• A
  • A
  • Krimp raakt heel het onderwijs

    - De demografische omslag gaat Nederland echt veranderen. AOb-voorzitter Walter Dresscher roept premier Rutte daarom op hier serieus werk van te maken. Tussen nu en 2015 kost de krimp 3300 leerkrachten hun baan. Dat raakt nu al “scholen in 326 van de 430 gemeenten,” schrijft hij.

    In een opiniestuk wijst Dresscher er op dat de krimp niet meer gezien kan worden als een beperkt vraagstuk dat in enkele perifere delen van het land gaat spelen. Het raakt al op korte termijn zowel de arbeidsmarkt als de kwaliteit van de onderwijsinfrastructuur en het aanbod van onderwijs. "In sommige dorpen verdwijnen hele scholen omdat de gemeenschap is vergrijsd en de omgeving ontvolkt. Maar zelfs na een herschikking blijven veel scholen over die qua omvang maar net groot genoeg zijn om overeind te blijven." 

    Die bredere benadering is ook elders in het onderwijs aan de orde. Om goed en voldoende onderwijs te kunnen blijven aanbieden, wordt samenwerking tussen instellingen wezenlijk, maar de regelgeving biedt weinig ruimte. Minister Van Bijsterveldt gaat in krimpregio's ruimte bieden voor experimenten. 

    De Hanzehogeschool heeft in dit verband een lector Krimp benoemd. Dit lectoraat onderzoekt de motieven, drijfveren, wensen en beweegredenen van bewoners van krimpregio's. Een nieuw digitaal handboek helpt elke onderwijsinstelling de impact van de demografische omslag voor hun toekomst zelf uit te rekenen en vooruit te plannen. 

    U leest hier de bijdrage van Dresscher en zijn oproep aan het kabinet op dit terrein tot een bredere visie gericht op de langere termijn van de kwaliteit van het onderwijs als wezenlijke publieke voorziening te komen. 

    1000 scholen op de rand 

    "Komend weekeinde verschijnt in het Onderwijsblad een uitgebreide analyse van de krimp. Daaruit blijkt dat de krimp het basisonderwijs de komende jaren 300 miljoen euro kost. Het was tot voor kort het probleem van de dunbevolkte buitengebieden; inmiddels kampen basisscholen in 326 van de 430 gemeenten met teruglopende leerlingenaantallen. 

    Tussen nu en 2015 neemt het aantal basisschoolleerlingen met 67 duizend kinderen af. Daarna vlakt het wat af, maar op basis van CBS-cijfers concludeert het Onderwijsblad dat de basisschoolpopulatie in de periode 2016-2020 met nog eens 30 duizend kinderen afneemt. Het aantal scholen dat op een leerlingenaantal zit dat sluiting rechtvaardigt, is nu al opgelopen tot duizend. Dat aantal zal de komende jaren oplopen. 

    Natuurlijk beseffen we ook bij de Algemene Onderwijsbond dat hier sprake is van een demografisch feit. Ook vinden we het logisch dat de subsidie wordt gekoppeld aan het aantal scholieren. Dit leidt nu al tot pijnlijke keuzes: schoolkinderen zien hun juf verdwijnen omdat de school haar niet meer kan betalen. In sommige dorpen verdwijnen hele scholen omdat de gemeenschap is vergrijsd en de omgeving ontvolkt. Maar zelfs na een herschikking blijven veel scholen over die qua omvang maar net groot genoeg zijn om overeind te blijven. 

    Ontwrichting arbeidsmarkt dreigt 

    Onlangs vertelde minister Van Bijsterveldt aan de Kamer dat veel mensen die hun baan kwijt raken in het onderwijs snel elders een betrekking hebben. Bij de AOb betwijfelen we of het onderwijs de komende jaren 3300 werkzoekenden kan opvangen en vrezen de gevolgen: veel scholen die nu in de problemen zijn, hebben duur ouder personeel dat ze in dienst houden ten koste van de jongere leerkracht die uit het onderwijs verdwijnt. 

    Het wordt veel erger als daar nog eens duizenden werkzoekenden bovenop komen omdat het kabinet-Rutte volhardt in de wens 300 miljoen euro te bezuinigen op het passend onderwijs. Dat kost scholen in totaal nog eens 6000 formatieplaatsen.

    Los van het feit dat de bezuiniging indruist tegen de wens toponderwijs aan te bieden in Nederland, ontwricht deze regering willens en wetens de arbeidsmarkt. De coalitie roept dat het wordt gedwongen door de economische situatie, maar dat is eenvoudigweg niet waar: het geld is gewoon voorhanden, maar staat gereserveerd voor prestatiebeloning. 

    Al anderhalf jaar roept de AOb het kabinet op deze post in te zetten om een ramp af te wenden in het passend onderwijs. Al anderhalf jaar wordt die wens genegeerd. Argumenten die het nut van de hele operatie in twijfel trekken, worden stelselmatig terzijde geschoven. Maar er komt nu toch een heel ander probleem om de hoek kijken: er moet gereorganiseerd worden en instellingen moeten proberen zichzelf staande te houden. En buiten de school woedt de crisis minstens even hard. In zo'n klimaat vindt niemand het gek dat een kabinet bepaalde ambities even in de koelkast zet: baanbehoud is in tijden van crisis belangrijker dan een hobby van de VVD. 

    Geen gok nu in crisisfase 

    De coalitie liep in het regeerakkoord vooruit op het welslagen van de proef en reserveert er aan het einde van de rit 250 miljoen voor. Dan toon je een gebrek aan realiteitszin: waarom zou een Nederlandse proef slagen waar alle andere experimenten mislukten?

    Een gesloten proef waarvan niet de verwachtingen maar de conclusies leidend zijn, dat vinden we prima. Alleen: niet nu. In tijden van crisis waag je zo'n gok niet. Het gaat om kwaliteit van onderwijs, het gaat om banen van mensen in onzekere tijden. Daar moet je niet lichtvoetig over doen. 

    Nu geld blijven pompen in een omstreden proef met prestatieloon druist in tegen het landsbelang. Daarom is niet minister Van Bijsterveldt maar premier Rutte aan zet: hij moet zich wat minder VVD'er en wat meer staatsman tonen door er voor te kiezen dat zo veel mogelijk mensen aan het werk blijven. 

    Temeer omdat het kabinet het onderwijs op deze manier met een probleem opzadelt voor de nabije toekomst. Vooral de oudere docenten blijven aan het werk, en die gaan nog steeds met pensioen. Tegen de tijd dat die afzwaaien, zijn de ontslagen jonge collega's wat anders gaan doen. Of ze hebben een enorme kennisachterstand. Dat lijkt me een zeer ongewenst neveneffect. 

    Walter Dresscher, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond