Deze transfer is een van de meest opmerkelijke in HO-land van de
voorbije jaren. De opvolging van Tuytel zou sowieso een bijzonder
moment in de HBO-historie vormen, omdat hij een van de laatste
collegevoorzitters is uit de fase van de opbouw en transformatie
van de hogescholen van kleine VO-instituten naar kenniscentra op
HO-niveau. Zijn werk in Rotterdam heeft daarbij al die jaren veel
bewondering gewekt, omdat de hogeschool zich ontplooide tot een
'emancipatiemotor' pur sang, die geen concessies deed op het punt
van kwaliteit en innovatieve kracht.
In grote schoenen stappen
De opvolger zou dan ook in grote schoenen stappen. De
profielschets liet dat ook zien en gaf aan dat de hogeschool vooral
op zoek zou gaan naar een vrouw met flinke bestuurlijke substantie en een
stevig Haags netwerk. Zoals wel vaker is tijdens de verkenning en
procedure blijkbaar een wending gekomen, toen een kandidaat
beschikbaar bleek waar niemand op had durven rekenen.
Met Ron Bormans krijgt Rotterdam de man in huis, die zonder meer
is gaan gelden als de vooraanstaande 'opinionleader' onder de
bestuurders in het HBO. Het feit dat hij in de Commissie Veerman
werd benoemd, is daarvan het meest eloquente getuigenis. Want het
was meer dan opvallend dat in deze club geen enkele andere
collegevoorzitter van WO of HBO werd benoemd.
De focus lag primair op (intern)nationale experts en
denkers over de toekomst van het hoger onderwijs en de kennissector
in den brede. Vandaar dat de oud-VSNU-voorzitter van de USA, Bob
Berdahl, erin zat en ook SER-voorzitter en oud-rector van de EUR
Alexander Rinnooy Kan. De rectores van de universiteiten hebben dan
ook destijds flink bezwaar gemaakt bij minister Plasterk, dat zo'n
HBO-manager wel in deze commissie kon worden benoemd en niet een
representant uit hun kring. Maar de minister week niet, onder druk
van de HBO-sector.
Allereerst kwaliteitsagenda
In het actuele HO-debat is Bormans niet zonder zorgen, zoals
veel van zijn collega's. Recent greep hij daarom nog een
nadrukkelijk terug op waar de hervormingen in het HO-beleid in de
kern toch om zouden moeten draaien. Namelijk om "wat Veerman nu
eigenlijk bedoelde." Profilering en differentiatie waren wel
belangrijk, maar vooral een middel.
"Het was allereerst een kwaliteitsagenda. We wilden meer
meegeven, ook door intensiever onderwijs, maar vooral door slimmere
mensen uit het hoger onderwijs te laten stromen. Mensen dus die
zelf actief leren nadenken, leren onderzoeken. Daarvoor is in het
HBO bijvoorbeeld de onderzoekontwikkeling instrumenteel."
Profilering is een kwaliteitsinstrument, niet een doel op zich,
benadrukte de toen nog HAN-voorzitter op het Nationaal Hoger
Onderwijs Congres in… Rotterdam. "Profileren is niet ophouden met een
goed aanbod. Hogescholen zullen een brede regionale bacheloropzet
houden, omdat daar behoefte aan blijft bestaan." Bovenop dit
assortiment zullen zwaartepunten met lectoraten, bedrijven en
masteraanbod groeien, waaraan sterke bacheloropleidingen zich nog
meer aan zullen optrekken, als ook meer LevenLangLeren-aanbod in
deeltijd.
Het formuleren van eigentijdse benchmarks voor kwaliteit,
profiel en docentenniveau is op basis van Veerman volop gaande, zo
benadrukte hij. Maar of OCW op deze manier er naar kijkt? Daar
werd hoofdschuddend op gereageerd. "Bij profilering is men
zover nog niet", zei Bormans. TU Delft bestuurder Paul Rullman viel
hem bij en schamperde: "Wageningen doet Bloemkool, Delft doet water
en zo leg je de profielen vast."
Minder stoerheid, meer daadkracht
Het was en is deze simpelheid over zeer complexe ontwikkelingen
die Bormans in een indringend interview met
ScienceGuide hekelde. Het rapport-Veerman noemde hij in dat
verband een "productieve consensus op weg naar de verkiezingen en
de formatie in 2010. Het pluspunt was dat er niet een halfhartig
compromis lag, maar een consistent betoog en beleidspakket. Dat had
Veerman voor het eerst in vele jaren opgesteld, na die voorzet van
Plasterk over 'het Californische model'. Daar staan we nu, en die
consensus maakt het mogelijk dat de winst voor het grijpen
ligt."
"Politiek kreeg men het op een presenteerblaadje
aangeboden, maar men pakt het niet. De budgettaire druk speelt een
rol, dat zie ik wel. Maar er is meer. Men wil als 'politiek' -niet
alleen bij de coalitie- ook het gevoel geven: 'wij pakken
aan, wij regelen de dingen'. De overheden hebben de behoefte
blijkbaar zich meer te manifesteren tegenover de burgers. Ze willen
hen laten zien dat ze wel degelijk kunnen 'sturen', daadkracht
etaleren en van boven richting aangeven."
Bormans pleit daarom voor wat minder stoerheid en wat meer echte
daadkracht. Dat klinkt nu ineens vooral verrassend.....
Rotterdams.
Wilt u nog meer van Bormans' visie op de toekomst van HBO en
hoger onderwijs in den brede lezen en leren, dan vindt u hier
enkele bijdragen van zijn hand op ScienceGuide:
-Een 'Open Brief' aan Ronald Plasterk, waarin hij
deze maant een beetje 'groter te denken' over de toekomst en de
kansen van het hoger onderwijs.
-Zijn strategie om in tijden van bezuiniging de
hogeschool toch impulsen te geven om beter te worden waar men goed
in is.
-Hoe de focus in een hogeschool op de kerntaken gelegd moet worden.
-Het geruchtmakende ronde tafel gesprek van Bormans met Veerman
en Onderwijsraad-voorzitter Fons van Wieringen. Was de la al gevonden waar het advies-Veerman in kon
worden opgeborgen?