• A
  • A
  • Deeltijdramp voor masters en meesters

    - De ingreep in deeltijd-WO en -HBO zal diep insnijden. Sommige instellingen raken tot een kwart van hun studenten kwijt, met name Fontys, HU, HAN en HvA, maar ook Avans en Inholland. Leraren- en masteropleidingen zijn het slachtoffer. Het kabinet schendt hiermee het eigen Pensioenakkoord.

    Het stoppen van de bekostiging van de HO-deeltijdopleidingen zal universiteiten en hogescholen op kosten jagen en instroom doen verliezen. De universiteiten hebben te rekenen met een mindering van €50 miljoen in hun bekostiging, waarbij met name de 'klassieke universiteiten' als de UvA, UU en RUG miljoenen zullen moeten inleveren.  Bij de hogescholen ziet het er naar uit dat de cijfers nog dramatischer zullen zijn.

    Einde 77% van de masters

    Om te beginnen is ruim 9500 van de 12.000 masterstudenten in het HBO als deeltijder ingeschreven. Een beëindiging van de bekostiging zou een einde van 77% van het bekostigde masteraanbod inhouden. Dit is meer dan een besparing, zegt CNV Onderwijs.

    "Na alle lippendienst dat het onderwijs na alle stelselwijzigingen rust nodig heeft, volgt met deze bezuiniging de volgende stelselwijziging. Want met het dichtbranden van de deeltijdstudiemogelijkheden wordt de HBO master die hoofdzakelijk in deeltijd gegeven wordt, de nek omgedraaid."

    De ingreep zou daarom een stelselverandering inhouden, die noch in het rapport-Veerman, noch in de conclusies daaruit voor het beleid was overwogen of opgenomen. Dit zal in het bijzonder de masters in de zorg raken. Dit HBO-aanbod heeft de voorbije jaren door de kwaliteit van de opleidingen en de veranderende vraag in de beroepspraktijk een krachtige ontwikkeling doorgemaakt.

    De daarmee opgebouwde infrastructuur, veelal ook ondersteund vanuit de lectoraten en praktijkgericht onderzoek, zou zwaar getroffen worden, omdat niet verwacht mag worden dat private partijen in de zorgsector en zo sterke rol kunnen spelen, dat zij dit HO-aanbod over kunnen nemen.

    De zwaarst getroffen instellingen

    Het einde van de deeltijd-bekostiging zal niet elke instelling gelijkelijk treffen. De zwaarst getroffenen zijn:

    Fontys:  deze hogeschool heeft nu nog 9.416 deeltijdstudenten

    HU: 7.858

    HvA: 5.317

    HAN: 5.310

    Inholland: 4.722

    Hogeschool Rotterdam: 4.089

    Avans: 4.041

    Windesheim: 3.164

    Saxion: 3.048

    HHS: 2.383

    Grote bedragen in de min

    Het verlies aan bekostiging is hiermee reeds nu in grote trekken te berekenen. Fontys zou ongeveer €43 miljoen minder ontvangen dan voorheen. Inholland zou tegen de €25 mln kwijt zijn, de Haagse Hogeschool ongeveer €12 mln en de andere in de lijst hierboven bedragen die daar tussenin zitten. Een snelle compensatie van zulke verminderingen van hun bekostiging via particulier aan te bieden deeltijdaanbod kunnen de instellingen niet verwachten.

    Geen HO-sector zal bij de voorstellen zo ingrijpend geraakt worden als de lerarenopleidingen, met name de opleidingen die leiden tot upgrading binnen het docentenvak. Van de ongeveer 60.000 deeltijdstudenten in het HBO is ruim een derde student in de educatieve vakken.

