijds de hoogwaardige inhoudelijke kwaliteit van de opleiding in kwestie, de praktijkgerichte oriëntatie en de maatschappelijke verantwoordelijkheid (waaronder het element van kosten/baten) die van het hbo mogen worden verwacht."

    Boeiende samenstelling

    Naast de nieuwe AWT-voorzitter en VVD-prominent zitten in de commissie onder meer ook Marianne Dunnewijk, de vroegere voorzitter van Hogeschool Zuyd, die het NVAO-panel trok dat 'de alternatieve afstudeertrajecten' in het HBO moest uitkammen en Frans van Kalmthout, langjarig HBO-bestuurder van onder meer Avans, die recent op ScienceGuide uiteenzette hoe het zijn hogeschool wel lukt hoge waardering te ontvangen voor de geleverde kwaliteit.

    Vertekening en uitvergroting van signalen doen hun werk, stelde hij vast in dat interview. "Ik durf best te zeggen dat Inholland in grote delen een prima hogeschool is. Maar de generalisaties van wat daar mis ging, neem je daar niet zomaar mee weg." Dat neemt niet weg dat de grote hogescholen zich ook zelfkritisch moeten benaderen, onderling en intern. Lerende organisaties zijn zij nog nauwelijks, aldus Van Kalmthout.

    "We leren zo slecht van elkaar! Dat gaat op voor heel het hoger onderwijs, geen misverstand. Daar moet je in je hogeschool gewoon flink op sturen, want het 'not invented here'-gevoel is altijd flink aanwezig. In het HBO zeker. We doen wat cursussen voor het middenmanagement om bij elkaar rond te kijken in HBO-land en dat is dan."