• A
  • A
  • CNV scherp naar OCW over HO

    - Het CNV acht de HO-deeltijdplannen van OCW ondermijnend voor het Pensioenakkoord. Het Rijk zou samen met sociale partners inzetten op de loopbaanverrijking van werknemers. "Investeringen zijn daarvoor nodig, niet slechts van de sociale partners."

    Dit is een slechte boodschap voor het kabinet, nu het voor de verdergaande hervormingen uit de 'Catshuissessies' de steun vanuit de polder hard nodig zal hebben. Juist het pensioenakkoord staat in dat verband al flink onder druk en het CNV vormt op dit terrein een van de meer constructieve partijen en meedenkers.

    Gevaar van bureaucratisering

    In een brief aan de Tweede Kamer zet CNV Onderwijs zijn bezwaren tegen de deeltijd-plannen van staatssecretaris Zijlstra in dringend uiteen. Naast scherpe vragen over de opzet, financiering en onuitgewerktheid van de voucher-gedachte legt men het zeer heikele constitutionele aspect voluit op tafel.

    "CNV Onderwijs vraagt zich af hoe wordt bepaald welke opleidingen in de toekomst vallen onder het criterium 'prioritaire sectoren en specifieke doelgroepen'. Daar mag op dit moment dan enige consensus over bestaan, maar zal dat in de toekomst ook zo blijven?"

    "Wie bepaalt welke opleidingen nu en in de toekomst van groot economisch en maatschappelijk belang zijn? En bovendien: Volgens[artikel]23GW dient het onderwijs te worden bekostigd op basis van eisen van deugdelijkheid die wettelijk zijn vastgesteld. Hoe verhoudt deze bekostiging zich hiermee? En past dat bij een regime voor het bepalen van het economisch en maatschappelijk belang van deeltijd hoger onderwijsopleidingen?"

    "CNV Onderwijs voorziet dat uiteenlopende en vaak tegengestelde belangen een rol zullen spelen bij het bepalen van dit wettelijk regime. Om geen misverstanden te laten ontstaan verwachten we dat dit tot zeer gedetailleerde regelgeving zal leiden. Ook hier dreigt daarmee het gevaar van bureaucratisering en juist minder flexibiliteit dan die de Staatssecretaris zegt na te streven met zijn voorstellen."

    U leest hieronder de volledige brief van CNV Onderwijs

    'CNV Onderwijs onderschrijft het belang voor Nederland van het streven naar een positie in de mondiale top vijf van kenniseconomieën, vastgelegd in het huidige regeerakkoord. Het zoveel mogelijk benutten van alle talenten is daarvoor van groot belang, niet alleen bij kinderen en jongeren maar ook bij mensen die al vele jaren op de arbeidsmarkt zijn. Uit internationale onderzoeken van onder meer de OESO is bekend dat Nederland niet goed scoort op het ontwikkelen van talenten bij werkenden.

    Het levenlangleren heeft in ons land nog een flinke impuls nodig. Dat kan de arbeidsmarktpositie van velen versterken en bijdragen aan blijvende innovatie op alle niveaus in bedrijven en (semi-) overheidsorganisaties. CNV Onderwijs vindt dit van belang voor de brede economisch-maatschappelijke ontwikkeling van ons land.

    Maar ook in het licht van het Pensioenakkoord, waarin een langere arbeidsparticipatie centraal staat, is extra inzet op levenlangleren van groot belang. Sociale partners en het Rijk hebben afgesproken meer te doen aan het verrijken van de loopbaan van werknemers door scholing en training, zodat ze langer de aansluiting op de arbeidsmarkt kunnen vinden. Investeringen in scholing en training zijn daarvoor nodig, niet slechts van de sociale partners. Immers, niet iedere werkgever is bereid of in staat ook iets oudere medewerkers scholing te bieden.

