Heen
De Ilyushin van Koryo Air was uit de jaren zestig van de
vorige eeuw. "Dat zag je aan het behangetje. Dat voelde je aan de
stoelen die alle kanten op bewogen als je ging zitten. Eigenlijk
steeg het toestel in Beijing nog vrij snel op. Maar binnen kreeg ik
al gauw een sciencefiction gevoel van vroeger. De airco werkte niet
goed, er ontstond een mist van druppeltjes door heel het toestel,
net een oude film over een verre planeet.

(foto's: Farid Tabarki)
Hoogtepunt van de heenreis was de lectuur die werd uitgedeeld. Ik
kreeg de Pyongyang Times, een opinietijdschrift van het regime, een
soort Vrij Nederland van Noord Korea. Koppensnellen was dus een
feest: 'Kim Il Sung's complete works published', 'Couple
devote themselves to transport services' en 'Kim Jong Il sees light
comedy'.
Toen mocht ik ook nog het business maandblad lezen. Helemaal apart,
de Forbes van de laatste stalinistische economie. De
lay-out was begin jaren 80, DDR-designers waren de laatste -
denk - ik die ze hebben ingehuurd, toen dat nog kon.
De inhoud was fascinerend. Allemaal stukken over de succesvolle
bedrijven, hightech en innovatief in heel het land. Bijvoorbeeld
over een nieuwe maalmachine in een bakkersfabriek, die hiervoor
speciaal door Kim Jong Il was bezocht ter goedkeuring. NKKL dacht
ik, Noord Korea Kennisland. En dat nadat er weer een miljoen mensen
was verhongerd na overstromingen en misoogsten."


Aankomst
"Het vliegveld van Pyongyang heet natuurlijk naar vader
Kim: Kim Il Sung International Airport. Het ziet er uit als foto's
van Schiphol uit 1963, met van die aanrij-trappen en busjes die de
reizigers enkele meters verderop naar de aankomsthal rijden. Ik was
wel opgelucht dat we heelhuids geland waren, dat klopt wel. Het
was er stil, je kunt alleen naar Moskou of Beijing vliegen,
want de vluchten naar Vladivostok zijn vervallen.
Alles moest open in de aankomsthal. De mobiele telefoons moest je
inleveren. Ik was gewaarschuwd daarvoor en liet mijn I-Phone achter
in Beijing. Mijn laptop mocht ik dan weer wel meenemen door de
douane. Heel vreemd natuurlijk.
Enkele Amerikanen uit ons vliegtuig waren niet gewaarschuwd
blijkbaar. Onverbiddelijk werden hun telefoons ingenomen. "This is
an invasion of my privacy" raasde een van hen verontwaardigd. Ik
kon me nog net inhouden en niet in lachen uitbarsten. 'In welk land
denk jij te zijn geland?', dacht ik."
Onderweg
"Ik was [in september 2010, vlak voor de onthulling
van de aanstaande opvolging binnen de familie
Kim] toegelaten omdat ik het grote Arirang Festival wilde
bezoeken en er zo'n 2000 westerlingen konden komen. Het zijn immers
'the mass games' van het land en dus wil men mensen van buiten er
bij, maar niet te veel en vooral Chinezen. De 50 mensen met wie ik
aankwam werden in 3 groepjes van zo'n 15 opgedeeld die allemaal een
verwante taal leken te spreken. Bij ons het engels, want het waren
Australiërs, Denen, Nederlanders, Belgen, Britten en zo. Die
indeling bleek geen toeval.
We kregen namelijk vier vaste begeleiders mee, plus een
cameraman. Die filmde echt alles wat we deden, heel onwerkelijk. En
het leverde een DVD op die we aan het eind van de reis voor
€ 20 konden kopen. Valuta-inkomsten dus. De begeleiders bleken
niet alleen Engels te kunnen, een Vlaamse medereiziger ving op dat
een van hen ook Nederlands verstond, de anderen waarschijnlijk ook
Duits en dergelijke. Zo werden we extra in de gaten gehouden,
vermoedelijk.
Ons hotel was uit de jaren negentig. Het stond op een eiland in de
rivier van de hoofdstad. En dus kon je niet zomaar naar buiten, de
straat op, de stad in. We waren ingekwartierd in het Alcatraz van
Korea, zo leek het wel. Binnen was het modern, gerund werd het
volledig door Chinezen. Zo werd elk contact met de plaatselijke
bevolking minimaal gehouden.
Daarin gaat men heel ver. Met de bus werden we tot even buiten
Pyongyang vervoerd en in een dorp mochten we foto's maken. Mits je
dat van tevoren vroeg, bij elk plaatje dat je wilt schieten. De bus
reed ons naar het dorpsplein en stond stil in een kring van witte
strepen op de weg. Daarbinnen mochten wij op en neerlopen. Er
omheen was een tweede, wijdere markering aangebracht en tot daar
mochten de dorpelingen lopen. Het was aapjes kijken, van twee
kanten eigenlijk. Heel onaangenaam voelde dat.
Verkeer is er eigenlijk niet in de stad. Straten zijn leeg.
Iedereen loopt, ik zag ook nauwelijks fietsen, zoals je in China
wel massaal ziet. 3 miljoen inwoners in Pyongyang en alles gaat te
voet."
Het verplichte deel
"We werden in de ochtend met een busje naar het beeld van
Kim Il Sung, de grote leider, gereden. In de stromende regen
mochten wij wel een paraplu dragen, maar de Noord Koreanen moesten
blootshoofds naar de voet van het standbeeld lopen, in groepen van
bedrijven, scholen en organisaties. Men brengt dan bossen bloemen
mee of een grote vaas met bloemen en legt die neer en buigt.

