Van Londen verdiepte zich in de weerstand die Nederlanders
hebben tegen het wonen in etnisch gemengde wijken. Aan deelnemers
van een grootschalig, representatief vragenlijstonderzoek vroeg ze
of en in hoeverre zij bezwaar zouden hebben tegen het wonen in
wijken met uiteenlopende concentraties van etnische
minderheden.
De veronderstelling is dat autochtonen huiverig staan tegenover
het wonen in etnisch gemengde wijken, omdat ze deze associëren met
opleidingsachterstand. Autochtonen zouden bang zijn dat de lager
opgeleide minderheden er afwijkende normen en waarden op
nahouden.
"Mijn onderzoek bevestigt dit beeld deels", licht Van Londen
toe. "Als mensen horen dat in de zwarte wijken hoger opgeleide
minderheden wonen, neemt hun weerstand tegen het wonen in zo'n wijk
inderdaad af. Maar tegelijkertijd geeft een kwart van de mensen aan
dat ze ook als er hoger opgeleide minderheden wonen, graag uit de
wijk vertrekken wanneer meer dan de helft van de wijk uit etnische
minderheden bestaat."
Zoals in het onderzoek naar weerstand tegen minderheden al wordt
gemeld, kan het zijn dat mensen sociaal wenselijk antwoorden, zegt
Van Londen. "Dat betekent dat de weerstand tegen etnisch gemengde
wijken in de praktijk groter kan zijn."