    CNV Onderwijs is van mening dat de voorstellen van de Staatssecretaris voor de deeltijdopleidingen dit brede economisch-maatschappelijk belang dreigen te ondermijnen. Nederland zal daardoor nog achterop kunnen raken op het vlak van levenlangleren en zo de aansluiting bij de mondiale top vijf van kenniseconomieën missen. Bij CNV Onderwijs ontstaat de vraag of bij het realiseren van de plannen van de Staatssecretaris niet een belangrijke doelstelling uit het regeerakkoord niet gerealiseerd.

    Is het zo dat het beëindigen van de bekostiging van het deeltijdonderwijs ongewenste effecten heeft op verschillende groepen? Immers, juist deeltijd-hbo, ofwel postinitieel hbo, wordt veelal gebruikt juist door mensen, waarvan de ouders een lagere opleiding hebben, meer door vrouwen, en door mensen die juist op latere leeftijd bijvoorbeeld kiezen voor een baan in het onderwijs.

    Langstudeerdersmaatregel voor deeltijdstudenten

    Een belangrijk kritiekpunt van CNV Onderwijs op de plannen voor het deeltijd hoger onderwijs richt zich op de langstudeerdersmaatregel. Gelukkig heeft de Staatssecretaris ingezien dat hier knelpunten zijn en dat deze maatregelen contraproductief werkt voor het streven naar meer leraren op master-niveau. Zo ver lijkt het nu gelukkig niet te komen, doordat voor de opleidingen voor de onderwijssector vooralsnog een uitzondering wordt gemaakt. Wel vreest CNV Onderwijs voor de duurzaamheid van deze uitzondering.

    Maar ook voor de deeltijdopleidingen die niet tot de prioritaire sectoren en specifieke doelgroepen worden gerekend, zal het effect zijn dat werkenden zich minstens twee keer bedenken voordat zij veel geld en tijd steken in een deeltijdopleiding aan een hogeschool of universiteit. En ook werkgevers zullen striktere eisen verbinden aan het vergoeden van (een deel van) de opleidingskosten voor hun werknemers. De toch al zwakke positie van levenlangleren in Nederland wordt zo nog verder aangetast.

    CNV Onderwijs vindt dit een slechte zaak. Juist in deze tijd van economische crisis moet worden ingezet op scholing en training, zodat we met een krachtige beroepsbevolking klaar staan als de economie weer uit het dal klimt. We zien dat economische concurrenten dichtbij en in andere delen van de wereld het belang hiervan wel onderkennen door juist wel nu op dit aspect te investeren. CNV Onderwijs roept u op om ook voor Nederland deze keuze te maken.

    Vraagfinanciering middels beurzen

    CNV Onderwijs is van mening dat het in het algemeen beter is om vraaggestuurd in plaats van aanbodgestuurd te werken. De wijze waarop dit gebeurt met de voorgestelde combinatie van maatregelen zal naar de mening van CNV Onderwijs de bureaucratie alleen wel eens kunnen versterken en de kwaliteit van het onderwijs juist verlagen. We willen u graag op een aantal problemen wijzen met dit systeem van vraagfinanciering, d.w.z door beurzen gericht op prioritaire sectoren en specifieke doelgroepen.

    In de eerste plaats is het de vraag wat onder een dergelijke beurs moet worden verstaan. CNV Onderwijs verwacht dat dit beurzensysteem niet vanuit een open-einde regeling wordt gefinancierd. Er zal ruimte in de onderwijsbegroting voor deze regeling moeten worden gemaakt, ook wanneer daarvoor bestaande middelen voor het hoger onderwijs worden ingezet.

    Dit roept bij ons de volgende vragen op. Wat gebeurt er wanneer de vraag naar een beurs hoger is dan de budgettaire ruimte? En onder welke voorwaarden kunnen deeltijdstudenten aanspraak maken op een beurs? Op welk moment ontvangt de deeltijdstudent de beurs, bij aanvang van de studie of na het behalen van het diploma? Komen er prestatienormen voor de ontvangers van de beurs? En wie bewaakt het nakomen van deze prestatienormen?

