'In de komende maanden worden er, door overheden op nationaal,
regionaal en stedelijk niveau en commissies besluiten genomen die
van doorslag gevende betekenis zullen zijn voor de kunstsector in
Nederland. Voor onze beleidsmakers en commissieleden tot een
besluit komen, draag ik graag twee suggesties aan als aanvulling op
hetgeen er al over gezegd en geschreven is.
Mijn eerste suggestie betreft het belang van experimentele kunst
als de humuslaag voor vernieuwing in de populaire cultuur. Ik sluit
hiermee aan op het pleidooi van Joop van den Ende (NRC 23-05-2011),
maar deze keer komt de onderbouwing vanuit de experimentele,
onderzoekende en innovatieve kunstpraktijk.
Het belang van experimentele kunst
Geheel in de tijdsgeest van dit moment worden argumenten (vóór
of juist tegen) de bezuinigingen meestal onderbouwd aan de hand van
economisch rendement en worden er berekeningen gemaakt op basis van
efficiency slagen en haalbaarheidsstudies. Tijdens Eurosonic
Noorderslag presenteerde Gerard Marlet[i] de uitkomsten van zijn onderzoek naar de
welvaartswaarde van poppodia voor een stad of gemeente.
Tijdens een discussie na zijn lezing werd duidelijk dat het effect
van de voorgestelde bezuinigingen op de diversiteit en de kwaliteit
van de programmering niet mee genomen was in de berekeningen.
Kwaliteit en al helemaal kwaliteit in de kunst is lastig
meetbaar, want ze is per definitie persoonlijk, tijdsgevoelig en
dynamisch. Dit korte debat resoneerde nog door tijdens de
boekpresentatie van De Culture Club van de Australische Graig
Schuftan[ii] (Nederlandse editie,
verzorgd door de Academie van Popcultuur) een dag later. Zoals ik
in mijn voorwoord voor dit boek al kort aangeef, biedt de Culture
club een mooi handvat voor de, noodzakelijke, aanvulling op
de cijfermatige economische argumentatie.
Schuftan laat zien wat het verband is tussen (commercieel
gezien) succesvolle popmuziek - denk hierbij aan hitparade
werk - en moderne kunst (begin 20e eeuw) en de daarop volgende
postmoderne kunst met daarin verweven verschillende filosofische
stromingen. Om mijn betoog concreet te maken, vat ik hier één van
Schuftan's voorbeelden samen. Uit de late twintigste eeuw
kennen we de succesvolle Techno muziekindustrie, hier wordt
Kraftwerk gezien worden als de grondlegger. Kraftwerk's muziek kan
herleid worden naar de vroeg-electronische muziek van John Cage en
de seriële composities van Karlheinz Stockhausen.
Die laatste combineerde op zijn beurt weer ideeën uit muziek
concrete met, voor die tijd nieuwe, mogelijkheden die de
geluidsband bood. Stockhausen reageerde inhoudelijk in zijn
composities op Arnold Schönberg's twaalftoons opvatting. Zo kan
techno muziek herleid worden naar de experimenten van Stockhausen
en Schönberg, toch niet de eerste componisten waar je aan denkt bij
populaire muziek.
Een ander voorbeeld: Tijdens de hoogtijdagen van MTV Europe in
1989 bezocht ik een videofestival in Polen waar een
retrospectief met experimentele films uit de jaren 1920 van de
vorige eeuw vertoond werd, hier zag ik Ballet Mécanique (1924), een
film van Fernand Léger met daarbij muziek gecomponeerd door George
Antheil. De time-lapse technieken die Léger gebruikte zien we al in
het werk Eadweard Muybridge en andere kunstenaars maar het was de
bedoeling dat Ballet Mécanique een muziekfilm werd, als het ware
een voorloper van de muziekvideo.
