Nederland investeert flink in hogere opleidingen. Ook geven we
gul studiebeurzen om succesvolle vorming en diploma's mogelijk te
maken. Tegelijk klagen we over langstudeerders, consumptief,
calculerend gedrag en besnoeien op kennisuitgaven allerlei kleine
en grote bedragen. En dus mopperen de studenten, professoren,
HBO-docenten en lectoren over schraalhans keukenmeester.
Perverse bekostiging hervormd
UM-econoom Lex Borghans komt met een fascinerende, radicaal
andere analyse. Die kan zowel de studenten als Jan Kees de Jager
tot gelukkige mensen maken. Zijn bezuinigingsoplossing levert
"afhankelijk van de precieze bezuinigingen van miljarden euro's op,
terwijl de perverse bekostiging van het hoger onderwijs structureel
wordt hervormd."
Lex Borghans keek naar het economische totaal van hoe Nederland
studerende jongeren aan incentives en inkomsten helpt. Hij stelt
iets eigenaardigs vast. Studenten worden sterk geprikkeld niet te
hard te studeren en vooral veel tijd te steken in hun bijbaantjes.
De gevolgen daarvan zijn uiterst negatief.
Wat EUR-rector Henk Schmidt al
analyseerde - de studie is bijbaan, de bijbaan is hoofdzaak - is
voor de Maastrichtse econoom volstrekt rationeel en slim gedrag van
de studerende jongere in Nederland. Het fiscale systeem en de SF
stimuleren jongeren volgens hem dan ook "bovenmatig" om niet te
veel, niet te ijverig te studeren. Blijkbaar is dat dus precies wat
Nederland eigenlijk wil?
Het mes snijdt aan twee kanten
"Studeren levert in de toekomst een rendement op waarover de
student 42 of 52% belastingen moet betalen, maar tijdens de studie
een bijbaantje nemen is belastingvrij," rekent Borghans voor. "De
student profiteert van belastingregels die bedoeld waren om
niet-participerenden te stimuleren om te gaan werken en om te
zorgen dat mensen met een laag gezinsinkomen toch nog goed in hun
levensonderhoud kunnen voorzien. Het onbedoelde neveneffect hiervan
is geweest dat studenten een mooie subsidie van de belastingdienst
kunnen krijgen onder de voorwaarde dat ze een flinke bijbaan
nemen."
Lex Borghans komt met een lucide, radicale en voor VVD en CDA
hoogst attractief alternatief. Door de heffingskortingen voor
jongeren fors te verlagen "snijdt het mes aan twee kanten." De
Jager krijgt meer inkomsten van de werkende jeugd en de studenten
kunnen een beurs krijgen die de volle focus op hard studeren
mogelijk maakt.
Rekensom voor de Catshuis-sessies
Rutte kan met deze aanpak €2 miljard bezuinigen. Deze rekensom
van Borghans is voor de Catshuissessies misschien wel de meest
verbluffende. Hij geeft daarbij zelfs enkele heel wel denkbare
scenario's ter realisatie ervan. Bij een milde versie is al ruim
€700 miljoen te besparen. Dat levert zeer interessante
beleidsopties op voor een krachtig investeringsbeleid in kennis.
Immers, de VVD beloofde in 2010 dat het sociaal leenstelsel in zijn
geheel geherinvesteerd zou worden in het HBO en WO.
Bij het '2 miljard scenario' kan het kabinet de basisbeurs meer
dan verdubbelen en tegelijkertijd de inkomsten verhogen door de
jongeren met bijbaantjes langs de normale route daarover belasting
te laten betalen. De impact hiervan is adembenemend: ijverige,
studieuze studenten worden maatschappelijk beloond en wie nog wat
extra wil voor levensonderhoud wordt als een normale werknemer
behandeld door de fiscus. Perverse effecten in SF en fiscus
verdwijnen.
Twee scenario's met twee opties voor kabinet én
HO
ScienceGuide heeft de berekeningen van de UM-econoom
nader uitgewerkt om een zo helder mogelijk beeld te krijgen, zowel
voor Rutte en De Jager, als voor HBO en WO en zeker ook voor de
student met haar basisbeurs.
Scenario A] Een
relatief kleine verlaging van de heffingskorting
Optie
1:
Alles terugploegen in de studiebeurs
De besparingen voor de minister van Financiën belopen dan zo'n
€740 miljoen per jaar. Bij het aantal studenten tussen 18 en 25 van
525.000 is de opbrengst hiervan per student per jaar €1410. Dat
betekent dat per student per maand €117.5 meer beschikbaar zou
kunnen komen voor de basisbeurs. Dat kan hen al flink stimuleren
meer tijd en aandacht aan de studie te geven: de nieuwe studiebeurs
is dan immers €266.23 + €117.50 = €383.73.
