"De industrie heeft in feite een monopolie in het hele
ontwikkeltraject tot aan de registratie en de marktregistratie van
het nieuwe geneesmiddel," stelt Rongen in zijn oratie. Academisch
onderzoek staat in deze fase vrijwel buitenspel. Daarnaast wordt
onafhankelijk academisch onderzoek naar geneesmiddelen, los van de
industrie, sowieso steeds lastiger. Subsidieverstrekkers stellen
samenwerking met de industrie steeds vaker als voorwaarde.
Rongen is niet de eerste die waarschuwt voor dit probleem.
Eerder wees Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz al op het gevaar van medicijnpatenten
voor een afgewogen en breed gebruik van medische kennis. "Dat leidt
tot een monopolie en een beperkte beschikbaarheid van sommige
medicijnen. Een van de gevolgen is het voortdurende 'gestoei'
tussen dure, gepatenteerde medicijnen en goedkope generieke
medicijnen."
Onafhankelijk onderzoek voor genuanceerder
beeld
"Bij het toekennen van onderzoeksgeld laat de overheid - via het
ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie - steeds
meer de tweede agenda van de werkgelegenheid meewegen. Dat is geen
positieve ontwikkeling." Volgens Rongen moeten we terug naar een
balans waarin onafhankelijk onderzoek weer de plaats krijgt die het
verdient.
"Wanneer een potentieel geneesmiddel in een vroeg stadium ook
door partijen met verschillende belangen onafhankelijk van elkaar
wordt onderzocht, is de kans groot dat er een breder en
genuanceerder beeld van dat geneesmiddel ontstaat. Patiënten willen
niet alleen weten wat een geneesmiddel doet, maar ook welke
bijwerkingen mogelijk zijn. Onafhankelijk onderzoek draagt daar
absoluut aan bij."
Volgens Rongen is de patiënt als belastingbetaler de
belangrijkste belanghebbende in de ontwikkeling van nieuwe
medicijnen. Door de uiteenlopende agenda's van zowel overheid als
industrie wordt de balans verstoort en is de patiënt daar van de
dupe.
"De overheid mikt vooral op werkgelegenheid. De industrie zoekt
zoveel mogelijk naar kostenefficiëntie, naar maximale opbrengst
tegen minimale kosten. En onderzoekers willen zich op de kaart
zetten met publicaties in toptijdschriften die vaak worden
geciteerd. Die tweede agenda is geen probleem, zolang er maar een
goede balans tussen de verschillende belangen bestaat."
Nadelen worden niet onderzocht
Als voorbeeld voor het verstoorde evenwicht in dit
geneesmiddelenonderzoek geef Rongen het voorbeeld uit zijn eigen
onderzoek naar een veelbelovende enzymremmer. "Deze remmer
blokkeert een belangrijke ontstekingsreactie in de bloedvaten,
waardoor het risico op slagadervernauwing, trombose en hersen- en
hartinfarcten afneemt. Epidemiologisch onderzoek en onderzoek in
dieren laten goede resultaten zien. Op dit moment wordt in een
grootschalig onderzoek bij de mens onderzocht of het middel
inderdaad doet wat het lijkt te doen. Het kan echt een prachtig
medicijn worden."
Uit dieronderzoek is echter bekend dat de remming van het enzym
nog een ander effect heeft: het maakt hart- en hersenweefsel
gevoeliger voor zuurstoftekort. Rongen: "Wellicht krijgen minder
mensen een hartinfarct als ze met dit middel worden behandeld, maar
wie dan toch nog een infarct krijgt loopt mogelijk het risico dat
er bij hem meer hartspierweefsel afsterft dan normaal." Rongen
stelt voor om dit aspect alsnog mee te nemen in de grootschalige
studie, maar dat gebeurt niet.
"Of mijn zorg over de veiligheid van dit middel terecht is,
komen we voorlopig niet te weten", zegt Rongen. "Maar het voorbeeld
geeft ook aan hoe ingewikkeld het is om de risico's in te schatten
van een onderzoek met een geheel nieuwe klasse van geneesmiddelen.
En hoe belangrijk het is dat het onderzoeksprotocol door
onderzoekers met een verschillende achtergrond wordt
beoordeeld."