• A
  • A
  • Drie premiers vanuit OCW?

    - Dat Maxime Verhagen binnen het CDA een stap opzij heeft gezet, maakt het onderwijsdebat de komende periode nog boeiender. Bij de Kamerverkiezingen in 2015 – of veel eerder – zouden maar liefst drie lijsttrekkers ‘vanuit OCW’ zich kunnen presenteren: Rutte, Plasterk én Van Bijsterveldt.

    Uiteraard zal dit door velen als 'voorbarig' worden afgedaan. Zo hoort dat ook in het Haagse. Tegelijk maken alle partijen zich nu al op voor vervroegde verkiezingen voor het geval dat Geert Wilders geen andere vlucht naar voren meer zal zien. Op cruciale terreinen is zijn partij geraakt: van Europa tot en met pensioenen en financiën. Zelfs de SP beweegt zich nu opzichtig naar het midden als regeringskandidaat, om hieraan te ontkomen.

    Kraamkamer van de macht

    Bij de drie partijen van het centrum zijn kandidaten voor het lijsttrekkerschap aanwezig die hun faam op OCW vestigden: VVD, PvdA en nu ook CDA. Wie had gedacht dat de Hoftoren zich zou ontpoppen tot een soort kraamkamer van de macht? Elk van de drie is tevens kandidaat voor het premierschap, aangezien coalities gevormd zullen moeten rond combinaties vanuit het midden. Een politiek versplinterd Nederland moet immers à la carte consensus zoeken om te kunnen regeren.

    Bij de VVD is het helder. Voormalig OCW-staatssecretaris Mark Rutte volgt zichzelf op als lijsttrekker en kandidaat-premier. De enige alternatieve kandidaat is Henk Kamp die zich als nuchtere en bekwame staatsman ontplooit, maar geenszins als 'Rita-achtige' concurrent van de macht.

    Rutte liet op OCW al zien wat hij later als premier vervolmaakte. Met elke stakeholder kan hij een deal sluiten, niemand duwt hij grimmig opzij. Tegelijk houdt hij zoveel mogelijk à la carte opties open voor zijn eigen agenda. Als je je door iedereen immers laat gedogen, van de PVV tot de SGP en van GroenLinks tot en met Ferrier, dan ben je tegelijkertijd niemands slaaf en ieders maatje.

    PvdA: 2 ex-OCW'ers

    Bij de PvdA is niet alleen Ronald Plasterk als voormalig OCW-bewindsman in beeld. Ook Job Cohen is begonnen als staatssecretaris op datzelfde ministerie. Hij werd na zijn bewind in 1993-94 door VSNU-voorzitter Willy van Lieshout bij een diner als volgt uitgezwaaid: "Job, het beste wat je gedaan hebt, is dat je zo weinig gedaan hebt."

    Plasterk als lijsttrekker zou een signaal van vernieuwing voor de PvdA zijn, zonder dat het al te onberekenbaar zou lijken. Belangrijke factor daarbij zal zijn of de ego's van partijvoorzitter Spekman en die van de nieuwe lijsttrekker niet te zeer zouden botsen. "This town ain't big enough for the both of us", is een gevoel dat wel vaker in de PvdA-top speelde, immers.

    Op OCW deed Ronald Plasterk cruciale ervaring op voor een breder kabinetsbeleid. Hij was met Wouter Bos lid van de Zeshoek van het kabinet die het financieel-economisch beleid moest uitwerken.  Als emancipatiebewindsman leerde hij dat dit schijnbaar populaire dossier vooral financiële narigheid opleverde, zoals bij de 'gratis kinderopvang'. Belangrijke lessen voor een man die nu als financieel woordvoerder laat zien meer te kunnen en te ambiëren dan een rol als vakminister.

    'Momenteel geen ambitie'

    Bij het CDA tracht men de kaarten dicht tegen de borst te houden. Maar de manoeuvre van Verhagen laat zien, dat men ook daar tot conclusies wil komen over het toekomstig leiderschap met het oog op komende verkiezingen. Je weet maar nooit tenslotte. Van de huidige voorlieden die beschikbaar kunnen zijn,  is de minister van OCW binnen de partij en ver daarbuiten het meest gezien. Als oud-partijvoorzitter wordt Marja van Bijsterveldt in het CDA nog altijd op handen gedragen en dat is binnen politieke partijen bepaald geen usance. Denk maar aan mensen als Lilian Ploumen of Peter van Heeswijk.

    Uiteraard onderstreept de OCW-minister dat zijn momenteel helemaal de ambitie niet heeft partijleider te worden. Dat is goed gebruik in de Haagse politiek. Tegelijk is merkbaar, dat zij zich politiek steeds krachtiger ontplooit. Heel 'Den Haag' heeft bijvoorbeeld genoteerd hoe zij als eerste van de bewindslieden er in slaagde een PVV-akkefietje in de Kamer zo van repliek te dienen, dat deze partij ineens opvallend langdurig opvallend stil bleef.

    Ook als OCW-minister heeft zij zich in het voorbije jaar meer en meer 'laten horen' op de hoofdlijnen van het beleid. Dat maakt bijvoorbeeld haar rede in Leiden over de toekomstige uitdagingen aan de universiteit en haar betoog tegen de leidse studenten over de uitvoering van de motie-Hamer juist nu weer extra interessant.

    Hetzelfde geldt voor de uitkomsten van het beraad in coalitie en kabinet over de komende financiële perikelen. Slaagt Van Bijsterveldt daarin een investeringsbeleid in kennis à la Merkel door te zetten in plaats van een kaasschaaf-aanpak, dan is duidelijk wie binnen het CDA de beste papieren heeft voor een toekomstig leiderschap.