Optie
2]
Deel voor De Jager, deel voor student
Het Catshuisberaad zou gelet op de nood van de publieke
financiën heel goed kunnen kiezen voor een verdeling van de
opbrengst van de ingreep in de heffingskorting. Bijvoorbeeld €400
miljoen aan bezuinigingen en €340 miljoen voor de SF. Dan is het
beeld voor de nieuwe basisbeurs met een stijging van 20%: € 266.23
+ €54 = €320.23 per maand.
Scenario
B] Een forse
verlaging van de heffingskorting
Optie
1]
Alles terugploegen in de studiebeurs
De besparingen voor de minister van Financiën belopen in dit
geval €1975 miljoen per jaar. Bij het aantal studenten tussen 18 en
25 van 525.000 is de opbrengst hiervan per student per jaar €3762.
Dat betekent dat per student per maand €313.5 meer beschikbaar zou
kunnen komen voor de basisbeurs. De stimulans tot grote focus op
studie en excellentie kan dan nog veel krachtiger worden: de nieuw
studiebeurs is dan immers 266.23 + €313.50 = €579,73.
Optie
2]
Deel voor De Jager, deel voor HO, deel voor student
Het Catshuisberaad zou gelet op de nood van de publieke
financiën heel goed kunnen kiezen voor een verdeling van de
opbrengst van de ingreep in de heffingskorting. Maar dit scenario
biedt ook ruimte voor een forse impuls aan de kwaliteitsbekostiging
voor het HO. De nu nog 'marginale' 7% die Zijlstra voorziet te gaan
bieden zou dan fors omhoog kunnen. Bijvoorbeeld door een verdeling
van €400 miljoen aan bezuinigingen, €575 voor kwaliteit en
excellentie in de HO-bekostiging (€350 mln HBO, €225 mln WO) en
€1000 miljoen voor de SF. Dat betekent dat per student per maand
€158.73 meer beschikbaar zou kunnen komen voor de basisbeurs. De
stimulans tot grote focus op studie en excellentie kan dan nog
steeds krachtig zijn. De nieuw studiebeurs is dan immers meer dan
de helft hoger: €266.23 + €158.73 = €424,96.
Borghans' volledige betoog:
U leest hieronder de analyse van prof. Borghans waarin hij zijn
aanpak helder schetst. U vindt hier zijn precieze becijfering en de scenario's
van opbrengsten en detail.
"Het streven om het Nederlandse hoger onderwijs te versterken,
wordt breed gedragen. Ondanks dat zitten we in een neergaande
spiraal waarbij het studenten steeds moeilijker wordt gemaakt iets
moois van hun studie te maken. De oorzaak van dit probleem moet
niet gezocht worden bij het Ministerie van OCW maar bij Financiën.
Het belastingstelsel maakt werken naast de opleiding veel
aantrekkelijker dan hard studeren. En doordat studenten zoveel
bijverdienen, ontvangen zij een deel van hun studiesubsidie niet
via de studiebeurs maar via de belastingen.
Om op een slimme wijze te bezuinigen op onderwijs zou Financiën
moeten stoppen met het sponsoren van studenten via de
inkomstenbelasting en in plaats daarvan OCW studenten een beurs
laten geven zodat ze hun kostbare tijd aan hun studie kunnen
wijden. Een bijbaan is prima, maar moet niet extra gestimuleerd
worden, zoals nu het geval is. Verandering van deze regels zal er
toe leiden dat studenten minder gaan werken en meer tijd krijgen
voor hun studie. Dit maakt ook zware studies, waarbij er geen tijd
is om veel te werken, weer aantrekkelijker. Juist in deze
economisch moeilijke tijd betekent dat extra werkgelegenheid voor
mensen die nu moeilijk een baan kunnen vinden. Afhankelijk van de
precieze aanpak kan dit forse bezuinigingen van miljarden euro's
opleveren, terwijl de perverse bekostiging van het hoger onderwijs
structureel wordt hervormd.
Onlangs is een wet ingediend die "studeren is investeren" heet.
