Bij het afscheid van AWT-voorzitter Joop Sistermans zette de
Utrechtse collegevoorzitter haar visie uiteen op de kansen en
bedreigingen die de kennissector op zich af ziet komen. Daarbij gaf
zij een zeer scherpe boodschap. Zo viel haar op, dat ons land op
allerlei punten zeer hoog scoort, maar de consequenties daarvan
niet lijken door te dringen.
Daar wringt de schoen
"Hoe is het mogelijk, zo vraagt de THES zich af, dat een klein
land als Nederland 12 universiteiten heeft bij de top 200 in de
wereld? Het zijn niet alleen de Britten die de Nederlandse
universiteiten hoog aanslaan. Uit de laatste Innovation
Scoreboard - de jaarlijkse monitor van de Europese Unie over het
innovatievermogen van de lidstaten - scoort Nederland op 1
als het gaat om een 'open en excellent researchsystem' ."
"Maar uit diezelfde monitor blijkt ook dat Nederland niet bij de
Innovatiekopgroep hoort. Dat zijn de Nordics en Duitsland. Landen
die allemaal de Lissabon-norm van 3% BNP voor R&D wel halen of
er - zoals Duitsland - dicht in de buurt zijn. Landen ook met
een hoog niveau van bedrijfsinvesteringen in onderzoek en
ontwikkeling. En ook daar wringt de schoen in ons land. Nederland
verkeert in de onderste regionen van de Europese Unie op de
parameter private R&D-uitgaven, een buitengewoon zorgelijk
punt."
70% van de economie gemist
Ook bij het durven kiezen en volhouden van een strategie voor
het kennisbeleid ziet Van Rooy een gebrek aan 'ugency' en
volharding. Zij wees op de impact van Sistermans'
rapport Backing winners uit 2003. "Dat
viel toen nog bij EZ op dorre grond. Maar het Innovatieplatform dat
inmiddels was opgericht zag er wel heil in. De
sleutelgebieden-aanpak was een eerste aanzet om keuzes te maken.
Het huidige kabinet heeft die koers vervolgd, ook al zijn 10
topsectoren wel wat veel van het goede en kunnen cynici gemakkelijk
beweren dat er dus niet echt gekozen wordt."
KNAW President Robbert Dijkgraaf pakte dit punt direct op in
zijn rede bij het afscheid van Sistermans. Hij wees er in scherpe
bewoordingen op dat de topsectoren essentiële aspecten missen:
de 'grand challenges' van de Horizon 2020 strategie waarin Europa
gaat investeren en de dienstensector van onze
economie. "70% van onze economie zit dus niet in de
topsectoren."
Dat heeft ertoe volgens Van Rooy geleid, dat er geen werkelijk
ambitieus beleid tot stand is gekomen. "Ondanks KIA's, de
ontwikkeling van de Kennisinvesteringsquote, tal van waardevolle
ATW-adviezen, Kamerbreed aanvaarde moties om bij de top 5 van
kenniseconomieën te behoren [de motie-Hamer red.] zijn het
vooral enthousiaste beleidsvoornemens die zich niet vertalen in
voldoende financieel commitment, althans niet voldoende om onze
concurrenten bij te houden."
Hogere ambitie, Duits voorbeeld
Bij het afscheid van Sistermans had even daarvoor
staatssecretaris Zijlstra al gezegd, dat hij de denklijnen van de
AWT mooi vond, maar "uw ambitie ligt wat hoger dan wij kunnen
waarmaken qua investeringen." Scherp wees Van Rooy vervolgens op
een zeer verschillend beleid en een voorbeeld van een andere
strategische benadering. Die levert meteen een tip op voor
Kamerleden en bedrijven die verder willen kijken dan hun neus lang
is.
"In dit opzicht moeten wij ons spiegelen aan Duitsland dat
én financieel solide is én stevig in kennis investeert. Bezoeken
aan Duitsland kunnen leerzaam zijn en bijdragen aan de sense of
urgency. Dat geldt voor met Vaste Kamercommissies om kennis te
nemen van de Excellenzinitiative, maar ook voor bedrijfsleven
delegaties om zicht te krijgen op het hoge niveau aan bedrijfs
R&D."
Ook Dijkgraaf pakte dit punt op. "Het niveau van de
investeringen blijft ver achter bij de noodzaak. De achterstand is
in dit opzicht nu al zo'n €1 miljard. Het ministerie van EL&I
schetst over de komende periode een positief beeld, er zou in 2015 €700 miljoen
meer ter beschikking komen. Dat is een 'best case scenario', op
zijn best. Wij zien signalen van gelijkblijvend en zelfs dalende
effectieve onderzoeksfinanciering."
Schep een multiplier via een hefboom
Van Rooy wilde het bij deze vaststellingen niet laten,
want "het is zaak ook pragmatisch te zijn." In Europa wordt
wel stevig geïnvesteerd in kennis en het is van belang dat ons land
daar optimaal op in weet te steken. Ze gaf aan dat dat ook wel moet, want
"om van de Topsectoren met een zeer bescheiden budget een succes te
maken, is er m.i één route die succesvol kan zijn en dat is de
Brusselse route. De Europese Commissie laat met Horizon 2020 zien
dat het haar ernst is om stevig te investeren in de kenniseconomie.
Voor de komende jaren is een budget van 80 miljard uitgetrokken.
Geen klein bier."
Die route naar succes is niet eenvoudig geplaveid, "ondanks de
goede record van Nederland bij de voorgaande kaderprogramma's." Wil
ons land 'scoren' moeten de kennisinstellingen en bedrijven "voor
de Europese programma's middelen voor matching meebrengen.
Met de forse bezuinigingsdruk die de universiteiten ervaren, en
voor veel bedrijven geldt hetzelfde, zijn die middelen er niet."
Dit maakt vindingrijk.
Van Rooy stelt daarom voor het "zeer bescheiden budget" van de
topsectoren zeer gericht in te zetten, als hefboom voor de grote
bedragen vanuit Europa. "Daarom dient het EL&I-budget voor de
topsectoren zo ingezet te worden dat het als matching kan dienen
voor bedrijven en universiteiten die in het kader van een topsector
samen voorstellen in Brussel indienen. Alleen zo kunnen we met het
topsectorenbudget een multiplier-effect creëren."
"Dat vraagt een slimme follow up van de innovatiecontracten
waarbij prioriteit gegeven wordt aan voorstellen die gericht zijn
op participatie in Horizon 2020. Op deze manier draagt Nederland
substantieel bij aan de Europese kennisbasis, maar kan het ook
oogsten!" (De publiek gemaakte inzet van EL&I en OCW op dit
punt leest u hier.)
Meer dan een rinkelende bel
Robbert Dijkgraaf viel Van Rooy bij en onderstreepte, dat "er
geen reëel alternatief is voor kennis als grondslag van de
economie, wereldwijd en ook voor Nederland niet. Het is geen
vrijblijvende abstractie. Het deelnemen in en initiëren van de
vitale netwerken voor de kenniseconomie zijn niet
vrijblijvend."
"Slimme combinaties van generieke en specifieke acties zijn in
het beleid noodzakelijk. Als daarom gesproken wordt over het
adagium van 'kennis, kunde, kassa', dan moet die laatste meer
inhouden dan steeds dezelfde rinkelende bel. De kenniseconomie
heeft misschien geen vijanden, maar heeft hij ook vrienden?"