Qua film technieken werd er met stop motion animatie, slow
motion en abstracte beelden direct op de film (zonder camera)
gewerkt het geheel werd in de montage, zo goed als het in de
gegeven situatie ging, afgestemd op de muziek. Via latere
experimentele film en videokunst ontstaat in de jaren 1980 de
videoclip. Vergelijkbare technieken en ideeën uit Ballet
Mechnique zien we terug in de video van Sledgehammer van
Peter Gabriel (1986) en rond die zelfde tijd kunnen we ook languit
genieten in de bioscoop van de Qatsi trilogy
muziekfilms van Godfrey Reggio met muziek van Philip Glass.
Het existentialisme uit de moderne tijd was nu vervangen door
post-modernisme in al haar traagheid en met een voorkeur voor
uitheemse culturen. We maken de cirkel rond met de muziek video van
Chris Cunningham voor Björk's All Is Full of Love (1999) die met
zijn robot weer naar het mens-machine thema verwijst van
Ballet Mécanique en waar de surrealisten, de modernisten, de
futuristen , de Russisch constructivisten vol van waren en wat voor
Kraftwerk de inspiratie vormde voor The Robots. De volgende stap
naar kunst en technologie waar het mens-machine thema weer volop in
de belangstelling stond is daarna weer snel gemaakt en brengt ons
in de 21e eeuws.
Kortom: Mijn eerste punt is dus dat de populaire cultuur vaak
inspiratie haalt uit experimentele, intellectuele (hoge) kunst. De
erkenning van radicale vernieuwing in de kunst is redelijk
onvoorspelbaar, het duurt soms heel even, soms een heel
mensenleven, dit geldt ook de doorstroom tijd van experimentele
kunst naar de populaire cultuur.
Ik pleit er dan ook voor dat dit gegeven meegenomen wordt in de
overwegingen over duurzaam kunstbeleid. Want als bezuinigingen in
de kunstsector leiden tot efficiëntieslagen waardoor alleen
uitverkochte zalen en grote publiektrekkers geprogrammeerd kunnen
worden, dan bestaat de kans dat de experimentele en'niet-main
stream' kunst verdrongen wordt. Zonder voorhoede lopen we, op lange
termijn, een risico op verschraling van het gehele kunst en
popcultuur aanbod omdat de voedingsbodem voor vernieuwing, ook in
de massacultuur, dan ontbreekt.
Daarom pleit ik voor intelligent beleid waarbij plaats ingeruimd
wordt voor het experiment en onderzoek in de kunst. Dit hoeft, wat
mij betreft, niet perse via subsidiestromen, ik zie ook veel
mogelijkheden in nieuwe rollen van kunstenaars in de samenleving.
De huidige crisis in de kunst en cultuursector biedt een uitgelezen
kans om de rol en positie van de hedendaagse kunstenaar te
herijken. Hiermee kom ik bij mijn tweede punt.
Kunstenaar '3.0'
Hedendaagse kunstenaars werken steeds vaker als maatschappelijk
georiënteerde onderzoekers, innovators en aanjagers. De geplande
bezuinigingen noodzaken ons om deze (nieuwe) rollen eens onder de
loep te nemen. In dit tweede punt van mijn betoog leg ik de nadruk
op experimentele kunstuitingen buiten het galerie- en
museumcircuit, omdat deze experimenten in de komende
bezuinigingsronde buiten de boot dreigen te vallen. De voorbeelden
komen uit mijn directe omgeving en dienen als illustratie.
Ik combineer de huidige ontwikkelingen in de kunst en
cultuursector met het praktijkgericht onderzoek, dat sinds
enkele jaren een belangrijk onderdeel is van de kunstopleidingen.
Bij dit praktijkgerichte onderzoek in de kunsten gaat veel aandacht
uit naar de aansluiting van de opleidingen naar beroepspraktijk[iii].
Ondertussen studeert de eerste lichting praktijkgerichte
kunstenaaronderzoekers nu af aan de opleidingen (HBO en Masters).