Iemand die gaat studeren maakt kosten en verdient enkele jaren geen
volledig inkomen. Maar deze investering kan worden terugverdiend
door het hogere loon dat door deze studie wordt verworven. De wet
is bedoeld om omstandigheden te scheppen, waarin gestimuleerd wordt
dat zinvolle onderwijsinvesteringen ook daadwerkelijk worden
gedaan. Eén maatregel daarvoor is een leenstelsel. Doordat de
kosten voor de baten uitgaan heeft een student om in zijn
levensonderhoud te kunnen voorzien geld nodig, dat hij bij de bank
waarschijnlijk lastig kan lenen. Daarnaast moet de overheid zorgen
dat de beslissing om te gaan studeren niet verstoord wordt door
belastingen. Het probleem is dat de opbrengst van een studie - het
hogere loon dat men later zal krijgen - belast wordt tegen 42 of
52%, terwijl werken (in plaats van studeren) voor jongeren veel
minder wordt belast. Er zit dus een premie op niet studeren. Het
gevolg is dat mensen minder studeren dan maatschappelijk gezien
wenselijk is, terwijl de grootste rekening hiervan bij de overheid
komt te liggen.
Een stelsel dat deze ongewenste neveneffecten voorkomt heet
fiscaal neutraal. Er zijn twee manieren waarop de fiscale
neutraliteit verstoord kan worden. In de eerste plaats moet een
student kiezen of hij gaat studeren of werken. De gemiddelde
belastingen over het inkomen dat jongeren typisch verdienen zijn
veel lager dan de marginale belastingen die zij gemiddeld gedurende
hun leven moeten betalen. Daardoor ontstaat een ongewenste prikkel
om te werken in plaats van te studeren. Door een groot deel van de
kosten van de onderwijsinstellingen te betalen en de student een
studiebeurs te geven kan de overheid dit weer in balans brengen.
Hoger onderwijs is natuurlijk meer dan alleen maar geld verdienen
en belastingen innen. Het maatschappelijk belang van hoger
opgeleiden voor de samenleving kan bij deze berekening betrokken
worden.
In de tweede plaats kan een student naast zijn studie gaan
werken door een bijbaantje te nemen. Daar is natuurlijk op zich
niets mis mee. Het kan leuk en leerzaam zijn en de extra inkomsten
kunnen een welkome aanvulling op het budget zijn. Het probleem is
echter dat de structuur van het Nederlandse belastingsysteem
studenten bovenmatig stimuleert om te gaan werken naast de studie.
Op een baan tot 6.400 euro betaalt hij immers totaal geen
belastingen. De afweging tussen studeren en werken wordt daarmee
verstoord. Studeren levert in de toekomst een rendement op waarover
de student 42 of 52% belastingen moet betalen, maar tijdens de
studie een bijbaantje nemen is belastingvrij. De student profiteert
van belastingregels die bedoeld waren om niet-participerenden te
stimuleren om te gaan werken en om te zorgen dat mensen met een
laag gezinsinkomen toch nog goed in hun levensonderhoud kunnen
voorzien. Het onbedoelde neveneffect hiervan is geweest dat
studenten een mooie subsidie van de belastingdienst kunnen krijgen
onder de voorwaarde dat ze een flinke bijbaan nemen.
Als de subsidie van de fiscus aan studenten niet in de
berekening wordt meegenomen, profiteert de overheid veel meer van
de baten van hoger opgeleiden dan dat ze meedeelt in de kosten. Met
de subsidie van de fiscus draagt de overheid bijna voldoende bij
aan de totale studiekosten. Voor studenten die zich graag met volle
energie op een moeilijke studie willen storten levert dit echter
een lastige situatie op. Men gaat er immers al vanuit dat zij ook
nog een bijbaan nemen. Het ligt dus voor de hand om studenten wel
deze subsidie te geven, maar dit niet meer afhankelijk van een
bijbaan te maken. Deze overheveling kost geen extra geld, maar
betekent alleen een verschuiving van budget van Financiën naar
Onderwijs.
Daarnaast biedt deze manier van redeneren ook mogelijkheden om
te bezuinigen. Waar het immers om draait is dat er een balans is
tussen de publieke bijdrage aan een studie en de belastingvoordelen
die een werkende jongere krijgt. Deze balans is nu ernstig
verstoord. Hij kan hersteld worden door studenten een hogere beurs
te geven, maar ook door werkende jongeren minder belastingvoordeel
te geven. Men zou bijvoorbeeld de heffingskortingen voor jongeren
tot 25 jaar een stuk lager kunnen maken. Het mes snijdt dan aan
twee kanten. De belastingopbrengsten voor werkende jongeren zullen
stijgen en de studiebeurs die nodig is om fiscale neutraliteit te
krijgen wordt lager."