Codarts kent de nodige perikelen. Interne spanningen leidden
recent tot het opzij stappen van de collegevoorzitter, Jikkie
van der Giessen. Berichten over ontoelaatbare praktijken in de
onderwijsuitvoering en het personeelsbeleid leidden ertoe dat de
Onderwijsinspectie OCW moest rapporteren over de situatie, de
risico's en de mogelijke gevolgen.
Nogal individualistische
onderwijsuitvoering
De Inspectierapportage schetst een beeld dat velen in en rond
het kunstonderwijs niet vreemd zal zijn. De resultaten van de
hogeschool zijn kwalitatief uitstekend. Administratie, logistiek en
management van de nog al individualistische onderwijsuitvoering
zijn een rommelpotje. Het topmanagement laat sommige lastige
problemen lang doorzieken. Heel de wereld wil hier niettemin
dolgraag toegelaten worden bij de strenge selectie aan de
poort.
De Inspectie wil voor 1 maart een verbeterplan zien en dat
vervolgens monitoren. Voor de Dansopleiding moet de positie van de
'theoretische vakken' in het curriculum snel scherp aangescherpt
worden. De NVAO moet daar met oog op de aanstaande accreditatie van
de Dansopleidingen extra spits op zijn.
Wat is dus de situatie? Codarts kent een zeer selectieve, zeer
internationale populatie van zo'n 1100 studenten. Ook het
docentencorps is sterk internationaal. De centrale opleidingen, die
tot musicus en danser zijn van nature sterk individueel.
Onderwijsaspecten als het verlenen van vrijstellingen voor al
opgedane kennis of al voltooide onderdelen spelen er in de praktijk
een andere rol dan in overige HBO- of WO-opleidingen. Deze zijn
primair nationaal georiënteerd.
Sfeer in KUO Darwinistisch
De logistieke handhaving van de onderwijsuitvoering is in het
Kunstonderwijs - en zeker bij Codarts zoals nu blijkt - niet het
meest prominente thema van beleid. De sfeer in het KUO is altijd
wat Darwinistisch.
Men gaat er van uit dat de geselecteerde student een grote
studielast als norm aanvaardt en ook primair voor zichzelf weet te
handhaven. Dat is de norm van de beroepspraktijk in de
professionele kunsten. Alleen zo overleeft men daar. Ook een danser
die geen voorstelling of inkomen heeft moet dagelijks drie à vier
uur keihard trainen om überhaupt te kunnen werken.
De cijfers uit het rapport-Dijkgraaf laten zien, dat men deze
'harde leerschool-benadering' weet waar te maken, zowel student als
opleidingen. Dat de Inspectie nu vaststelt dat nog niet overal de
nieuwe wettelijke formule van de centrale examencommissie van 1
september 2010 binnen Codarts ten volle functioneert mag dan
nauwelijks verbazen. Dat ook de studievoortgangsadministratie
'ernstig tekort schiet' eigenlijk ook niet. Fraai is het niet.
Zorgelijker is dat de Inspectie constateert dat men binnen
Codarts de interne problemen "te lang heeft laten voortbestaan."
Uit eerder berichtgeving was al duidelijk, dat binnen de hogeschool
enkele langlopende personeelsconflicten en ontslagprocedures een
domper op de organisatie zetten. Dat kun je ook de andere kant van
de sterk individualistische, Darwinistische cultuur van het
kunstonderwijs noemen. Veel talent, veel gedoe.
Een nietsontziende houwdegen
In hoeverre die constatering van te lang doormodderen past bij
de eerdere beeldvorming dat collegevoorzitter Van der Giessen een
nietsontziende houwdegen was? De Inspectie zal wel stiekem
opgelucht zijn dat zij zich daar niet over hoeft uit te spreken. De
kritiek op de bestuurlijke passiviteit werpt wel licht op een
andere recente gebeurtenis.
De Raad van Toezicht van Codarts raakte op het
hoogtepunt van de interne crisis zijn voorzitter kwijt. Carel van
Eykelenburg, oud-topambtenaar van OCW en de IB-groep onder meer,
vertrok en de klus van het crisismanagement kwam nu op de schouders
van vooral een interim-manager en de vice-voorzitter van de RvT,
TU-Delft CvB-lid Paul Rullman. Alsof deze in eigen huis niet al
genoeg sores heeft.
De volledige Inspectierapportage van Codarts leest u hier.