    Onder welke voorwaarden mag tot terugvordering van de beurs worden overgegaan? En welke vorm krijgt de beurs straks? Wordt het een loonsuppletie, premie, uitkering of fiscale aftrek? En levert dit niet veel bureaucratische romplomp op? Nu al horen van hogescholen dat ze zich soms afvragen of het niet handiger zou zijn de kostenverhaling van het collegegeld achterwege te laten i.v.m. de hoge incassokosten.

    Ten tweede vraagt CNV Onderwijs zich af hoe wordt bepaald welke opleidingen in de toekomst vallen onder het criterium 'prioritaire sectoren en specifieke doelgroepen'. Daar mag op dit moment dan enige consensus over bestaan, maar zal dat in de toekomst ook zo blijven? En wie bepaalt welke opleidingen nu en in de toekomst van groot economisch en maatschappelijk belang zijn?

    En bovendien: Volgens 23GW dient het onderwijs te worden bekostigd op basis van eisen van deugdelijkheid die wettelijk zijn vastgesteld. Hoe verhoudt deze bekostiging zich hiermee. En past dat bij een regime voor het bepalen van het economisch en maatschappelijk belang van deeltijd hoger onderwijsopleidingen?

    CNV Onderwijs voorziet dat uiteenlopende en vaak tegengestelde belangen een rol zullen spelen bij het bepalen van dit wettelijk regime. Om geen misverstanden te laten ontstaan verwachten we dat dit tot zeer gedetailleerde regelgeving zal leiden. Ook hier dreigt daarmee het gevaar van bureaucratisering en juist minder flexibiliteit dan die de Staatssecretaris zegt na te streven met zijn voorstellen.

    Vervolgens moet worden bepaald om de hoeveel tijd de vaststelling van de groep deeltijdopleidingen voor prioritaire sectoren en specifieke doelgroepen plaatsvindt. Wat nu prioritaire sectoren zijn hoeven dat over enkele jaren zeker niet meer te zijn. Bekend is dat tekorten en overschotten voor beroepsgroepen op de arbeidsmarkt elkaar cyclisch opvolgen. Hoe vaak wordt er vastgesteld of wijziging nodig is van de groep deeltijdopleidingen waarvoor een beurs kan worden aangevraagd?

    Wie gaat de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt monitoren, prognoses maken en de criteria bijstellen, juist nu de RWI haar rol heeft verloren? CNV Onderwijs vreest dat ook op dit punt veel bureaucratie dreigt te ontstaan, waardoor het nieuwe stelsel veel uitvoeringskosten gaat opleveren. En de middelen voor deze uitvoeringskosten zouden beter in de kwaliteit van het onderwijs kunnen worden geïnvesteerd.

    In de vierde plaats vraagt CNV Onderwijs zich af, mede op grond van de hiervoor gerezen vragen, in hoeverre dit nieuwe open bestel voor hoger deeltijdonderwijs met beurzen voor opleidingen van maatschappelijk en economisch belang uitvoerbaar wordt. We hebben hier ernstige twijfels over. CNV Onderwijs wil er bovendien op wijzen dat uit NVAO-gegevens blijkt dat het privaat hoger onderwijs bij 26,8% van de accreditatieaanvragen faalt, terwijl dit voor maar 2,6% van de publieke instellingen geldt.

    Vanuit het oogpunt van de kwaliteit van onderwijs is er dus geen enkele reden om publieke deeltijd hoger onderwijsopleidingen te privatiseren. CNV Onderwijs kan zich niet voorstellen dat over de hele linie de lat omhoog moet, terwijl door deze voorstellen in een deel van het hoger onderwijs de lat juist omlaag gaat.

    CNV Onderwijs verwacht u in deze brief voldoende argumenten te hebben gegeven om de plannen voor de deeltijd hoger onderwijsopleidingen kritisch te toetsen. Graag zouden we uitgebreid met u in gesprek gaan. Immers juist deze onderwijssoort betekent zo veel voor het onderwijs, voor de investering in mensen, en de mogelijkheid voor mensen om langer te blijven werken.'