• A
  • A
  • Wetenschap moet in debat

    - De Jonge Akademie wil dat onderzoekers zich meer inzetten voor de communicatie van wetenschap. Dat zullen wetenschappers en bestuurders vooral ook zelf moeten willen doen. ScienceGuide-columnist Eva Teuling: “Maak duidelijk hoe wetenschap écht werkt.”

    "Vijdag 16 maart werden de 10 nieuwe leden van de Jonge Akademie geïnstalleerd in het Trippenhuis van de KNAW. Tegelijk werd ook het "Advies Wetenschapscommunicatie aangeboden". Het overzichtelijke boekwerkje "Tussen onderzoek en samenleving" is te downloaden via de site.

    Wetenschap maakt dan wel deel uit van de maatschappij, maar met de kennis en de mening over wetenschap is het helaas niet al te goed gesteld in Nederland (zie bijvoorbeeld hier). De Jonge Akademie heeft zich gebogen over dit probleem en brengt advies uit om de processen van wetenschapscommunicatie en -educatie (samengevat als wetenschapsbewustwording) te verbeteren.

    De Jonge Akademie stelt voor om meer aandacht te besteden aan het 'proces' van de wetenschap. Door niet alleen mooie onderzoeksresultaten te belichten, maar duidelijk te maken hoe wetenschap écht werkt, kunnen mensen zich een beeld vormen van de dagelijkse bezigheden van wetenschappers. Dit zal het vertrouwen in de wetenschap ten goede komen, en ook de beeldvorming over wetenschap kan hiermee veranderen, waardoor scholieren een betere (bewustere) studiekeuze kunnen maken.

    Trainen in wetenschapsbewustwording

    Ook geeft De Jonge Akademie iedere betrokken beroepsgroep een aanbeveling om het proces van wetenschapsbewustwording te verbeteren. Voor wetenschappershoudt dit in dat ze zich open moeten stellen voor deelnamen aan trainingen over wetenschapsbewustwording, en het gebruiken van 'nieuwe media'  (twitter, blogs). Ook wordt hen gevraagd géén uitspraken te doen over dingen die niet hun expertise zijn. Door wetenschappelijk onderzoek te doen naar de meest efficiënte manier van wetenschapsbewustwording kan het proces geoptimaliseerd worden.  

    Voor wetenschapsbestuurdersgeldt dat zij meer aandacht moeten gaan besteden aan de communicatie-acitiveiten van onderzoekers. Zowel door het aanbieden van cursussen, maar ook door het beoordelen van wetenschappers op deze activiteiten en niet slechts op publicaties.

    Bestuurders moeten de onderzoekers aanmoedigen deel te nemen aan optredens in de media (krant, televisie, publiekslezingen) en hierbij ook de studenten en promovendi betrekken. Hiervoor moet 1% van de NWO-subsidies van onderzoeksprojecten worden gereserveerd. Ook moeten de universiteiten de continuïteit van wetenschapsknooppunten, scholierenacademies en dergelijke waarborgen.

    Hoe werkt wetenschap?

    Wetenschapsbewustwording wordt vroeg in het leven ontwikkeld, daarom is het advies van De Jonge Akademie om wetenschappelijke activiteiten op scholen aan te moedigen en te stroomlijnen. Door het aanbieden van wetenschapseducatie op de Pabo's zullen docenten vertrouwd worden met "hoe wetenschap werkt". Door hen kunnen leerlingen vanaf het allereerste begin van hun schoolcarrière in aanraking komen met wetenschap en techniek. Hierdoor ontwikkelen leerlingen een sterke(re) interesse voor wetenschap.

    Wetenschapsvoorlichters en journalisten moeten volgens De Jonge Akademie in hun opleiding beter in aanraking komen met de werking en de waarde van wetenschap. Ook zouden zij beter hun bronnen moeten controleren voor het schrijven van een artikel.

    Help, het publiek praat terug

    Een dag eerder was ik aanwezig bij een bijeenkomst van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten (VWN) en het Platform Wetenschapscommunicatie (PWC) waar met 100 experts werd gediscussieerd over interactie met het publiek: "Help, het publiek praat terug" (een samenvatting van deze middag is te vinden op Storify). Want dat er in de 21e eeuw van internet, twitter, blogs, reaguurders en ongezouten meningen veel aan het veranderen is, is wel duidelijk. Maar de vraag is hoe wetenschappers, het onderwijs, voorlichters en journalisten hiermee het beste om moeten gaan.

    Wat deze middag steeds terug kwam, is dat wetenschappers zich meer in het debat met het publiek moeten mengen. Aan de hand van bekende voorbeelden, zoals het debacle met de vaccinaties tegen de baarmoederhalskanker, werd geïllustreerd hoe de wetenschappers tekort waren gekomen.

    Zij communiceerden slechts in één richting (uitleg) en verwezen naar ontoegankelijke publicaties, terwijl de oppositie gratis blogs opende en in discussie ging met het publiek. Hierdoor was het publiek geneigd de onderzoekers niet te geloven. Als wetenschappers ook via twitter, blogs en andere platforms communiceren, kunnen zij eenvoudiger het publiek voor zich winnen in dergelijke kwesties.

    Weinig onderzoekers aanwezig

    De thema's tijdens beide middagen vertoonden veel overlap. Het is goed om te zien dat zowel de wetenschappers als de voorlichters en journalisten zien dat er iets moet veranderen in de huidige wetenschapscommunicatie. Het was jammer dat er tijdens de bijeenkomst van VWN en PWC zo weinig onderzoekers aanwezig waren, maar de eerste stappen voor een gezamenlijke bijeenkomst zijn al gezet (zie ook een eerdere blog hierover).

    Kortom, met een handzaam advies voor wetenschappers, voorlichters, journalisten, bestuurders en scholen, en enthousiasme om gezamenlijk op te treden, moet het toch lukken om de publieke opinie over wetenschap te beïnvloeden. Misschien komt de hoogleraar hiermee weer in de top-10 van hoogst aangeschreven beroepen, net als in 1950. En niet de CEO, zoals nu het geval is."

    Eerdere columns van Eva Teuling leest u hier