• A
  • A
  • Hartklep groeit mee met kind

    - Voor mensen met falende hartkleppen zijn er prima kunstmatige vervangers. Voor kinderen blijft het probleem dat deze vervangers niet goed meegroeien. Onderzoekers van de TU/e en Zürich zijn er in geslaagd een hartklep te implanteren die wel goed integreert in het lichaam. Op schapen getest.

    Door een nieuwe inventieve methode, integreren de nieuwe ontwikkelde hartkleppen goed in het lichaam en blijven ze functioneren. De onderzoekers slaagden er in de hartkleppen succesvol te implanteren in schapen. De resultaten zijn een opstap naar gekweekte, meegroeiende hartkleppen voor kinderen met hartproblemen.

    Meermaals onder het mes

    Kinderen met hartaandoeningen moeten nu vaak meermaals onder het mes om nieuwe en grotere kleppen te krijgen. De TU Eindhoven is daarom bezig met de ontwikkeling van levende hartkleppen, gekweekt buiten het lichaam, die kunnen meegroeien. Daardoor is uiteindelijk nog maar één operatie nodig.

    Het werk van Petra Dijkman, die gisteren promoveerde op de nieuw ontwikkelde methode, maakt de hartoperatie stukken minder ingrijpend. Het inbrengen van de levende hartkleppen kan nu door middel van een enkel sneetje tussen de ribben. Er is dus geen openhartchirurgie nodig. De gekweekte kleppen worden in een stent ingebracht, die op de juiste plaats uitzet en de oude, falende kleppen aan de kant schuift.

    Kweken van losse cellen

    Het kweken van de kleppen begint bij het kweken van losse cellen. Deze worden gezaaid in een mal van een speciaal polymeer, die gemonteerd is in de stalen stent waarmee later de klep wordt geïmplanteerd. De levende cellen bouwen in die mal langzaam een rooster van eiwitten om zich heen, wat de klep zijn stevigheid geeft. Tegelijk lost de polymeermal langzaam op, zodat uiteindelijk alleen de klep overblijft.

    Bij de eerste preklinische testen bleken de levende kleppen het niet lang te doen, door vervorming en door overwoekering. De vervorming ontstond door de sterke activiteit van de cellen in de kleppen. De oplossing bleek, opmerkelijk genoeg, het verwijderen van de cellen uit de levende kleppen, voorafgaand aan implantatie. Bij de proeven van Dijkman, uitgevoerd door het UniversitätsSpital Zürich, bleken de geïmplanteerde celloze kleppen binnen enkele weken nieuwe bewoners te hebben gekregen: cellen uit het eigen lichaam van de ontvanger.

    Celloze methode

    Deze 'herbevolking' is cruciaal voor het overleven van de kleppen op lange termijn doordat de cellen zorgen voor het onderhoud en de groei. Ook bleken de kleppen nu aanzienlijk beter vormvast. Het implanteren van celloze gekweekte kleppen heeft verder nog een ander belangrijk voordeel: ze kunnen worden gekweekt met cellen van andere mensen, zonder het gevaar van afstotingsverschijnselen. Bovendien kunnen de celloze kleppen lange tijd bewaard worden, waardoor ze 'off the shelf' beschikbaar zijn.

    De celloze methode is een belangrijke stap naar gekweekte, meegroeiende hartkleppen. Voor de eerste mensen zo'n klep krijgen, is echter nog meer R&D nodig. De kleppen moeten eerst aantoonbaar enkele jaren werken bij schapen. Verder moet worden onderzocht of de kleppen daadwerkelijk meegroeien.

    Ook het ontwerp van de kleppen is nog voor verbetering vatbaar, vertelt Dijkman: "Het sluitvlak moet groter, om doorslaan tegen te gaan. Daarnaast kunnen de vliezen dunner en flexibeler, zonder aan stevigheid te verliezen." De onderzoekers kunnen nog niet zeggen hoe lang het duurt voordat de kleppen beschikbaar zijn voor patiënten.

     


    Gerelateerd nieuws:
    27 november  Science in Transition doet mee
    20 november  Open Access akkoord VSNU
    20 november  Kabinet houdt huis in R&D
    19 november  Oogst van een komeet
    13 november  Wat een dag!
    13 november  Wat helpt tegen terrorisme?