De reacties op de kritiek uit de Kamer waren opvallend. Wie dacht
dat anti-regelzucht betogen als vanzelf op applaus en instemming
konden rekenen, die kwam bedrogen uit. De adstructie bij de
bezwaren vanuit de koepels en de fracties was dan ook opvallend
dun. Een notitie van 23 blz als onderbouwing en presentatie van de
toetsing door de reviewcommissie is niet zo omvangrijk. De meeste
profileringsdocumenten van HBO en WO zelf zullen heel wat meer
pagina's bevatten.
Bureaucratie niet het issue
De beperkte geloofwaardigheid van de kritiek op overmaat aan
bureaucratie bleek uit de felle wegwuifreactie van
VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes. "Hogescholen en universiteiten
behouden alle vrijheid om hun eigen visie op de toekomst van hun
instelling neer te leggen. Het raamwerk voor de beoordeling van de
prestaties legt geen enkele verplichting of format op aan de
onderwijsinstellingen. Het is volstrekt helder en duidelijk, zodat
iedereen weet hoe er afgerekend zal gaan worden."
De vraag lijkt gewettigd of deze bezwaren dan ook de werkelijke
zijn die Kamer en koepels zoveel buikpijn bezorgen.
ScienceGuide verneemt dat er iets veel explosievers onder
schuil gaat. De reviewcommissie Van Vught is immers de opmaat naar
een blijvender stelsel van validering, monitoring en geldtoewijzing
voor de profielen en zwaartepunten in HBO en WO.
Zo'n opzet met bijvoorbeeld een HOA als nieuw, geïntegreerd
lichaam voor kwaliteitsbekostiging is niet alleen voor de koepels
en instellingen een gevaar. Ook de Kamer zet haar positie en het
primaat van de politiek op het spel.
Kamer heeft het nakijken
Een voorzichtige hint kreeg de Kamer van de HBO-raad die wees op
de dreigende analogie van Van Vught met de Raad voor Cultuur. Deze
hint werd niet direct opgepakt, omdat hij niet helemaal klopt. Van
Vught is geen Thorbeckiaanse adviesraad, maar veel meer een
zelfstandig bestuursorgaan (ZBO).
De rol van de reviewcommissie annex HOA zal zijn de toetsing en
geldverdeling voor de kwaliteitsbekostiging in het HO te
organiseren. Niet ambtelijk OCW, maar experts zonder politieke
sturing zouden dit moeten doen. De minister maakt uiteraard een
bestuurscontract over deze uitvoeringstaken en informeert de Kamer
over de uitkomsten van het werk. Zo is de procesregie netjes belegd
bij een objectieve, bestuurlijke gemandateerde partij.
Voor de Kamer betekent dit, dat deze het nakijken heeft. Het
primaat van de politiek is verschoven naar de regie en uitvoering
door intermediaire organen. Wat men VSNU en HBO-raad wel eens ten
onrechte verwijt - zij zijn verenigingen en geen semi-publieke
organen - zou door het nieuwe HOA pas echt werkelijkheid kunnen
worden. De bewindslieden zullen bij kritiek op kwaliteit of aanpak
in HBO of WO voortaan verwijzen naar het HOA en hun eigen
verantwoordelijkheid beperken tot brede stelselvragen en afspraken
op hoofdlijnen met dat HOA.
Eisen van deugdelijkheid
Dit verklaart waarom de puristen van het staatsrecht bij de
kleine reformatorische partijen zo gealarmeerd waren. Zij zien heel
scherp dat hier artikel 23 van de Grondwet aan de orde komt en aan
de wortel van deze boom gezaagd gaat worden. Artikel 23 bepaalt dat
onderwijsbekostiging plaats vindt op basis van 'eisen van
deugdelijkheid' die in de wet zijn vastgelegd en door de minister
worden toegepast. Dus niet door een professor uit D66 op basis van
een notitie over profielen, zo hoor je SGP en CU mopperen.
Tegelijk spreekt daaruit dat dit bezwaar ingezet kon worden als
dekmantel voor allerlei andere knelpunten. Het feit dat eigenlijk
de hele Kamer de opzet van OCW toch wat veel van het goede vond,
ook Zijlstra's VVD, liet zien dat het bureacratie-bezwaar breed
leefde.
Andere fracties hebben andere, maar vergelijkbare bezwaren. Zij
zijn al langer negatief over de impact van de vele ZBO's als ook de
kosten die zulke organen meestal opsouperen. Van het COA van
mevrouw Albayrak tot de UWV en dergelijke semipublieke lichamen
liggen zij onder vuur. De plotselinge oprichting van een nieuwe
variant voor het HO-beleid ligt dan minder voor de hand.