Egbert Harskamp en Annemieke Jacobse (RUG) onderzochten het
effect van nieuwe vormen van instructie in het rekenonderwijs. Zij
bekeken de uitkomsten van veertig experimentele onderzoeken die
gericht waren op verbetering van het rekenen.
Visueel en toch verwarrend
Uit hun studie blijkt onder meer dat een regelmatig en duidelijk
gestructureerd programma met een variatie aan werkvormen kleuters
sneller en beter leert rekenen dan in het nu gebruikelijke
onderwijs, dat meestal geen gestructureerd programma biedt. Goede
werkvormen zijn bijvoorbeeld het gebruik van prentenboeken over
rekenen, kringgesprekken, rekenspelletjes en liedjes. Ook korte,
gerichte bordspellen of spellen met de computer helpen bij een
betere ontwikkeling van de telvaardigheid en het getalbegrip van
kleuters.
"Visualisering is een goede methode voor iets oudere kinderen.
Voor het optellen en aftrekken tot honderd blijkt bijvoorbeeld het
aanbieden van rijen blokjes of een kralenketting in een
tienstructuur de rekenprestaties aanzienlijk te verbeteren, mits er
een duidelijke opbouw in de methode zit." Juist dit
benadrukt Egbert Harskamp, bijzonder hoogleraar effectieve
leeromgevingen.
"De rekenmethodes die Nederlandse scholen nu gebruiken, bevatten
wel visuele modellen voor optellen en aftrekken, maar deze modellen
hangen doorgaans niet op een gestructureerde manier samen. Het door
elkaar gebruiken van deze modellen kan voor leerlingen verwarrend
werken."
Consistentie van educatieve
computerprogramma's
Verder is het gebruik van de computer in het rekenonderwijs
effectief. In Nederlandse rekenmethodes loopt de behandeling van
verschillende vormen van rekenen door elkaar en worden in een les
diverse onderwerpen aangeboden. Educatieve computerprogramma's
hebben als voordeel dat ze op een consistente manier zijn opgebouwd
en de stof onderdeel voor onderdeel aandragen.
Bovendien bieden goed ontworpen computerprogramma's instructie-,
controle- en feedbackonderdelen voor leerlingen. En de leraar kan
bijhouden hoe de prestaties van de leerlingen vorderen en waar
bijsturing nodig is.
De NWO-studies zijn gedaan in Engelstalige landen. Ze gaan over
getalbegrip, hoofdbewerkingen, meten en meetkunde,
verhoudingsrekenen (procenten, breuken en verhoudingen) of het
oplossen van toepassingsopgaven. Er waren in totaal ruim 6800
leerlingen uit het primair onderwijs bij betrokken.
Het overzicht van de studies is gepubliceerd in twee uitgaven: A
Meta-Analysis of the Effects of Instructional Interventions on
Students' Mathematics Achievement en Effectieve
rekeninstructie met hulp van computers. Deze laatste publicatie is
vooral bedoeld voor docenten.