Ik vermoed alleen dat hun kennis vaak nog niet optimaal benut wordt
in de praktijk. Dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt omdat de
kunstenaaronderzoeker, als fenomeen relatief nieuw is. En nu komt
daar dus de snel veranderende beroepspraktijk bij.
Beide aspecten roepen vragen op, vooral over de positie en de
rol van kunst en kunstenaars in onze samenleving in de
21e eeuw. In mijn eerste punt heb ik uiteengezet wat,
naast het directe culturele belang, het belang is van experimentele
kunst voor populaire cultuur en de industrie daaromheen. In dit
tweede deel van mijn betoog schets ik een beeld van het
huidige experimentele veld.
Hier liggen enorm veel kansen voor de aanwas van de humuslaag,
er is echter wel afstemming van het onderzoeksprofiel en de
toekomstige beroepspraktijk van de creatieve en artistieke
onderzoekers nodig omdat anders veel kennis en ervaring verloren
gaat of het experiment niet 'benut' wordt. Deze uitdaging ligt niet
alleen bij de opleidingen, de Kenniscentra en haar lectoren, hier
ligt ook een kans voor de overheid, het bedrijfsleven en de
samenleving in bredere zin. Waar willen en kunnen deze kunstenaars
ingezet worden en waar moeten we aan denken bij praktijkgericht
kunstonderzoek?
Ik leg dit graag uit aan de hand van enkele voorbeelden van de
kunstenaarpraktijk 3.0. Die voorbeelden beslaan
toepassingsgebieden en rollen, de onderverdeling kan met een
korreltje zout genomen worden. Ik haal vooral Nederlandse
voorbeelden aan, met de aantekening dat dit een internationale
trend is waarbij vermeldt mag worden dat Nederland niet in de
voorhoede opereert.
Allereerst de bekende rol van de min of meer autonome kunstenaar
als aanjager van het debat, de criticaster die reageert op
maatschappelijke vraagstukken denk hierbij aan Jonas Staal[iv] die de straatnaamborden in
verschillende steden vervangt, hiermee verwijzend naar de sterk
veranderde perceptie van de geschiedenis in de stad. Of Tinkebel[v] die met haar provocerende werk
dierenmishandeling en andere maatschappelijke issues aan de kaart
stelt. In de mediakunst confronteert Jodi[vi] ons met onze conditionering omtrent (online)
mediagebruik en verdraait dit duo 'nuttige' mediatoepassingen naar
autonome softwarekunst. Maar ook internationale media activistische
kunstenaars, zoals Alessandro Ludovico en Paolo Cirio (IT) Face to
Facebook[vii] die ons confronteren
met onze sociale mediawerkelijkheid en de machtsstructuren van de
grote spelers in de wereld van de netwerk
technologie.
De kunstenaars die via community artals sociale innovators en
aanjagers samen met mensen uit de wijk werken en in die
hoedanigheid de laatste jaren (weer) veel bijdragen aan culturele
empowerment. Sprekende voorbeelden hiervan komen van Jeanne van
Heeswijk[viii], die kinderen en
jongeren in Face Your World hun eigen omgeving laat ontwerpen of
Freehouse, waar kleinschalig creatief ondernemerschap onder de
buurtbewoners gerealiseerd wordt rond het Afrikanerplein in
Rotterdam.
Naast werk in de zogenaamde achterstandswijken biedt de
community art aanpak ook veel mogelijkheden voor stedelijke
vernieuwingsprocessen, waaraan de bewoners actief deelnemen. Vanuit
deze meer toegepaste hoek wordt er ook andersoortig baanbrekend
praktijk gericht onderzoek verricht op het gebied van
muziektherapie, muziek werkt helend voor ouderen (met dementie)
zoals mijn collega's van het Prins Claus conservatorium aan de
Hanzehogeschool aantonen in hun ouderen en muziek programma. Dit
biedt nieuwe professionele mogelijkheden voor studenten van het
conservatorium.
