'Verschillende Nederlandse universiteiten en hogescholen zijn
ervaren in het werven van fondsen voor beurzen voor studenten en
promovendi. Zo heeft Nyenrode Business Universiteit een traditie
van het werven van gelden voor beurzen bij haar alumni die
invloedrijke posities innemen in het (internationale)
bedrijfsleven.
Actief op dit terrein in Groningen zijn enerzijds de
Rijksuniversiteit met haar Eric Bleumink Fonds en anderzijds de
Hanzehogeschool met haar Hanze University Foundation. Hoe zien anno
2012 de kansen eruit op een succesvolle voortzetting van dergelijke
programma's?
Intrigerend praktijkvoorbeeld
Bij de meeste donoren en donerende instanties is er momenteel
sprake van aanzienlijke budgetkortingen. Terwijl het uiteraard zaak
is om hen bij de kennisinstelling betrokken te houden, moet er voor
de komende jaren rekening worden gehouden met een fase van
stabiliteit of van een (geringe) teruggang in hoogten van donaties.
In dit licht gezien is de vraag prangend: "Zijn er nieuwe bronnen
denkbaar waaruit succesvol gelden geput zouden kunnen worden?" Het
antwoord op deze vraag is een onomwonden "ja".
Nieuwe donoren zouden dié alumni kunnen zijn die zelf als
studenten het voorrecht hebben ervaren om vanwege een beurs te
studeren. Het Morehouse College in de staat Georgia in de Verenigde
Staten is hiervan een intrigerend praktijkvoorbeeld (ontleend aan
CURRENTS, Nov/Dec 2011).
In de periode dat Oprah Winfrey, na 25 jaar optreden op TV, van
haar publiek afscheid nam, zorgde de afdeling fondsenwerving van
het Morehouse College (een traditioneel 'black college' voor
mannen) ervoor dat haar alumni hun opwachting bij haar maakten
tijdens een van haar laatste shows.
Sons of Oprah
Dit als teken van erkenning voor de door haar verstrekte 415
beurzen aan Morehouse studenten. Deze staan in de wandelgangen
bekend als respectievelijk Oprah-studenten en Oprah Alumni. In 1989
doneerde zij voor het eerst $ 1 miljoen nadat zij aan het begin van
het academisch jaar de inaugurele rede had uitgesproken. Sindsdien
heeft Oprah $ 11 miljoen geschonken, waarmee zij de belangrijkste
donor werd van Morehouse.
In diezelfde afscheidsperiode besloot een kleine groep van
Oprah-alumni dat zij iets groots wilden doen uit erkentelijkheid
voor wat Oprah voor hen had mogelijk gemaakt. Zij wilden aan haar
laten weten datzijhen had geïnspireerd om hun eigen beurzenfonds op
te richten voor Morehouse-studenten. Dat vormde de start van de
'Sons of Oprah'-campagne.
Drie Oprah-alumni uit de financiële wereld namen het initiatief
om hun vroegere studiegenoten te benaderen om hun bijdragen aan de
campagne te leveren. Een van hen zegt: "De Oprah Winfrey
studiebeurs heeft zo'n stempel van kansen en mogelijkheden op onze
levens gezet, dat wij haar gift voort willen geven; hierdoor
vermenigvuldigen wij de investering die Oprah in ons heeft
gedaan".
Henry Goodgame, de directeur van de afdeling alumnirelaties en
fondsenwerving (A en F), beschrijft de 'Sons of Oprah'-campagne als
enerzijds geïnitieerd en gedragen door de alumni en anderzijds
ondersteund en gefaciliteerd door zijn afdeling. Dit ziet hij als
de gewenste aanpak.
Bemoediging en Dankjewel-brieven
Volgens Goodgame is het cruciaal dat de Morehouse Men (zo worden
de alumni van het College genoemd) " … elkaar bemoedigen om aan
goede doelen van Morehouse te geven. Het moet niet zo zijn dat zij
telkens van hun College moeten horen wat zij zouden moeten doen.
Het gaat erom dat de alumni als broers tegen elkaar praten over hun
collectieve verantwoordelijkheid om Morehouse studenten te helpen,
zoals zij vroeger ook door iemand in het zadel zijn gebracht".
De afdeling A en F zette een website op ten behoeve van de
campagne. Zij zorgde ook voor de 'dankjewel-brieven' aan degenen
die hadden gedoneerd. De met de campagne beoogde opbrengst was $
250.000; het geworven bedrag van $ 300.000, afkomstig van 125
Oprah-bursalen, ging hier ruim overheen.
De 'Sons of Oprah'-campagne is door het Morehouse College als
model aangegrepen voor het doen initiëren van andere
initiatiefgroepen door zijn alumni. Het Morehouse College heeft een
brochure gemaakt waarin het zijn alumni en ook anderen aanmoedigt
om " … uw eigen erkentelijkheid te laten blijken middels het
oprichten van een beurzenfonds". In de afgelopen maanden zijn
zodoende fondsen gerealiseerd voor studenten van de faculteit
Geneeskunde, Politieke Wetenschappen, Recht en Wiskunde en
Natuurwetenschappen.
Wat leren wij hiervan?
Wat valt hieruit te leren voor de Nederlandse universiteiten en
hogescholen? Allereerst het besef dat ook zij beschikken over een
historie waarin een aantal van hun studenten baat hebben gehad van
een beurzenprogramma. Dit kan vanuit de Europese of nationale
overheid zijn; dit kan ook mogelijk zijn gemaakt vanuit
particuliere fondsen.
Ten tweede de vraag in hoeverre de genoemde kennisinstellingen
deze historie concreet kunnen en willen maken met namen en verdere
gegevens van de betreffende alumni. Ten derde de vraag of zij de
kans en de uitdaging durven aan te nemen om deze alumni op een
zodanige wijze 'wakker te kussen' dat zij zich geroepen zullen
voelen om op hun beurt iets wezenlijks voort te geven.
Universiteiten en hogescholen voor wie alumnirelaties en
fondsenwerving een natuurlijk onderdeel uitmaken van hun 'overall'
strategie, kunnen deze bron van beurzenprogramma's voor
fondsenwerving direct gaan benutten. Zij kennen immers hun alumni,
zij staan al op diverse wijzen met hen in verbinding.
Alumni aan wie als studenten de gift van een studiebeurs ten
deel is gevallen, zullen aanspreekbaar zijn voor een appèl, wanneer
dat op hen wordt gedaan, om zich te bezinnen op voor hen passende
mogelijkheden om iets wezenlijks voort te geven. Het begin ligt bij
de vraag: "Doe jij óók mee?"
Geert Sanders, gasthoogleraar aan Nyenrode Business
Universiteit, is als adviseur op het terrein van fondsenwerving
verbonden aan een aantal kennisinstellingen en culturele
organisaties.Ook adviserde hij de Europese Commissie op dit
terrein. Van 1997 tot 2007 was hij directeur van de Stichting Ubbo
Emmius Fonds voor relatiebeheer en fondsenwerving van de RuG. Van
zijn hand verscheen het boek: 'Fondsen werven: de relatiegerichte
aanpak'.