• A
  • A
  • Inholland kan verder

    - Als de kritische herijking van de vier zwakste opleidingen bij Inholland onvoldoende vertrouwen op herstel had geboden, had de NVAO intrekking van hun accreditatie aanbevolen en “had ik het advies zeer waarschijnlijk overgenomen.” Halbe Zijlstra trekt zijn eerste conclusies uit de HBO-perikelen.

    In een uitvoerig verslag van een schriftelijk overleg gaat de staatssecretaris in op de vraagpunten die de verschillende Kamerfracties hem hebben voorgelegd over de bevindingen van de NVAO "over de verbeterpotentie van vier opleidingen" bij Inholland. De Kamer laat merken respect te hebben voor de gekozen en tot nu toe gerealiseerde aanpak bij de hogeschool. Zowel het interim-topmanagement als de docenten en andere medewerkers krijgen vanuit de Kamer pluimen voor hun recuperatievermogens.

    Lof van PVV

    De PVV voelt zelfs de behoefte om de door haar woordvoerders in de voorbije jaren regelmatig beschimpte Doekle Terpstra enige lof toe te zwaaien, zonder zijn naam te noemen overigens. "In dat kader hechten de leden eraan om uit te spreken dat het wordt gewaardeerd dat de huidige interim-voorzitter nieuwe inzichten heeft gearticuleerd over het competentieonderwijs, over de herwaardering van de kenniscomponent en over kwaliteitsaspecten die op breed draagvlak kunnen rekenen van de beroepsgroep van docenten." Al eerder was aldaar een 180 graden zwenking voelbaar geworden op dit punt.

    Nog in 2009 was de sfeer een wat andere. Toen eiste partijlid en -voorman Wilders dat Terpstra ontslagen zou worden als lid van de Raad van Toezicht van de publieke omroep. Hij zou een terroristische actie hebben geholpen. Het kabinet Balkenende zag "geen aanleiding de heer Terpstra in verband te brengen met terrorisme."

    Doen studenten adequaat mee?

    Meest wezenlijke vraagpunten voor de Kamer zijn nog: de betrokkenheid van de studenten in het proces van kwaliteitsverbetering en het concreet realiteitsgehalte van de actiepunten en voornemens van de hogeschool.

    Zijlstra zet uiteen dat de NVAO in de eerste ronde nog geen uitvoerige interactie met de studenten kon inlassen in haar onderzoek. "[Wat betreft] het betrekken van studenten bij het onderzoek en het belang van voldoende vertrouwen van de studentengeleding meld ik u dat de Commissie inderdaad niet met studenten heeft gesproken, maar per opleiding met een afvaardiging van het verantwoordelijk management en de docenten. De belangrijkste reden hiervoor is dat de Commissie op dat moment (juni 2011) alleen plannen voor verbetering en de uitwerking daarvan richting docenten kon beoordelen, maar nog niet de resultaten richting studenten. Om die reden heeft geen gesprek met studenten plaatsgevonden."

    "Met de leden van de VVD-fractie ben ik van mening dat het van belang is dat ook de studenten voldoende vertrouwen hebben. Het definitieve advies van de NVAO zal gebaseerd zijn op een onderzoek gericht op de kwaliteit van de gehele opleiding en is daardoor breder dan het onderhavige onderzoek van de Commissie dat de focus had op de kwaliteit van de afstudeerfase en de naleving van de wet. Om haar definitieve advies te onderbouwen zal de NVAO voor de vier betrokken opleidingen alle facetten van het accreditatiekader beoordelen. Ook zullen daarbij studenten worden bevraagd en zal een student zitting hebben in de beoordelingscommissie. "

    Is alleen nog een het papieren werkelijkheid?

    De concreetheid van de voornemens en het gewekte vertrouwen in hun welslagen brachten de staatssecretaris tot de volgende beschouwing en conclusies. "Het College van Bestuur van Hogeschool Inholland heeft mij verder laten weten dat de vier opleidingen extra worden ondersteund. Er is zowel inhoudelijke expertise als extra budget vrijgemaakt om te investeren in het verbeterproces. Hiermee wordt geborgd dat er scherpere bewaking is van het gerealiseerd eindniveau, dat de docenten in voldoende mate kunnen blijven lesgeven en de naleving op de WHW op orde is. Ik heb, gegeven deze context, vertrouwen in de aanpak van het College."

    "Door cruciale informatie in de documenten te verifiëren in de gesprekken met het management en de docenten heeft de[NVAO-]commissie gecontroleerd of de situatie, zoals vastgelegd in de documenten, ook de praktijk weergeeft. Voor elk van de vier opleidingen is gesproken met afvaardigingen van management en docenten. De suggestie die in de vraagstelling besloten ligt, als zouden docenten te weinig gehoord zijn, deel ik dan ook niet. Ik verwijs hiervoor ook naar de bijlagen van het commissierapport waarin de namen van alle gesprekspartners en hun functie zijn opgenomen."

    "Inholland hanteert een veranderingsprogramma dat beoogt de cultuur en organisatie van de hogeschool in fundamentele zin te veranderen. Deze veranderingen hebben een structureel karakter. De projectmatige aanpak is bedoeld om volgens een strakke systematiek ervoor zorg te dragen dat veranderingen worden ingebed in het reguliere proces. Het is dus een middel en geen doel op zich."

    "Verder is het zo, dat de NVAO bij het onderbouwen van haar definitieve advies voor de vier betrokken opleidingen alle facetten van het accreditatiekader zal beoordelen. Daarvoor worden ook gesprekken met docenten gevoerd. Verder geldt dat de aanpak van de inspectie in deze fase erop is gericht ervoor te zorgen dat de instellingen voldoen aan de eisen die de WHW aan hen stelt. Hierover heeft de inspectie contact met de colleges van bestuur."

    En wat als….

    Over de vraag "wat de consequenties zouden zijn voor inmiddels verstrekte diploma's als de conclusie van de Commissie was geweest dat er geen vertrouwen was geweest in de verbeterpotentie,  merk ik op dat in dat geval de Commissie negatief had geadviseerd aan het bestuur van de NVAO. Dan had het Bestuur van de NVAO het advies zeer waarschijnlijk overgenomen en mij geadviseerd om de accreditatie van de opleiding(en) in te trekken.

    In dat geval had ik het advies van de NVAO zeer waarschijnlijk overgenomen. Ik hecht eraan te benadrukken dat bij het opzetten van het accreditatiestelsel wettelijke bepalingen voorzien zijn voor opleidingen die hun accreditatie verliezen. Onderdeel daarvan is onder meer, dat alle zittende studenten hun diploma moeten kunnen behalen. Tevens blijven inmiddels behaalde diploma's  echtgeldig. Dat laat onverlet dat in een dergelijke vergaande situatie de imagoschade voor het diploma van deze jongeren aanzienlijk zal zijn."

    "De NVAO zal mij in het voorjaar van 2012 definitief adviseren over eventuele intrekking van de accreditatie van deze opleidingen. Het definitieve advies zal gebaseerd zijn op een onderzoek gericht op de kwaliteit van de gehele opleiding en is daardoor breder dan het onderhavige onderzoek van de commissie waarin de focus lag op de kwaliteit van de afstudeerfase en de naleving van de wet. Om haar advies te onderbouwen zal de NVAO voor de vier betrokken opleidingen alle facetten van het accreditatiekader beoordelen. Ik wacht eerst het definitieve advies van de NVAO af alvorens besluiten voor de toekomst te nemen."