De cijfers over 2010-2011 laten voor het eerst in vele
jaren een 'disseratiekrimp' zien. In absolute cijfers is die
met -21 nog beperkt. Maar de daling is nog wat geamaskeerd
door de inhaaltrend bij vrouwen. Onder de mannen is de
neergang markant; van 2165 naar 2089 in een jaar.
Vrouwen in opmars
Omdat bij vrouwen het aantal promoties verder
toenam - van 1571 naar 1626 - was de achteruitgang in
totaal nog gering: van 3736 naar 3715. Er promoveerden zo in
2010-2011 bijna evenveel vrouwen als er rond 1990 in totaal
aan promovendi was.
Niettemin is dit de erste inbreuk in de stijgende lijn sinds
1996. Toen daalde het aantal promovendi zowel bij mannen als bij
vrouwen en zakte van 2600 naar 2466. Zo bleef het aantal
tot in de eerste jaren na 2000 hangen rond een
aantal van 2500.
Beta en alfa contrasten
Wel steeg het aantal vrouwen dat in die jaren promoveerde van
zo'n 680 naar ruim 850, terwijl het aantal mannen wegzakte onder de
1700. Het aantal vrouwen is sindsdien bijna verdubbeld, terwijl bij
de mannen de stijging met zo'n 15% steeg.
De dalende trend is geen toevallig patroon in een enkele
studierichting of discipline. De nieuwste CBS-cijfers laten zien
dat overal sprake is van daling of stagnatie. Zelfs bij de
techniek/industrie/bouwkunde is de lichte stijging (van 709
naar 719) geheel op het conto van de vrouwen, aangezien bij hen ook
relatief een snelle stijging merkbaar is (van 159 naar 179).
Datzelfde patroon is merkbaar bij de licht toegenomen
gezondheidszorg/welzijn promoties.
Geheel tegen de trends in is het beeld bij de pure
alfa-richtingen. Daar was net als in andere disciplines wel sprake
van een duidelijke daling. Maar de krimp wordt nog wat
afgeremd doordat een groter aantal
mannen promoveerde. Bij de vrouwen daalde het aantal
met 16, maar er waren 5 mannen meer die doctores werden. Dat had
nog een effect; 2010-2011 werd net niet het jaar dat voor
het eerst meer vrouwen dan mannen promoveerden in de
taalwetenschappen/geschiedenis/kunst.