Ik kon er zeker een half uur rondwandelen, je mocht ook foto's
maken. Op verzoek. Dan houden ze in de gaten hoe je de foto neemt.
Want het enorme bronzen standbeeld mag alleen in volle omvang er op
komen. Doe je dat niet of vergeet je dat precies te doen, nemen ze
je camera in.
Tijdens het bezoek aan het standbeeld zag ik ineens iets heel
aardigs. Er rijdt over het plein een wagentje rond, dat de bloemen
en de vazen na een tijdje weghaalt voor het beeld. Die rijden ze
dan naar een bijgebouw, waar ze allemaal opgestapeld worden. De
vazen zijn allemaal hetzelfde en het leek er op dat ze gewoon weer
tevoorschijn worden gehaald voor een volgende groep bezoekers. Een
soort cradle to cradle aanpak, heel verrassend en een
tikje komisch ook.
De vaste rondtour bracht me ook naar het grote centrale plein, waar
Marx, Lenin en Kim groot uitgestald over uit kijken. Tienduizenden
mensen waren daar aan het oefenen voor de turnvoorstellingen
tijdens het festival. Men zorgt op allerlei manieren ervoor dat dit
permanent op het netvlies van de bevolking staat. In een zijstraat
lagen de duizenden tasjes van de mensen die aan het oefenen waren,
bewaakt door burgers.
Zo wordt alles bewaakt, op elke kruising staat een soort van
straatwachten die mensen vragen wat ze doen en hun pasje
vragen. Een Noord Koreaan loopt ook zelden alleen over straat, men
is in groepjes. Een losse wandelaar wordt snel aangesproken.
Ook in de metro is men afgeschermd. We werden naar de eindhalte
gereden voor een bezichtiging van dit monument, enorme mozaïeken
van Kim Il Sung in het station, zeer indrukwekkend allemaal. Toen
mochten we instappen, in een wagon met enkele Noord Koreanen die
geen krimp gaven. Na een stukje rijden gingen we er bij de volgende
halte direct weer uit. Ons busje stond al weer klaar voor de
uitgang en reed ons verder. Eén halte vanaf het eindpunt was dus
het toegestane traject."

Het Museumplein
"Het Korea Museum is officieel het nationaal historisch
museum. Maar het behandelt slechts één onderwerp: de oorlog en
overwinning van Kim op Amerika. Alles voor 1950 is 'de periode van
de Japanse overheersing' waaruit niets historisch te melden of
tentoon te stellen valt. Alles buiten de oorlog is de periode van
de leiding van Kim en die is overal om je heen, dus daar valt ook
niet historisch over uit te wijden. Dat is immers niet
voorbij.
Een bijzonder document in het museum is de ingelijste brief van president Lyndon Johnson, waarin hij spijt
betuigt voor de grensoverschrijding door een schip en smeekt om de
vrijlating van de gekaapte Marines. Die brief moesten we
natuurlijk heel precies bekijken! Een dame in kittig uniform gaf in
perfect Engels uitleg, met een aanwijsstok. Ze was prettig
kordaat.
Op het plein voor het oorlogsmonument was één kraampje. Daar kon je
flesjes drinken kopen, maar de bevolking heeft primair
voedselbonnen voor de loketachtige winkels. Zag ik daar in dat
kraampje zomaar een blikje Coca Cola staan! Meteen er op af, een
collectorsitem.
En toen merkte ik hoe het is om te leven in een soort
geen-geld-economie. Ik had een biljet van 10 yuan, ongeveer 1 euro
waard bij het officiële wisselen. De winkelier wees dat meteen af,
dat kon echt niet. Hij had zoveel wisselgeld helemaal niet en zo
meer en ik kon geen voedselbon overhandigen. Ik bood aan hem het
biljet te schenken in ruil voor dat mooie blikje, maar 'oh nee!',
afwijzende gebaren. Op dat moment snelde een begeleider toe en die
regelde het streng. Ik kreeg mijn blikje, de kraamhouder moest het
biljet aannemen."

