Claude Debussy componeerde een muziekstuk dat het heidense in
Hellas liet klinken, 2500 jaar later. De 'achternamiddag van een
faun' schetst in enkele minuten hoe een mythisch beest, een
god-dier, zich door nimfen laat verrassen, verlokken en
vervreemden. Hij is niet voor hen, deze engelachtige wezens. Alleen
een zijden doek laten ze achter en daar stort de faun zich dan
op.
Mata Hari en andere exoten
Het gedicht van Mallarmé, 'l'Après-midi d'un Faune', was een
sleutelwerk van het nieuwe symbolisme in de Europese kunst, waarin
niet-Westerse, 'heidense' beelden en sferen als dragende gedachten
werden gekozen. Exotisme en oriëntalisme waren dan ook de grote
mode na 1890. De muziekwereld haakte snel in. Oosterse en
semi-oosterse sprookjesopera's en balletten waren zeer en
vogue: Salomé (1905), Madama Butterfly (1904), Thais
(1894), Lakmé (1893), en natuurlijk onze eigen 'Hindoepriesteres'
uit Friesland, Mata Hari.
Ook de Russische avantgarde rond de legendarische impresario
Serge Diaghilev pikte vele graantjes mee van deze trend. Rusland
werd als duister-mystiek en wild-oosters land gepresenteerd in
tournees van de opera- en balletgezelschappen van zijn Les Ballets
Russes. Grote ster werd Vaslav Nijinsky, een jonge danser uit
Polen die ambieerde choreograaf te worden. Zijn
eersteling: 'l'Après-midi d'un Faune.'
Broer en zus balletgenie
De première was op 29 mei 1912. Nijinski danste zelf de hoofdrol
in het stuk. Zijn even begaafde zus Bronislava danste een van de
zes nimfen.
U ziet hier, hier, hier, enkele van de unieke
filmfragmenten die zijn gereconstrueerd op basis van de foto's van
eerste uitvoeringen van het ballet op de muziek van Debussy.

Vaslav Ninjinsky als de Faun
Toen het toneeldoek na de danspremière sloot was het in de zaal
van het Parijse Châtelet-theater een pandemonium, op zich al een
antiek-heidens begrip. Gejuich en ovaties klonken even luid
als boegeroep. Serge Diaghilev deed wat hij moest doen voor de
maximale PR. Hij liet het hele stuk herhalen. Na Nijinski's
tweede optreden, met opnieuw een onmiskenbaar seksueel
geladen slot, was artistiek Parijs in alle staten. 'Une
triomphe.'
Dat vond de baas van 'le Figaro', Gaston Calmette, echter
helemaal niet. "Vies", "beestachtig", "grof en onfatsoenlijk",
"animaal realisme" waar "le vrai public" nimmer genoegen mee zal
nemen….. Zo donderde hij in een eigen recensie op de voorpagina van
zijn krant. Diaghilev wist dat hij beet had. Hij stapte naar de
krant en liet de beroemdste Franse kunstenaars de volgende dag
reageren op de chef.
Beeldhouwer Auguste Rodin schreef: "schoonheid als in antieke
fresco's en beelden" in "niets dan halfbewuste dierlijke poses en
gebaren". Schilder Odilon Redon gaf namens zijn gestorven vriend
Mallarmé zijn zegen. "Hoe gelukkig ware hij geweest in dit levende
fries de ware droom van zijn Faun te herkennen… de schepselen van
zijn verbeelding."
Aanval op linkse hobby's
Toen Calmette de rijkssubsidies aan Rodins werk daarop als
belastinggeld voor vuig onfatsoen aanviel, wist heel Parijs waar
het omging: 'linkse hobby's' moesten aan de schandpaal. De
keizerlijke regering in Moskou vermoedde zelfs ergere complotten,
zoals een publicitaire aanval op de recente Frans-Russische
alliantie tegen Duitsland, en dat alles over de rug van de arme
Nijinsky.
De Parijse overheid kondigde vervolgens aan dat de politie
bij de volgende voorstellingen de zedigheid van de slotgebaren van
de danser als het goddelijke beest-mens zou komen monitoren. Een
soort animal cops voor de dans, zut alors. Een
regeringscommissie werd aangekondigd om nader te rapporteren. Er
gebeurde verder niets. De zaal in het Théatre du Châtelet was in de
dagen hierna uiteraard totaal uitverkocht.
Een jaar later choreografeerde Nijinski Strawinsky's 'le Sacre
du Printemps'. Ook toen was de première op 29 mei. Serge
Diaghilevs bijgeloof had er inmiddels voor gezorgd dat
die datum voor hem heilig was geworden. Die uitvoering van de
Sacre werd hét muziek- en dansschandaal van de 20e eeuw,
symbool en Sternstunde van de moderne kunst.