"Het Rijk gaat in de periode 2012-2016 veel minder uitgeven aan
wetenschappelijk onderzoek", waarschuwt het
Rathenau-rapport. De berekeningen kijken naar alle uitgaven
vanuit ministeries en daaraan verbonden organen en
instellingen.
Zo noteert Rathenau over VWS: "Het ministerie van VWS halveert
de bijdrage aan ZonMw, een belangrijke financier van de
universitaire medische centra." OCW zit ook op de weg omlaag:
"Deels doordat TNO onder het ministerie van EL&I komt te
vallen, maar ook hier door het aflopen van FES-projecten (ongeveer
€ 100 miljoen), de tijdelijke regeling regeling 'kenniswerkers' en
een korting op talentprogramma's bij NWO met ongeveer € 40
miljoen."
Vergelijkbare patronen zijn bij andere ministeries te zien. "Het
onderzoeksbudget van het ministerie van Infrastructuur en Milieu
daalt van 138 miljoen in 2010 naar 58 miljoen in 2016. Dat komt
doordat er geld wordt overgeheveld naar het ministerie van
EL&I, maar ook doordat er gekort wordt op projecten op het
gebied van verkeer en waterstaat en van milieu en er projecten
aflopen zoals op het gebied van water."
Omlaag naar 0,69% BBP
Het totale bedrag voor onderzoek aan universiteiten stijgt
licht: naar verwachting gaat de eerste geldstroom van ruim 2,3
miljard dit jaar naar ruim 2,4 miljard in 2016. Toch is er sprake
van een aanzienlijke daling: ook als BBP-percentage dalen de
overheidsuitgaven voor onderzoek tot naar schatting 0,69% in 2016.
De al eerder ingeschatte daling blijkt nu bij nadere berekening nog
groter dan bij eenzelfde inventarisatie in 2011. Die
Rathenau-inventarisatie was gebaseerd op cijfers van de ministeries
waarin de gevolgen van het Regeerakkoord nog niet volledig waren
opgenomen.
De daling komt dus niet vanwege de universiteiten, maar door het
aflopen van onderzoeksprogramma's en door bezuinigingen op
instituten voor toegepast onderzoek. Dus precies de 'kennis, kunde,
kassa' instituties waar het kabinet nadrukkelijk op zegt te willen
sturen en stimuleren.
Ruimtevaart, energie, agrofood
Een deel van de teruggang gecompenseerd door belastingvoordelen
voor bedrijven die in innovatie investeren. Minister Verhagen
schreef de Kamer recent expressis verbis dat de rekensommen
van de VSNU daarom niet deugen: "Ten eerste heeft de VSNU de in
verband met de crisis eenmalig sterk opgehoogde middelen van de
FES-begroting van 2009 tot en met 2012 vergeleken met de begroting
van 2015. Daar vallen de begrotingen voor de jaren 2009 en 2010
onder, die in verband met crisismaatregelen verhoogd waren door het
naar voren halen van middelen die voor latere jaren waren
begroot.
Daarnaast stelt de VSNU uitgaven uit het FES-domein kennis en
innovatie gelijk aan investeringen in kennis en onderzoek. Een
substantieel deel van de investeringen kwam echter ten goede aan
projecten op onderwijsgebied. De werkelijke verlaging van de FES-middelen in
2015 bedraagt daarmee niet 500 miljoen euro maar circa 240 miljoen
euro."
Toch is ook met inachtenming van het betoog van de minister de
totale daling sterker dan eerder verwacht, zo concludeert het
Rathenau Instituut. Bij het ministerie van EL&I gaat in 2016 50
miljoen minder naar landbouwkundig onderzoek. Het overige budget
van EL&I daalt eveneens, van 698 nu naar 402 miljoen in 2016.
Hierin zitten onder meer bezuinigingen verwerkt op TNO (35
miljoen), ECN (30 miljoen) en NLR, het Nationaal Lucht- en
Ruimtevaartlaboratorium (11 miljoen).
Dit staat nog los van de beëindiging van de FES-gelden en
innovatieprogramma's. Het kabinet streeft ernaar deze bezuinigingen
te laten opvangen door bedrijven, met een extra belastingvoordeel
van 500 miljoen vanaf 2014.
Het volledige rapport is hier te vinden.