In een opiniestuk wijst Dresscher er op dat de krimp niet meer
gezien kan worden als een beperkt vraagstuk dat in enkele perifere
delen van het land gaat spelen. Het raakt al op korte termijn zowel
de arbeidsmarkt als de kwaliteit van de onderwijsinfrastructuur en
het aanbod van onderwijs. "In sommige dorpen verdwijnen hele
scholen omdat de gemeenschap is vergrijsd en de omgeving ontvolkt.
Maar zelfs na een herschikking blijven veel scholen over die qua
omvang maar net groot genoeg zijn om overeind te
blijven."
Die bredere benadering is ook elders in het onderwijs aan de
orde. Om goed en voldoende onderwijs te kunnen blijven aanbieden,
wordt samenwerking tussen instellingen wezenlijk, maar de
regelgeving biedt weinig ruimte. Minister Van Bijsterveldt gaat in krimpregio's ruimte
bieden voor experimenten.
De Hanzehogeschool heeft in dit verband een lector Krimp benoemd. Dit lectoraat onderzoekt
de motieven, drijfveren, wensen en beweegredenen van bewoners van
krimpregio's. Een nieuw digitaal handboek
helpt elke onderwijsinstelling de impact van de demografische
omslag voor hun toekomst zelf uit te rekenen en vooruit te
plannen.
U leest hier de bijdrage van Dresscher en zijn oproep aan het
kabinet op dit terrein tot een bredere visie gericht op de langere
termijn van de kwaliteit van het onderwijs als wezenlijke publieke
voorziening te komen.
1000 scholen op de rand
"Komend weekeinde verschijnt in het Onderwijsblad een
uitgebreide analyse van de krimp. Daaruit blijkt dat de krimp het
basisonderwijs de komende jaren 300 miljoen euro kost. Het was tot
voor kort het probleem van de dunbevolkte buitengebieden; inmiddels
kampen basisscholen in 326 van de 430 gemeenten met teruglopende
leerlingenaantallen.
Tussen nu en 2015 neemt het aantal basisschoolleerlingen met 67
duizend kinderen af. Daarna vlakt het wat af, maar op basis van
CBS-cijfers concludeert het Onderwijsblad dat de
basisschoolpopulatie in de periode 2016-2020 met nog eens 30
duizend kinderen afneemt. Het aantal scholen dat op een
leerlingenaantal zit dat sluiting rechtvaardigt, is nu al opgelopen
tot duizend. Dat aantal zal de komende jaren oplopen.
Natuurlijk beseffen we ook bij de Algemene Onderwijsbond dat
hier sprake is van een demografisch feit. Ook vinden we het logisch
dat de subsidie wordt gekoppeld aan het aantal scholieren. Dit
leidt nu al tot pijnlijke keuzes: schoolkinderen zien hun juf
verdwijnen omdat de school haar niet meer kan betalen. In sommige
dorpen verdwijnen hele scholen omdat de gemeenschap is vergrijsd en
de omgeving ontvolkt. Maar zelfs na een herschikking blijven veel
scholen over die qua omvang maar net groot genoeg zijn om overeind
te blijven.
Ontwrichting arbeidsmarkt dreigt
Onlangs vertelde minister Van Bijsterveldt aan de Kamer dat veel
mensen die hun baan kwijt raken in het onderwijs snel elders een
betrekking hebben. Bij de AOb betwijfelen we of het onderwijs de
komende jaren 3300 werkzoekenden kan opvangen en vrezen de
gevolgen: veel scholen die nu in de problemen zijn, hebben duur
ouder personeel dat ze in dienst houden ten koste van de jongere
leerkracht die uit het onderwijs verdwijnt.
Het wordt veel erger als daar nog eens duizenden werkzoekenden
bovenop komen omdat het kabinet-Rutte volhardt in de wens 300
miljoen euro te bezuinigen op het passend onderwijs. Dat kost
scholen in totaal nog eens 6000 formatieplaatsen.
Los van het feit dat de bezuiniging indruist tegen de wens
toponderwijs aan te bieden in Nederland, ontwricht deze regering
willens en wetens de arbeidsmarkt. De coalitie roept dat het wordt
gedwongen door de economische situatie, maar dat is eenvoudigweg
niet waar: het geld is gewoon voorhanden, maar staat gereserveerd
voor prestatiebeloning.
Al anderhalf jaar roept de AOb het kabinet op deze post in te
zetten om een ramp af te wenden in het passend onderwijs. Al
anderhalf jaar wordt die wens genegeerd. Argumenten die het nut van
de hele operatie in twijfel trekken, worden stelselmatig terzijde
geschoven. Maar er komt nu toch een heel ander probleem om de hoek
kijken: er moet gereorganiseerd worden en instellingen moeten
proberen zichzelf staande te houden. En buiten de school woedt de
crisis minstens even hard. In zo'n klimaat vindt niemand het gek
dat een kabinet bepaalde ambities even in de koelkast zet:
baanbehoud is in tijden van crisis belangrijker dan een hobby van
de VVD.
Geen gok nu in crisisfase
De coalitie liep in het regeerakkoord vooruit op het welslagen
van de proef en reserveert er aan het einde van de rit 250 miljoen
voor. Dan toon je een gebrek aan realiteitszin: waarom zou een
Nederlandse proef slagen waar alle andere experimenten
mislukten?
Een gesloten proef waarvan niet de verwachtingen maar de
conclusies leidend zijn, dat vinden we prima. Alleen: niet nu. In
tijden van crisis waag je zo'n gok niet. Het gaat om kwaliteit van
onderwijs, het gaat om banen van mensen in onzekere tijden. Daar
moet je niet lichtvoetig over doen.
Nu geld blijven pompen in een omstreden proef met prestatieloon
druist in tegen het landsbelang. Daarom is niet minister Van
Bijsterveldt maar premier Rutte aan zet: hij moet zich wat minder
VVD'er en wat meer staatsman tonen door er voor te kiezen dat zo
veel mogelijk mensen aan het werk blijven.
Temeer omdat het kabinet het onderwijs op deze manier met een
probleem opzadelt voor de nabije toekomst. Vooral de oudere
docenten blijven aan het werk, en die gaan nog steeds met pensioen.
Tegen de tijd dat die afzwaaien, zijn de ontslagen jonge collega's
wat anders gaan doen. Of ze hebben een enorme kennisachterstand.
Dat lijkt me een zeer ongewenst neveneffect.
Walter Dresscher, voorzitter van de Algemene
Onderwijsbond