"Mede dankzij het Sirius-Programma is het besef aan het groeien
dat er een grote groep studenten is die meer uitgedaagd kan
en wil worden en zich nadrukkelijk wil onderscheiden," stelt het
rapport van de auditcommissie over 2011. Toch zijn er nog zeker
stappen te maken zo concludeert de commissie.
Verschil in HBO en WO
"Een kritische massa van het aantal studenten dat daadwerkelijk
kiest voor deelname aan excellentieprogramma's is echter wel nodig
om de voor excellentie noodzakelijke cultuuromslag verder gestalte
te kunnen geven."
Uit het rapport blijkt dat zes instellingen die in 2009 in het
kader van Sirius begonnen met het aanbieden van
excellentieprogramma's inderdaad voorop lopen. "Zij zijn verder in
programmaontwikkeling en kwantitatieve deelname dan de 14
instellingen uit tranche 2. Instellingen uit tranche 1 hebben in
2010-2011 de deelname van studenten met 20 tot 30 % zien
toenemen."
Omdat de instellingen uit de tweede tranche veel tijd nodig
hebben gehad, om excellentieprogramma's inhoudelijk op te zetten
zijn er hier, zo blijkt uit het rapport, nog geen grote
kwantitatieve resultaten geboekt. Opvallend in beide tranches
blijft het verschil tussen WO en HBO. "Ook bij de instellingen uit
tranche 2 beschikken universiteiten over een (relatief) grotere
deelname van studenten aan excellentieprogramma's dan de
hogescholen."
Uitval is nog te hoog
De Sirius-auditcommissie constateert tevens dat er bij veel
programma's nog te vaak sprake is van uitval. "Deze varieert tussen
de 10 en 30%." Het uitvallen heeft vaak te maken met "een te volle
agenda onder studenten: juist de studenten in excellentieprogramma'
s zijn ook vaak betrokken bij andere, extracurriculaire,
activiteiten, waardoor ze hun excellentieprogramma voortijdig
staken. Ook zijn veel excellentieprogramma's recent gestart en
hebben te maken met kinderziektes."
Omdat een excellentietraject nog geen vast onderdeel van de
opleiding is, vorm stoppen geen belemmering voor de voortgang van
de studie. Dit gegeven in combinatie met een vooralsnog nog
onvoldoende zichtbare meerwaarde van excellentieprogramma's kan ook
een reden voor de hoge uitval zijn.
De commissie adviseert dan ook dat "zowel voor studenten als
voor het afnemend veld moet nadrukkelijker worden duidelijk gemaakt
wat de meerwaarde is van het afronden van een excellentieprogramma.
Hierbij dient ook meer aandacht te komen voor het meetbaar maken
van deze meerwaarde, bijvoorbeeld door middel van assessments,
competentieprofielen en portfolio's."
Personeelsbeleid inrichten op excellentie
In het eindrapport komt de auditcommissie met enkele concrete
aanbevelingen. Zo moet onder meer de deelname aan
excellentietrajecten op termijn naar 10% van de volledige
HO-deelname en moet in het personeelsbeleid van instellingen
"duidelijke aanzetten worden gegeven voor een visie op en een
uitwerking van (excellente) docenten die actief aan het excellentie
onderwijs participeren."
Daarnaast verwacht de commissie dat instellingen "blijven zoeken
naar experimentele vormen van excellent onderwijs en de didactische
aanpak daarin. Voor de toekomst kan het ondermeer betekenen dat het
"excellentiedenken‟ verder verbreed wordt, zodat meer studenten de
uitdaging krijgen die ze aankunnen." Ook moeten studenten
inhoudelijke en adequate informatie krijgen over de
excellentieprogramma's.
Het volledige rapport van de Sirius-auditcommissie leest u hier.