De PVV brokkelt af nu het verbindende motief van Geert-idolatrie
en 'islambashing' toch onvoldoende blijkt voor een stevige,
bloeiende partij en organisatie. Mark Rutte beseft als geen ander,
dat zijn dagen daarmee geteld zijn als de eerste liberale premier
sinds Cort van der Linden. De VVD-bewegingen op allerlei dossiers
geven daar signalen van. Zo ook bij studiefinanciering.
Bewust bonne mine
Wat doet een premier wiens coalitie allengs door de hoeven zakt?
Hij poogt wanhopig de zaak met noodverbanden te lijmen (Balkenende
bij zijn 2e kabinet). Hij poogt zelf tijdig een goed
heenkomen te zoeken (Balkenende 'naar Brussel' tijdens zijn
3e kabinet). Óf hij wordt de regisseur van zijn eigen
val om daar het maximale profijt zelf uit te halen (Van Agt in zijn
2e kabinet, met Den Uyl en Terlouw). Rutte
heeft momenteel niet zo veel opties, op die derde na.
"Toen ik zag dat dit kabinet zou sneven, was er nog maar één
vraag interessant: hoe speel ik de eindpartij?" Dat bekende Dries
van Agt in 1998 - 16 jaar na dato dus - in 'De rogge staat er dun
bij. Macht en verval van het CDA 1974-1998' (blz 157). Een net zo
begaafd tacticus en bijna zo vrolijk-eloquente premier als Mark
Rutte beseft dat diezelfde vraag nu de enige van interesse is. In
Den Haag en nog meer in Brussel, op de financiële
markten bovendien gelet op de zorgelijke
beweging bij de 'spread' met de Duitse rente.
Hoe speelt Mark Rutte precies 30 jaar na Van
Agt zijn eindpartij? Allereerst door onverstoorbaarheid uit te
stralen. Net als Van Agt deed. "Ik was bewust 'bonne mine', ik
poogde te stralen. Maar ik ben niet bereid Gekke Henkie te spelen"
(blz 151).
De begrafenisstoet
Ten tweede analyseert hij scherp waar de breuklijnen
zitten van de anderen, nu-nog-partners en opponenten. Haast
maakt hij schijnbaar niet. Middenin de crisis kan Maxime Verhagen
nog een keertje genieten van zijn vice-MP-schap door met Beatrix
naar Luxemburg op staatsbezoek te mogen, bijvoorbeeld. Dat houdt
hem dichtbij het pluche en het CDA verdeeld, denkt de slimme
VVD-leider. Ook het coifferen van de SGP past daar helemaal
bij.
Ten derde slaat hij toe zodra zijn pionnen juist zijn opgesteld.
Jan de Koning, de CDA-strateeg pur sang noemde zoiets "het
opstellen van de begrafenisstoet" (blz 156). Dat is de fase die
Rutte nu intreedt. Net als destijds met Rita Verdonk veinst de
premier lankmoedigheid, rust en ernst bij de taak die hem te doen
staat. Ondertussen stelt hij achter de schermen, zeer goed gepland
en spijkerhard die stoet op en laat die vertrekken op zijn moment,
als niemand het verwacht.
Een van de koetsen met graftakken in deze stoet is de wetgeving
voor de studiefinanciering. De VVD heeft namelijk bij de logistiek
en planning van de Kameragenda opvallend veel haast met
de afhandeling daarvan. Waarom? Omdat de meerderheid daarvoor wegsmelt. De SGP doet nu eigenlijk ook niet
meer mee.
SF als knipoog naar Paars-3
Zijlstra kan zijn master-SF en OV-kaart ingrepen alleen nog door
de beide Kamers krijgen als de hele coalitie het regeer- en
gedoogakkoord wil volgen. De PVV is tegen zulke beursbeperkingen en
Hero Brinkman wil juist de jeugdige neo-rechtsen 'pleasen' en
organiseren. Het CDA heeft behoud van de basisbeurs steeds
verdedigd en slikte de masteringreep zeer onwillig. De SGP laat via
signalen op haar partijcongres nu impliciet ook horen, dat zij die
CDA-lijn blijft steunen.
Rutte en Zijlstra hechten echter zeer aan zoveel mogelijk
voortgang bij deze voorstellen, omdat zij cruciaal zijn voor hun
lange termijn plannen met 'kwaliteitsbekostiging' en
leerrechten. Bovendien hebben zij voor een leenstelsel op de lange
termijn nog steeds veel steun binnen D66, GL en PvdA.
Een snelle behandeling van de wetsvoorstellen biedt dus het
laatste 'window of opportunity' voordat de val van Rutte-I een feit
zal zijn. Het is zowel een ideologisch cruciaal VVD-succes als een
knipoog naar een meer linkse coalitie Rutte-II. De stoet met
sombere koetsen rijdt dan niet naar de zwarte kousenkerk, maar
neemt onverwacht de afslag naar het paarse casino.