Het Festival
"Vrijdagavond werden we naar het stadion gereden. De
bevolking kwam bijna allemaal lopend. 5000 mensen keken naar
een show waaraan 100.000 uitvoerenden deelnamen. 20.000 ervan
zitten tegenover je met borden die illustraties vormen en
80.000 voeren op het veld hun kunsten uit. Op het vak
tegenover onze zitplaatsen zaten de duizenden scholieren die met de
bekende gekleurde borden voor de wisselende massabeelden
zorgden.
Die kinderen moesten nog wel voorbereid worden, dat was erg leuk
om te beleven, want dat zie je in documentaires en zo nooit. Een
kwartier van tevoren werd een soort testbeeld gedaan, werden rijen
scholieren verzet naar andere stoeltjes, zodat elke kleur precies
goed zou zitten.
Anderhalf uur duurde de show. Men heeft grootschaligheid en het
perfectionistisme van de rituelen uit Oost-Europa in de
jaren vijftig naar een gigantisch niveau opgeschaald. Het
verhaal van de opera-gymnastiek-variété voorstelling was dat van
het museum. De Japanners werden er eerst uitgeschopt onder leiding
van Kim Il Sung. Dan vallen de Amerikanen binnen, maar het volk
vecht dapper terug. De Chinezen komen als broedervolk helpen,
kinderen in pandapakjes stelden de warmte en goedheid van het
Chinese volk voor.
En zo kwam de hereniging van heel Korea tot stand. Heel sterk
was het accent 'alleen China en wij kunnen dit samen klaar maken!'
Het is allemaal van een macabere schoonheid. Want je weet dat dit
festival alleen maar kan, omdat de bevolking wreed, maar dan ook
echt heel wreed, wordt onderdrukt.
Er waren in al die massatableaus maar twee foutjes te beleven.
Een scène vol kerstboomlichtjes liep niet goed omdat ze begonnen te
knipperen. Er was een stroomprobleempje. En bij een acrobatische
sliert kinderen op fietsjes viel een jongetje van zijn driewieler.
Hij moest als een gek achter de sliert aanhollen om niet klem te
komen in de volgende groep. Dat was zo zielig, want het was
natuurlijk niet de bedoeling dat we er om konden lachen…."

Kunst en samenleving
"Heel het festival en alles er omheen heeft een duidelijke
kernfilosofie: 'Zulke schoonheid is alleen mogelijk door
collectieve productie.' De naadloze perfectie van het massaproduct
is de ultieme maakbaarheid. Het individu wordt daarin letterlijk
opgeheven. Hij gaat op in het geheel. Van deze permanente
peerpressure en de ideologie van het bewind is zo'n
festival de artistieke expressie. En die filosofie plaatst
zich bewust tegenover de Westerse idee van het wezen van de kunst:
oorspronkelijkheid, individuele expressie.
Ook de grote monumenten drukken dit uit. Noord Korea is in die
beelden en mozaieken een kennisnatie vol creative industry!
Anders dan in de Sovjet-beelden staan er niet alleen een arbeider
en boerin met hamer en sikkel op het voetstuk. Een man in kostuum
die een penseel de lucht in steekt staat tussen hen in.
Het officiële logo van Noord Korea als communistische staat kent
een hamer, sikkel én penseel. Zo is - eigenlijk heel
Aziatisch dacht ik - ook de oude mandarijnenklasse
geïncorporeerd in het marxistische maatschappij-concept. Bewust
anders dus dan bijvoorbeeld Pol Pot in Cambodja deed."
Huiswaarts
"De avond van het festival waren in het hotel onze tassen
doorzocht. Bij een gesprekje met de begeleiders had een van de
deelnemers laten vallen dat Google Maps ook voor de
voorbereiding van zijn trip zo handig was geweest……..kijk, dat is
natuurlijk heel erg verboden daar. Je kon met je laptop daar echt
niet op komen, ook op ScienceGuide niet. Ik wist dat jullie
vorig jaar alleen uit Noord Korea niet één bezoek hadden gehad in
Azië, dus ik heb het wel geprobeerd.
Bij het doorzoeken van de tassen was blijkbaar toch niets gevonden,
ook de Google Maps printjes niet. Wat moesten we doen? Versnipperen
en weggooien, maar waar? Door de wc spoelen? Stel je voor dat
ze……Zo verknipt ben je dus zelf al na een paar dagen in
Pyongyang.
We zijn naar de bar in de hal van het hotel gegaan en dronken er
Heineken. Stiekem tussendoor zijn toen de snippers in een
vuilnisbakje in de foyer gemikt. Ik vond dat wel confronterend met
mezelf, dat je je dit soort dingen in je hoofd haalt en met anderen
zit te fluisteren daarover.
Een modern vliegtuig vloog ons terug naar Beijing. De ingeleverde
telefoons kwamen netjes terug, alles deed het. Toen ik landde was
ik zo blij, opgelucht. Je voelt je vrij, in China.
Bizar. Het contrast is zo heftig, tussen het minst vrije land
ter wereld en een '-1 minst vrij land', een communistische
dictatuur, dat je je in Beijing een vrij mens voelen kan. En van
daar reis je uiteindelijk naar Nederland terug, het meest vrije
land dat ik ken."