De Stichting, voorgezeten door Walter Dresscher en Sijbolt
Noorda, pleit voor een blijvend stevige onderwijssector. Deze
heeft ons land nodig voor een krachtige kenniseconomie,
weerbare burgers en een sterke sociale samenhang. Dit vereist
een beleid dat rekening houdt met langetermijneffecten en geen
afbreuk doet aan de Nederlandse stijging op internationale
ranglijsten van kennisnaties.
Onderwijs als fundament
De Stichting van het Onderwijs legt in haar brief aan kabinet en Kamer vooral de
nadruk op dat waar het onderwijs een fundament voor legt. Zo
bestrijdt goed onderwijs de groei van (jeugd)werkloosheid. Ons land
heeft goede resultaten geboekt met een integraal actieplan voor
onder andere het vasthouden van jongeren in het onderwijs. Volgens
de Stichting van het Onderwijs is een dergelijk plan ook nu
verstandig.
Ook het topsectorenbeleid van het kabinet en het bedrijfsleven
kan niet zonder een krachtige onderwijssector.Het deeltijdonderwijs
staat onder druk waardoor gevaar dreigt voor het leven lang leren
van werknemers. Het topsectorenbeleid ondersteunt de aansluiting
tussen onderwijs en arbeidsmarkt en legt een verbinding tussen
kennisinstellingen en het bedrijfsleven. De Stichting van het
Onderwijs wil deze samenwerking blijven bewerkstelligen.
Niet vrijblijvend afspraken maken
In bestuurs- en hoofdlijnenakkoorden
met de overheid zijn of worden afspraken gemaakt over de inzet van
het onderwijs om kwaliteit te leveren. Deze afspraken zijn niet
vrijblijvend, waarschuwt de Stichting. De akkoorden zijn of worden
gesloten tegen de achtergrond van een beperking van de
rijksuitgaven voor het onderwijs, waaronder een achterblijvende
compensatie voor de loonontwikkeling. Desalniettemin neemt het
onderwijs zijn verantwoordelijkheid. Onderwijsinstellingen
investeren ook zelf in het realiseren van de ambities van de
bestuursakkoorden en zijn zeer gemotiveerd om hier de komende jaren
mee aan de slag te gaan.
Basis versmalt
"Wij leveren dus onze bijdrage, ook
onder moeilijke omstandigheden. Dit terwijl de sector onder druk
staat. Bij veel onderwijsinstellingen is sprake van een
teruglopende liquiditeit en solvabiliteit. Gestegen kosten worden
onvoldoende gecompenseerd, met alle personele gevolgen van
dien.
Mede hierdoor komt de
onderwijskwaliteit in het geding en boet het onderwijs als
werkgever aan wervingskracht in. Omdat goed onderwijs staat of valt
met de kwaliteiten van de man of vrouw voor de klas, versmalt de
basis die het onderwijs kan zijn voor onze kwalitatief hoogstaande
kennissamenleving"
De brief is ondertekend door
voorzitter Walter Dresscher (AOb), vicevoorzitter Sijbolt Noorda
(VSNU) en de bestuursleden Jan Boersma (AbvaKabo FNV), Thom de
Graaf (HBO-raad), Kete Kervezee (PO-Raad), Michel Rog (CNV
Onderwijs), Sjoerd Slagter (VO-raad), Johan Sturm (CNV Publieke
Zaak), Jilles Veenstra (FvOv) en Jan van Zijl (MBO Raad).