We kunnen ook kunst als communicatie vehicle zien als vorm van
toegepaste kunst, hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de
Design&Art 4 Genomics prijsvraag, waar kunstenaars door nieuwe
artistieke toepassingen de nieuwste wetenschappelijke
ontwikkelingen promoten of van nieuwe ideeën (of soms van enig
commentaar) voorzien. Een sprekend voorbeeld hiervan is 2.6g 329m/s
van Jalila Essaïdi[ix], de
prijswinnaar van 2010, zij bedacht een kogelwerende huid als
schuilplaats voor mensen in oorlogsgebieden, de inhoudelijke kant
van de toepassing kreeg weinig aandacht maar haar voorstel om
spinzijde in de menselijke huid te laten groeien werd onderzocht,
vanwege de commerciële mogelijkheden.
Bewustwording is een belangrijk facet van hierboven genoemde
empowerment, bewustwording heeft vaak, naast bekende of grijpbare
onderwerpen, betrekking op abstractere thema's zoals milieu en de
online samenleving. Zo verschijnen er binnenkort in de stad
Groningen tijdelijke laboratoria waar studenten van de Master
opleiding Interactive Media Environments van de Minerva Academie
van de Hanzehogeschool Groningen samen met studenten techniek en
energie aan artistieke onderzoeksexperimenten werken rondom
duurzame energie. De interactie met het publiek zal bijdragen aan
het bewustwordingsproces bij de bewoners (de energiegebruikers) van
de stad.
Bewustwording rondom onze online cultuur brengt me bij
mediawijsheid en dat komt aan de orde in het voorbeeld voor de
laatste categorie die ik hier naar voren breng: het
transdisciplinaire onderzoek waar jonge kunstenaars samenwerken met
jonge professionals uit andere vakgebieden. The Patching
Zone,[x] waar ik zelf direct bij
betrokken ben, is hierin gespecialiseerd.
Transdisciplinair slaat hier op de meerwaarde die ontstaat
doordat er toepassingen en oplossingen ontstaan die de
bekende vakgebieden overstijgen. Hier ontstaan vaak nieuwe
oplossingsrichtingen en invalshoeken waar kunstenaars een cruciale
inbreng hebben en waar tegelijkertijd kennis aangewend wordt voor
de implementatie uit de andere betrokken disciplines.
Het meest succesvolle traject is een bedrijfsinnovatie traject
voor het Centrum voor Kunst en Cultuur (CKC) in Zoetermeer dat The
Patching Zone onlangs afrondde. Uit dit project en ook uit veel van
de hierboven genoemde projecten komt naar voren dat de betrokken
kunstenaars bijzonder goed uit de voeten kunnen met een
alomvattende integrale aanpak, waarbij innovatie op veel
verschillende niveaus tegelijkertijd aangepakt wordt. Dit zijn
complexe processen waar menig specialist van wakker ligt.
In het Digital Art Lab[xi] voor
het CKC werden in ruim een jaar tijd een serie hands-on kunst
en technologie trainingen gegeven aan ruim 12 vrijetijdskunst
docenten die deze ondertussen zelfstandig uit voeren. Ook zijn er
nieuwe businessmodellen voor het vrijetijdskunstonderwijs
ontwikkeld en werd er nauw samengewerkt met jongeren die tot voor
kort niet tot de doelgroep van het centrum behoorden.
