• A
  • A
  • Vierde differentiatie van Veerman

    - Profiel en differentiatie? Prima, maar het rapport-Veerman vergat “onderscheid te maken tussen bachelor en master, nota bene de HO-basis”, zegt excellentie-goeroe Hans Adriaansens. Dit wel differentiëren “haalt veel weg van het ‘anything-goes’-karakter van de aanbevelingen.”

    Op het Nationaal Hoger Onderwijscongres nam Adriaansens pittig stelling in het debat over de kwaliteit in het HO. Met name de hoge studievertraging en grote uitval baren hem zorgen. "Met zulke cijfers van rendement en uitval zouden bestuurders in vrijwel elke sector naar huis gestuurd worden. Zo niet in het hoger onderwijs. Daar worden gewoon de statistieken aangepast: studierendementen worden berekend na vier jaar in plaats van drie jaar bacheloropleiding in het WO en daarbij wordt bovendien de uitval in het eerste jaar nog niet eens meegerekend."

    Bachelor en master onderscheiden

    Adriaansens noemt het Veerman-rapport daarom "een welkome bijdrage aan de verbetering van het hoger onderwijs." De scheidend voorzitter van de Roosevelt Academy had daar op basis van de differentiatie tussen bachelor en master nog wel een aantal aanbevelingen aan toe te voegen. Zijn startpunt was de titel van het rapport: Differentiëren in drievoud. Adriaansens was verbaasd dat een vierde vorm van verscheidenheid daarin ontbreekt.

    Selectiviteit en verscheidenheid in het hoger onderwijs zijn volgens Adriaansens een groot goed, maar daarbij wil hij wel een belangrijk verschil aanbrengen tussen de omgang daarmee bij de bachelor en de master. "Overal in de wereld waar het onderscheid tussen undergraduate en graduate bestaat wordt immers geselecteerd voor de graduate fase.

    "Voor de masterfase selecteren is dan ook een logisch gevolg van dit onderscheid in de studiefasen in het hoger onderwijs. "Aan het bestaan van een in de wet vastgelegde 'opvang-', 'genade-' of 'doorstroommaster' heeft een zichzelf respecterend hoger onderwijssysteem geen behoefte."

    Voor de bachelor is selectie volgens Adriaansens een ander verhaal. "Niet vergeten mag worden dat in ons land selectie (voor de poort) voor een belangrijk deel wordt gerealiseerd door het selectieve karakter van het voortgezet onderwijs." Selectie voor de grote hoeveelheid aan bachelors in Nederland is volgens Adriaansens dan ook geen oplossing voor het probleem van uitval.

    Snoeien in het bamboebos

    Hij gispte de enorme hoeveelheid opleidingsstromen die in het hoger onderwijs wordt aangeboden, zowel in hbo en wo en zowel in bachelor als master. Die vorm van differentiatie in opleidingen is volgens Adriaansens juist het probleem. "Zelf heb ik nog nooit kunnen vaststellen dat een achttienjarige binnenkomende student een geboren socioloog, sociaalgeograaf, fysicus of psycholoog zou kunnen zijn."

    "Het lijkt dan ook logisch om in dat bamboebos te snoeien en instellingen te stimuleren om niet alles tegelijk te willen doen", vindt Adriaansens, die daarbij pleit voor het ontwikkelen van een bredere benadering als een Liberal Arts en Sciences programma in de bachelor. "Daarmee is de studierichting niet langer door de instelling voorgevormd en aanbod georiënteerd, maar wordt een door de student zelf gekozen studiepad uit het totale gamma van wetenschappelijke disciplines. Over profilering gesproken!"

    De volledige speech van Hans Adriaansens leest u hier.