VNO-NCW en MKB Nederland hebben in kaart
gebracht welke Ad's vanuit de arbeidsmarktbehoefte veel belovend
zouden kunnen zijn. OCW is bereid een extra ronde van toekenningen
te doen als stimulans van de doorstroom en het opvangen van
arbeidsmarkttekorten.
Nieuwe opleidingen moeten aan twee voorwaarden voldoen: ze
moeten kwalitatief aan de maat zijn en ze moeten aansluiten bij
vraag uit de arbeidsmarkt. Halbe Zijlstra stelt geen maximum aan
het aantal nieuwe Ad-programma's.
Onverwacht en verwarrend
De Ad's zijn nu nog een pilot maar OCW wil ze een vaste plek
geven in het hoger onderwijs en de WHW daarvoor wijzigen. Lange
termijn strategie van de bewindsman is dat in 2020 15 % van de
HBO-instroom bij de Ad terechtkomt, nu is dat nog 1 %. Het
bedrijfsleven geeft aan dat de Ad nu nog weinig bekend is en dat
daardoor bij de meest betrokkenen als decanen, studenten en
bedrijven weinig animo merkbaar is.
Terwijl de bedrijven met hogescholen en ROC's aan het verkennen
waren waar Ad-aanbod nog een zinvolle impuls voor de arbeidsmarkt
en het LevenLangLeren zou kunnen zijn, werden zij verrast door de
ingreep van de staatssecretaris in het HO-deeltijdonderwijs.
ScienceGuide verneemt, dat in een afrondend overleg van
de hogescholen met de werkgevers tot deze laatste doordrong, dat de
positie van het HBO op dit terrein ineens fundamenteel veranderd
was. Dat OCW niet langer bekostigen zou wat zij gezamenlijk wilden
bepleiten bij Zijlstra, was een onverwachte en verwarrende
omstandigheid.
Daar komt bij, dat het bedrijfsleven in de gekozen aanpak tot nu
toe geen rekening had gehouden met het feit dat een expansie van
dit aanbod primair door de deelnemers zelf - en dus vooral ook hun
werkgevers en de sociale fondsen - gefinancierd zal moeten
worden.
Dit was evenmin opgenomen in de voorstellen vanuit de
topsectoren om het human capital te versterken en LLL impulsen te
geven in tekortsectoren. De SER is in ditzelfde verband geruime
tijd bezig geweest een verkennende visie op dit terrein te
formuleren. Dat ging niet vanzelf, zo bleek.
SER wil juist sterke HBO-deeltijd
De SER concludeert nu: "Gezien de verwachte behoefte aan
opscholing en omscholing van werkenden en werkzoekenden, is het
nodig dat bekostigde én private onderwijsaanbieders zich inspannen
om het gewenste aanbod ook te leveren. Voor zover op- en omscholing
worden gekoppeld aan erkende diploma's (mbo, hbo en wo), kunnen ook
ROCs, hogescholen en universiteiten een grotere rol spelen,
bijvoorbeeld door hun expertise en infrastructuur efficiënter in te
zetten."
Van afschaffing van bekostiging is in het advies geen sprake. De
SER herhaalt zelfs nadrukkelijk " zijn eerdere pleidooi om het
collegegeldkrediet ook beschikbaar te stellen voor studenten boven
de 30 jaar en zo de toegankelijkheid van scholing voor deze groep
te bevorderen."
Sterker nog, het deeltijdonderwijs in het HBO wil de SER
versterken als deel van de 'Veerman-profliering'. "Het pleidooi van
de raad voor hbo-deeltijdonderwijs impliceert niet dat elke
instelling voor hoger onderwijs ook aanbieder van deeltijdonderwijs
behoeft te zijn. De macrodoelmatigheid van deeltijdonderwijs kan
mede gelet op de moderne mogelijkheden van communicatietechnologie
en andere vraagpatronen op een andere wijze beoordeeld worden dan
de macrodoelmatigheid van het voltijdonderwijs."
"Ook meent de raad dat bij het aanbod en de bekostiging daarvan
rekening gehouden kan worden met voorzienbare schaarste op de
arbeidsmarkt. Dit sluit aan bij de Strategische Agenda Hoger
Onderwijs waar wordt aangegeven dat er meer ruimte komt voor
deeltijdaanbod in sectoren waarin dit nodig is."
Langstudeerboete strijdig met beleid
De plannen van OCW op dit terrein beziet de SER-commissie dan
ook kritisch. "Zo kent het hbo veel deeltijdmasteropleidingen die
uitgaan van 90 EC in een driejarig traject. Momenteel zijn er
alleen al 9000 studenten in het hbo die een onderwijsmaster in
deeltijd volgen. Ongeveer 1600 studenten worden in het hbo opgeleid
voor docent met een eerste graadsbevoegdheid. Studenten in deze trajecten hebben met de huidige
langstudeerdersmaatregel geen enkele uitloopmogelijkheid."
Zo kan de langstudeerboete "conflicteren met het beleid dat het
opleidingsniveau van leerkrachten wil verhogen (onder meer
lerarenbeurs), terwijl de maatregel ook niet bijdraagt aan
het verminderen van de voorziene tekorten in het onderwijs.
Daarenboven is de raad van mening dat de
langstudeerdersmaatregel niet negatief mag uitwerken op niveau
en kwaliteit van de deeltijdopleidingen."
"De raad bepleit daarom dat het kabinet voor die
deeltijdopleidingen waar de benodigde studietijd langer is
dan bij de voltijdopleiding, de (uitwerking van de)
langstudeersmaatregel zorgvuldig analyseert en zo nodig aanpast,
zeker daar waar sprake is van voorziene tekorten op de
arbeidsmarkt."