Als bètastudent had ik iedere dag een vol studieprogramma met
hoorcolleges, practica en `s avonds nog wat bijlezen. Dit jaar ben
ik aan het schakelen naar de studie Onderwijskunde en heb ik zo`n
vijf contacturen per week. De rest van de week ploeg ik stapels
literatuur door.
Studeren doe ik niet langer in het fonkelnieuwe Science Park aan
de rand van Amsterdam, maar in een stoffig gebouw dat 25 jaar
geleden modern was, het P.C. Hoofthuis. In het studiecentrum
gebruiken studenten echte boeken en Excel wordt nauwelijks
gebruikt. Een scriptie in de sociale wetenschappen is minstens
10.000 woorden. De eerste publicatie over het DNA, geschreven door
Watson en Crick, was twee pagina`s. Kortom: het is even wennen.
Geen opbrengst voor BV Nederland
Klink ik denigrerend? Dan heeft u de aflevering over de
kenniscrisis van VPRO`s Tegenlicht zeker niet gezien? In zijn
laatste dagen als belangenbehartiger van de hoogtechnologische
bedrijven vertelt Jan Kamminga over de kenniscrisis. In Nederland
hebben we een schreeuwend tekort aan technici, terwijl zij de
kennis produceren die de motor is van onze economie. Iedereen gaat
maar studeren wat hij of zij 'leuk' vindt. Zoals
sportmanagement.
De dictie waarmee Kamminga praatte vond ik prachtig:
"So-sie-oo-loo-gie, dat gingen we in de jaren zeventig allemaal
studeren, maar de BV Nederland verdient er natuurlijk niets mee.
Wat ze maken? Ge-leu-ter". Met pretoogjes keek hij de journalist
aan.
Kamminga daagt uit, probeert ons wakker te schudden. Het is
terecht dat hij waarschuwt voor een kenniscrisis, maar mijn
medestudenten in de alfa en gamma hoek moet hij niet belachelijk
maken. Zou Kamminga wel eens werk hebben gelezen van Martha
Nussbaum? Deze Amerikaanse filosofe maakt zich zorgen over de
nadruk die in ons onderwijs tegenwoordig ligt op dat wat profijt
oplevert.
Nussbaum is niet tegen goed wetenschappelijk technisch
onderwijs, maar is bang dat andere bekwaamheden teveel op de
achtergrond raken. Liever ziet zij dat onze jongste generatie wordt
opgeleid tot verantwoordelijke wereldburgers. Een samenleving heeft
kritische denkers nodig. Zo is kunstonderwijs belangrijk om buiten
je eigen kader te denken. Antropologie leert ons de keuzes van
andere te begrijpen. Filosofen, sociologen en psychologen zijn
minstens zo belangrijk als bèta`s.
Bèta en filosofie samen naar Van
Bijsterveldt
Als Nussbaum en Kamminga nu eens samen het Nederlandse onderwijs
gaan inrichten? Dan zal ik voor ScienceGuide hun gesprekken wel
willen notuleren. Hoofdvraag van de eerste verkennende sessie zou
zijn: waar leiden we onze jeugd toe op? Na hun kennismaking oppert
Kamminga om het collegegeld van technische studies te verlagen en
sociologie drie keer zo duur te maken. Nussbaum verslikt zich in de
nog hete koffie.
Ze erkent beleefd dat Nederland een verontrustend tekort heeft
aan bèta`s. Niet alleen in het Hoger Onderwijs, maar ook goed
geschoolde ambachtsmensen worden schaars. De ideeën van deze
ondernemende Hollander gaan haar echter te ver. Ze kiest een nieuwe
weg. Jonge mensen moeten meer betrokken worden bij wat ze zelf
willen leren. Nussbaum: "Het is de intrinsieke motivatie die de
jeugd tot kritische denkers moet ontwikkelen".
Kamminga ziet daar wel wat in en concretiseert de vage
filosofische citaten van zijn nieuwe collega. De filosofe geeft hem
nieuwe moed. Samen pakken ze de lift naar de vijfde verdieping van
het ministerie. Hij zet zijn voortreffelijke dictie in en doet
verslag aan Marja van Bijsterveldt.
Als we meer bèta's willen, waarom is scheikunde en natuurkunde
op de middelbare school dan samengevoegd tot één miezerig vak,
Marja? En waarom zijn er nauwelijks lessen natuurwetenschap op de
basisschool? Marja en Martha giechelen. Ze besluiten snel nieuwe
voorstellen aan de Kamer te sturen. Eind goed al goed.