Het bestuur van de 3TU Federatie heeft bij
Verhagen, Zijlstra en de boegbeelden van de Topsectoren in een
brief aangegeven het topsectorenbeleid van harte te omarmen maar
bij de implementatie ervan tegen urgente zorgpunten aan te lopen.
Kernpunt van hun zorg: als er geen continuïteit is in de
onderzoeksfinanciering en de nieuwe financieringsstromen uit
het Topsectorenbeleid te lang op zich laten
wachten, dit kan gaan leiden tot vermindering van
ongeveer 1000 promovendi in hun domeinen.
SF-verlies doet talent onrecht
In de brief worden nog een paar harde noten gekraakt. Vanuit het
Topsectorenbeleid is een koppeling met de Europese agenda's
noodzakelijk, waarbij nationale cofinanciering van Europese
projecten wordt gehandhaafd en er financiële ruimte is om te
voldoen aan matchingverplichtingen. En door de afschaffing van de
studiefinanciering voor masteropleidingen, worden de opleidingen
van de Technische Universiteiten onevenredig hard getroffen. Dit
doet geen recht aan de behoefte die de komende jaren ontstaat aan
meer technisch opgeleide jonge mensen, zo stellen de drie besturen
samen.
In de afgelopen maanden heeft de samenwerking van de 3TU
zich in belangrijke mate gericht op actieve bijdragen aan de
totstandkoming van het topsectorenbeleid. De 3 TU's
steunen nadrukkelijk dit beleid. Zij bevestigen het belang om
als kennisinstituten en bedrijfsleven een gezamenlijke agenda te
hebben. Zij lopen alleen bij de concrete implementatie
hiervan tegen een aantal urgente zorgpunten aan.
Geen helderheid over beleid Verhagen
Het eerste zorgpunt is het ontbreken van helderheid over de
continuïteit in de onderzoeksfinanciering. De TU's worden nu heel
snel geconfronteerd met een financieel gat tussen het wegvallen van
de financiering van onderzoek uit grote FES programma's en het op
gang komen van nieuwe financieringsstromen uit de topsectoren.
Daardoor dreigt een potentiële vermindering van ongeveer 1000
promovendi voor alleen al de TU's de komende jaren.
Hoewel het ministerie van EL&I op dit moment alternatieve
financieringsarrangementen onderzoekt, bestaat bij onder andere het
bedrijfsleven nog veel onduidelijkheid rondom investeringen in
innovatie. De realisatie van financieringsarrangementen in het
kader van het topsectorenbeleid is voor de universiteiten echter
zeer urgent.
Haak sterk aan bij succes in Europa
Een ander belangrijk punt is het belang van Europa voor het
bestendigen van het concurrentievermogen van Nederland. De
Nederlandse kennisinstellingen, waaronder de TU's, zijn uitstekend
aangesloten op Europese programma's als het Zevende Kaderprogramma
(KP7), Eureka programma's en Joint Undertakings en 'scoren' hier
bovengemiddeld. Uiteraard is het van belang dat deze sterke positie
wordt behouden.
De TU's pleiten er voor dat de koppeling met de Europese
agenda's een belangrijk speerpunt binnen het topsectorenbeleid
wordt waarbij onder meer nationale cofinanciering van Europese
projecten wordt gehandhaafd. In het bijzonder is het belangrijk dat
de Technische Universiteiten in staat zullen zijn om aan hun
matchingverplichtingen in het kader van deelname in Europese
projecten te voldoen.
Verkeerd signaal aan studenten en
bedrijfsleven
De TU's spannen zich in voor het aantrekken van grotere
aantallen studenten, het verbeteren van studierendementen en het
vergroten van de uitstroom van uitstekend opgeleide ingenieurs. In
dat kader zijn zij uiteraard zeer bezorgd over het voornemen van de
regering om de studiefinanciering voor tweejarige masteropleidingen
volledig af te schaffen. Hierdoor worden studenten bèta en techniek
met een twee keer zo hoge eigen bijdrage geconfronteerd als
studenten in de alfa en gamma disciplines. Met vuur roepen de 3TU
daarom in hun brief; "Een verkeerd signaal aan studenten en
bedrijfsleven!"