Een uitvoerige studie van Seor, Erasmus School of Economics,
voor het ministerie van OCW onderbouwt met cijfers en feiten hoe de
bijscholing, herscholing en upgrading van docenten in de
werkelijkheid werkt. Er blijken vele lacunes en onvolkomenheden te
zijn, terwijl de inzet en ambitie er in meer dan voldoende mate
blijken te zijn.
De ingrepen in het HO-deeltijdonderwijs zullen de
"marktimperfecties" en disincentives tot extra LLL verder
verergeren, zo laten de onderzoekers zien. "Veel docenten, vooral
in het po, werken niet voor niets in deeltijd."
Tanja Jadnanansing (PvdA) heeft het kabinet over dit onderzoek
inmiddels vragen gesteld. Zij vraagt daarbij ook puntig naar de conclusies die de
staatssecretaris van OCW trekt bij de uitvoering van de
motie-Ganzevoort in de Eerste Kamer. De Senaat gaf daarin aan,
dat zij de uitvoring van de langstudeerboete wil heroverwegen als
deze het leraarsvak zou schaden.
Drempel blijft bestaan
"De vorm van het opleidingsaanbod sluit in het algemeen niet aan
bij de behoefte van leraren. Het opleidingsaanbod is onvoldoende
afgestemd op de levensfase van de werkende docent, die de studie
moet combineren met zijn werk en zijn privéomstandigheden (gezin en
andere zorg en zaken).
Leraren zijn lang niet allemaal in staat om een langlopend
opleidingstraject te volgen, of hebben daar behoefte aan. Veel
docenten, vooral in het po, werken niet voor niets in deeltijd. Ook
de vergrijzing speelt hierbij een rol.
Wat betreft de bekostiging werpen het hoge
instellingscollegegeld en de langstudeerdersmaatregel drempels op
om als leraar een tweede bachelor of master te gaan volgen. De
vergoeding van de Lerarenbeurs is weliswaar verhoogd om tegemoet te
komen aan het verhoogde instellingscollegegeld van een deel van de
bachelors en masters, maar de langstudeerdersmaatregel blijft als
drempel bestaan."
Onvervulde ambitie
De ambitie tot upgrading en bijscholing is niet minder dan
elders, zo stelt Seor vast. "De onderwijssector lijkt dus qua
scholings- en opleidingsinspanningen niet slechter te scoren dan
andere sectoren, ook als rekening wordt gehouden met het relatief
hoge opleidingsniveau in de onderwijssector. Dit neemt niet weg dat
er zich duidelijke knelpunten voordoen bij de scholing van
leraren.
De onvervulde scholings- en opleidingsbehoefte bij leraren is
vrij groot. Behalve de eerder genoemde reden van persoonlijke aard
(problematisch om een studie te combineren met werk en gezin)
hebben twee andere, vaak genoemde redenen te maken met de
medewerking van de schoolleiding: scholen zouden onvoldoende of
geen budget voor scholing hebben en leidinggevenden zouden geen
toestemming voor deelname aan scholing willen geven. Dit lijkt in
strijd met CAO-bepalingen op het gebied van scholing."
Misvattingen over elkaar
Ook worden er tussen de scholen en de docenten heel
verschillende verwachtingen gewekt en geuit, ook naar de overheid.
Dat leidt tot opmerkelijke misvattingen. "Zo geven scholen aan dat
leraren weinig behoefte hebben aan scholing op het gebied van
passend onderwijs/differentiëren, terwijl een groot deel van de
leraren zelf wel zeggen hieraan behoefte te hebben.
Omgekeerd zeggen scholen dat leraren vooral geïnteresseerd zijn
in scholing op het gebied van opbrengstgericht werken, terwijl dit
in het geheel niet blijkt uit de behoefte die leraren zelf
uiten.
Overeenstemming is er wel over de betrekkelijk geringe
populariteit bij leraren van mentorentraining, trainingen op het
gebied van veiligheid, bètacursussen, Engelse onderbouw en rekenen
en meervoudige intelligentie. Dit betekent allereerst dat als de
Lerarenbeurs met ingang van 2012 alleen nog is bestemd voor
bachelors en masters, hierdoor de vervulling van de bestaande
behoefte van leraren wordt bemoeilijkt."
Wijzig langstudeermaatregel
Voor de onderzoekers is in hun conclusies en aanbevelingen de
noodzaak tot bijstelling van de voornemens van staatssecretaris
Zijlstra zeer helder.
"De langstudeerdersmaatregel en de mogelijkheid dat hbo- en
wo-instellingen hogere instellingscollegegelden kunnen vragen voor
tweede bachelors en maters werpen een drempel op om als werkende
leerkracht aan een tweede bachelor of master te beginnen. Dit
knelpunt kan worden opgelost door deze regelingen te wijzigen, voor
zover dat na weging van de belangen van het onderwijs en andere
belangen wenselijk is."
U leest het volledige rapport van Seor hier