    Van deze 20.000 spijkert ongeveer driekwart bij met behulp van de zogeheten lerarenbeurs, die vanuit het advies Rinnooy Kan werd ingesteld om het opwaarderen en Leven Lang Leren in het onderwijs een impuls te geven. De straks te verwachten kostendekkende tarieven voor deeltijd-HO zullen het gebruik van deze beurs zeer onder druk zetten. Reeds nu is sprake van aanzienlijk minder gebruik, omdat de doorstuderende docent ineens een instellingscollegegeld moet gaan betalen. Dit negatieve effect op de participatie met behulp van de lerarenbeurs zal nu dus nog verder versterkt worden.

    Elke meester master?

    "Jaarlijks maken  zo'n 4000 mensen gebruik van de lerarenbeurs," meldt CNV Onderwijs. "Deze bezuiniging haalt indirect de investering in leerkrachten onderuit. Een ruwe schatting laat zien dat een derde van alle deeltijdstudenten op HBO en WO studenten zijn die werkzaam zijn in het onderwijs, of een baan in het onderwijs ambiëren. Juist iets waar we als sociale partners trots op waren." De noodzakelijke instroom van deelnemers om de aanstaande tekorten aan docenten op te vangen zal niet meer mogelijk zijn, zo vrezen de betrokkenen.   

    Dit raakt twee fundamentele ambities van het onderwijsbeleid. Ten eerste is Kamerbreed ondersteund dat gestreefd moet worden naar  het adagium 'Iedere meester een master.' Deze kerngedachte uit het debat van de grote educatieve faculteiten met de woordvoerders uit de Kamer werd in november 2010 als een doorbraak in de discussie over de kwaliteit gezien. De voorziene ingreep in het deeltijd-HO maakt deze normstelling niet meer haalbaar.

    Meer in den brede geldt dit ook voor het streefdoel om binnen het HBO te komen tot tenminste 80% docenten op masterniveau. De inspanningen daarvoor worden door zo'n ingreep eveneens zwaar onder druk gezet. De voorzitter van de HBO-raad, Thom de Graaf, reageerde ten aanzien van deze kwalitatieve ambitie al met de volgende woorden: "Dat schept grote onzekerheid rond kwaliteitsafspraken en investeringen."

    Schade aan Pensioenakkoord

    CNV Onderwijs trekt dit thema zelfs nog breder. Men wijst op de achterstand van ons land bij Leven Lang Leren vergeleken bij de inzet daarvoor in vooraanstaande kennisnaties. "Een Kamerbreed aanvaarde motie [de motie-Hamer red.] stelt het doel ons land in de top vijf van de kenniseconomieën brengen en dit is ook vastgelegd in het regeerakkoord."

    "Het idee, ook van de Lissabondoelstellingen, van een Leven Lang Leren sluit daarbij aan. In een brief aan de Kamer schrijft staatssecretaris Zijlstra dat deelname aan post-initiële scholing gestabiliseerd is. Hij wil de achterstand met de koplopers op dit terrein als Zweden en Finland dichten. Dan past zo'n bezuiniging dus echt niet."

    Dit hangt samen met de afspraken die op dit gebied zijn gemaakt door het kabinet met de sociale partners in het kader van de Stichting van de Arbeid en de SER. Zij spraken af veel meer te gaan doen om de loopbanen van werknemers te verrijken door scholing en training gedurende het werkzaam leven, ook vanwege de veel langere arbeidsparticipatie en de vergrijzing. Dit is een wezenlijk onderdeel van het Pensioenakkoord en dat wordt door de ingreep vanuit OCW feitelijk onderuit gehaal, zo vreest het CNV.

    "Doorwerken tot je 67ste kan alleen als werknemers, werkgevers en de overheid blijven investeren in de scholing van mensen. In het Pensioenakkoord staan afspraken over een loopbaanscan, waarmee werknemers advies kunnen krijgen welke scholing ze zouden kunnen volgen om actief en inzetbaar te blijven. Het is wel heel cru als de overheid eerst besluit, om mensen langer door te laten werken en aan de andere kant mogelijkheden ze langer inzetbaar te houden om zeep helpt."