Hoewel vooral de Scandinavische landen ook afgelopen jaar weer
sterk presteerden, slaagt de EU er als geheel niet in om de
innovatiekloof met de VS, Japan en met Zuid-Korea te dichten. Dat
was de ietwat treurige conclusie die Eurocommissaris Antonio Tajani
(Industrie en Ondernemingen) moest trekken tijdens de presentatie
van de Innovation Union Scoreboard 2011.
Beste jongetje
Niet alleen blijft de kloof tussen de EU en VS, Japan en
Zuid-Korea in stand, van de andere kant voelt Europa ook nog de
hete adem van China in zijn nek. China's beleidsplan om in 2020 maar
liefst twee miljoen patenten geregistreerd te hebben, werpt
kennelijk nu al vruchten af.
Net als vorig jaar is Zweden weer het beste jongetje van de
Europese klas. Vooral op het aantal internationale co-publicaties
van wetenschappelijke artikelen scoort het land goed. Verder speelt
het bedrijfsleven in Zweden een grote innovatieve rol: bij het
aanvragen van patenten bijvoorbeeld, in samenwerking met
onderzoeksinstellingen.
Open karakter
Nederland krijgt een mooie voldoende van
de Europese Commissie voor het open en excellente karakter van het
onderzoekssysteem. Opvallend is echter dat voor Nederland de
cijfers ontbreken voor het aantal kenniswerkers dat in onderwijs en
onderzoeksinstellingen werkzaam is.
In het BZK-rapport Reguliere Migratietrends 2008-2010 staat dat
het aantal wetenschappelijk onderzoekers dat als kennismigranten is
toegelaten, is gegroeid van 864 in 2008 tot 1.485 in 2010. Volgens
de IND komt deze groei doordat Nederland actief toptalent uit het
buitenland aantrekt. Onduidelijk blijft nu echter hoe het
Nederlandse aantal zich verhoudt tot de aantallen kennismigranten
in andere EU-landen.
Topsectorenbeleid
Ondanks de impliciete kritiek op het bedrijfsleven in de
Scoreboard, reageert VNO-NCW positief op het rapport van de
Europese Commissie: "Nederland is opgeschoven van de 8e naar de 7e
plaats in Europa". Maar de werkgeversorganisatie erkent wel dat
Nederlandse bedrijven de "excellente basis onvoldoende vertalen
naar economische activiteit."
Om hierin beter te slagen kijkt VNO-NCW naar het
topsectorenbeleid van de overheid en de succesvolle technolgische
topinstituten. De werkgevers onderstrepen daarbij nog dat
continuering van het topinstituten binnen het topsectorenbeleid een
noodzakelijke voorwaarde is, wil Nederland nog een sport hoger op
de innovatieladder terecht komen.
Wie zijn de innovatieleiders in Europa?
Het Innovatie-Uniescorebord van 2011 verdeelt de lidstaten in de
onderstaande vier landengroepen:
- 'Innovatieleiders': Zweden, Denemarken, Duitsland en
Finland.
- 'Innovatievolgers': België, het Verenigd Koninkrijk,
Nederland, Oostenrijk, Luxemburg, Ierland, Frankrijk, Slovenië,
Cyprus, en Estland, met prestaties dicht bij het
EU-27-gemiddelde.
- 'Gematigde innovatoren': Italië, Portugal, Tsjechië,
Spanje, Hongarije, Griekenland, Malta, Slowakije en Polen, die
onder het EU-27-gemiddelde presteren.
- 'Bescheiden innovatoren': Roemenië, Litouwen, Bulgarije en
Letland, die ver onder het EU-27-gemiddelde scoren.
Achtergrond
Het Innovatie-Uniescorebord van 2011 is nu gebaseerd op 24
indicatoren, die ingedeeld worden in drie hoofdcategorieën en acht
aspecten:
- "aanjagers", d.w.z. de elementaire bouwstenen die innovatie
mogelijk maken (human resources; open, excellente en aantrekkelijke
onderzoekssystemen; financiën en steun);
- "bedrijfsactiviteiten" die een beeld geven van de
innovatie-inspanningen van Europese bedrijven
(bedrijfsinvesteringen, netwerken en ondernemerschap, intellectuele
activa); en
- "outputs" waaruit blijkt hoe dit in voordelen voor de gehele
economie wordt omgezet (innovatoren en economische effecten, met
inbegrip van werkgelegenheid).