Iedereen even wennen
Dit project bevestigt wat in andere projecten[xii] van The Patching Zone al naar voren kwam: kunst
en cultuuronderwijs aan jongeren is van essentieel belang voor de
duiding van hun online omgeving. In het Digital Art Lab ontstaan
mooie vormen van peer-teaching; jongeren leren aan hun docenten wat
cool is, terwijl docenten hen de culturele betekenis van beelden en
interactie vanuit de kunsten bijbrengen. Voor de
geïnteresseerden: Er komt binnenkort een boekje uit met meer
informatie over dit project. Het Digital Art Lab kon alleen tot
stand komen dankzij een intensieve samenwerking met een zeer
betrokken opdrachtgever of, zoals Arjo Klamer het noemt: een
'warme' opdrachtgever, een innovatie budget en private fondsen[xiii] en zeer gemotiveerde CKC
docenten.
Hier ligt ook de sleutel naar de rol die de overheden kunnen
spelen. De kennis en ervaring omtrent de mogelijkheden en
meerwaarde van samenwerking bij kunstenaars en opdrachtgevers is
vaak beperkt. Een overheid die als warme opdrachtgever een goed
voorbeeld stelt, stimuleert nieuwe allianties met andere
opdrachtgevers en genereert kennis die ze weer door kunnen geven.
Het is van belang dat kunstenaar-onderzoekers een passende plaats
in het innovatielandschap krijgen, zodat de voorhoede kunst weer
een integraal onderdeel van onze maatschappij wordt.
Bovenstaande voorbeelden laten ons de relevantie van
kunstonderzoek zien in uiteenlopende sectoren: voor de zorg, rondom
maatschappelijke vraagstukken, bewustwording processen,
communicatie strategieën en alomvattende bedrijfsinnovatie. Nieuwe
rollen voor kunstenaars kunnen alleen tot een nieuwe humuslaag
leiden als dit de gezamenlijke inzet wordt van de kunstenaars, het
onderwijs, de overheid, ondernemers en de burgers.
Iedereen zal wel even moeten wennen aan de nieuwe rollen van de
praktijkgerichte kunstenaar-onderzoeker, wellicht is het in eerste
instantie wat ongemakkelijk, maar deze wrijving kan ook verfrissend
zijn. Vergeet niet dat de genoemde kunstenaars allen al jaren
werkzaam zijn in de praktijk. En ook The Patching Zone heeft een
paar jaar gewerkt aan de verfijning van haar formule, deze
stroomt nu ook door naar de studenten van de opleiding waar ik
aanverbonden ben. Lees deze brief als een uitnodiging voor
innovatieve samenwerking en interactie opdat kunst via hedendaagse
routes (weer) geïntegreerd wordt in de samenleving en zo de
culturele humuslaag op peil houdt!'
Dr. Anne Nigten is oprichter en directeur van
transdisciplinair medialab The Patching Zone in Rotterdam en lector
Popular culture, Sustainability & Innovation aan Academie voor
Beeldende Kunst, Vormgeving en Popcultuur MINERVA, Hanzehogeschool
Groningen.
[i]
http://www.atlasvoorgemeenten.nl/
[ii] De Culture Club, Graig
Schuftan Nederlandse editie, 2011, uitgeverij Passage, ISBN 97890
5452 246 1
[iii]www.hanze.nl/kunstensamenleving
[iv] http://jonasstaal.nl/
[v]
http://looovetinkebell.com/.nl/
[vii]
http://www.face-to-facebook.net/
[viii]
http://www.jeanneworks.net/
[ix]
http://jalilaessaidi.com/2-6g-329ms/
[x]
http://www.patchingzone.net/
[xi]
http://digitalartlab.patchingzone.net/
[xii] Real Projects for Real
People, Volume 1, Anne Nigten redatie., Engelse editie, 2011,
Nai-V2_ publishers, ISBN 978-90-5662-797-3,
[xiii] Het Digital Art Lab is
een opdracht van het CKC Zoetermeer en wordt uitgevoerd door The
Patching Zone in samenwerking met Alares BV en de Gemeente
Zoetermeer en met medewerking van Kunstfactor. Het project wordt
gefinancierd vanuit het regeling Innovatie
cultuuruitingen, het SNS-Reaal fonds, VSB-fonds en Fonds 1818.