Voordat het interview begint, excuseert Anne Glover zich even om
een speciaal kussen op haar stoel te zetten dat haar rug ontlast.
"Ik heb rugpijn en als ik heel eerlijk ben dan zou ik het liefst nu
op de grond gaan liggen." Voor ScienceGuide geen probleem,
maar de chief scientific advisor van de Europese Unie bijt door de
pijn heen en blijft zitten.
"Het wordt zo wel minder", zegt zij met een ietwat gekwelde
glimlach. En dat wordt meteen ook het aanknopingspunt voor het
gesprek over haar bijzondere positie en rol.
"Laatst las ik dat geschat wordt dat miljarden euro's verloren
gaan als gevolg van chronische rugpijn. Mensen gaan er verschillend
mee om: de ene persoon gaat af en toe op de grond liggen, de ander
blijft ziek thuis. Aan zulke chronische aandoeningen wordt relatief
weinig geld gespendeerd."
Is het niet wrang dat er zoveel innovatief vermogen gaat
zitten in steeds weer nieuwe apps voor je tablet of gsm terwijl met
die creativiteit ook naar oplossingen voor rugpijn gezocht kan
worden?
"Nee. Vindingrijkheid is het meest geweldige kenmerk van de
menselijke soort. Je kunt mensen hierin niet beperken. Wetenschap
en technologie zijn de meest creatieve dingen. Ik ben altijd erg
gefascineerd geweest door technologische ontwikkelingen: ineens heb
je een tablet en kun je overal met mensen communiceren en je
informeren."
"Lost dit de grootste maatschappelijke problemen op? Het
antwoord is 'nee'. Maar zou je alle onderzoeksprojecten van
bijvoorbeeld TNO stop willen zetten om iedereen aan 'rugpijn' te
laten werken? Ook nee. Daarmee zou je onderzoekers ontzettend
ongelukkig maken."
Hoe word je Chief Scientific Advisor bij de Europese
Commissie?
"Je wordt gevraagd. Enige tijd geleden had president Barroso
besloten dat de Commissie een Chief Scientific Advisor zou moeten
hebben. Ik was opgevallen als Chief Scientific Advisor van de
regering van Schotland en men heeft mij toen gevraagd mee te dingen
naar deze functie. In de Angelsaksische wereld is dat een heel
gebruikelijke positie, maar in veel landen op het continent nog
niet."
"In Nederland bijvoorbeeld heb je wel wetenschappelijke
adviseurs bij de diverse departementen, maar geen onafhankelijke
Chief Scientific Advisor. Ik hoop dat ik andere Europese
lidstaten het enorme voordeel hiervan kan laten inzien."
"Als ik nu met iemand in Nederland wil spreken over bijvoorbeeld
de kwaliteit van water, of over klimaatverandering, dan zou ik niet
weten wie ik moest bellen. Ik kan natuurlijk contact opnemen met
nationale academies van wetenschappen, maar hun advies - wat zonder
twijfel wetenschappelijk en onafhankelijk is - kan gemakkelijk door
de nationale overheid terzijde worden geschoven. Het is een stuk
moeilijker om een Chief Scientific Advisor, die je zelf hebt
aangesteld als onafhankelijk adviseur, aan de kant te
schuiven."
U waarschuwt voor consequenties van wetenschappelijke
ontwikkelingen, maar wijst de Commissie en de lidstaten van de EU
ook op wetenschappelijke kansen. Kunt u daar een voorbeeld van
geven?
"Op bijna elk onderzoeksterrein wordt gebruik gemaakt van
high performance computing. We hebben niet de snelste
computers in Europa, maar er is helemaal geen reden voor dat wij
die niet hebben. We zijn ontzettend goed in software, maar nog niet
in de hardware. In de toekomst hebben we een hele boel van
deze high performance computers nodig, bijvoorbeeld om
weersvoorspellingen te doen."
"Dat is cruciaal voor veel meer dan de wetenschap. Het raakt ook
vele soorten bedrjfsleven. Wist je trouwens dat zelfs
supermarktketens heel scherp naar de weersvoorspellingen kijken?
Voor hun logistiek is het extreem belangrijk om te weten of het
komend weekend lekker zonnig wordt, of juist regenachtig."
"We zijn in het verleden nogal nonchalant omgesprongen met onze
kennis. Wetenschap is niet alleen: 'onderzoeken, publiceren,
klaar'. Voor mijn eigen onderzoek ontvang ik publiek geld, de
belastingbetaler betaalt voor het werk dat ik doe. Dat legt bij mij
de morele plicht om na te denken welke andere partijen zouden baat
kunnen hebben bij het onderzoek dat ik doe."
Met welk onderzoek houdt u zich zelf als
wetenschapper bezig?
"In het verleden heb ik veel werk gedaan op het terrein van
watervervuiling. Ik onderzoek de stressreactie van microben. Nu
onderzoek ik biologische stress in meer gesofisticeerde organismes
zoals jij en ik."
"Veel neurodegeneratieve ziekten hebben te maken met de
stressreacties van je cellen. Het is echt eencoolonderzoeksterrein.
Als je de evolutionaire ontwikkeling bekijkt, met aan de ene kant
de bacterie en aan de andere kant de mens, dan zie je dat we in
wezen precies dezelfde stress-respons hebben."
Blijft u dit onderzoek nog naast uw werk als
Commissie-adviseur doen?
"Mijn positie bij de Europese Commissie is fulltime, maar ik heb
bedongen dat ik me effectief één dag per maand met mijn eigen
onderzoek mag bezighouden. Ik ben hier immers op een tijdelijk
contract: mijn positie vervalt wanneer de termijn van de Commissie
Barroso verstrijkt."
"Dat is nog drie jaar. Daarna moet ik weer terug aan de slag
kunnen in de wetenschap. Once a scientist, always a
scientist."
Is het moeilijk als wetenschapper om in zo'n heel politieke
omgeving te werken?
"Het is best een uitdaging. De wetenschap produceert bewijs.
Neem het thema klimaat: de wetenschappelijke kennis hieromtrent is
niet politiek, maar hoe het gebruikt wordt is natuurlijk wél heel
politiek. Ik zie het als mijn taak om de Europese Commissie te
voorzien van het best beschikbare wetenschappelijke bewijs.
Vervolgens is het aan politici en bestuurders om de politieke
afwegingen te maken."
"Maar… wanneer wetenschappelijk bewijs genegeerd wordt, dan
moeten we beter transparant maken waarom of zoiets terzijde wordt
geschoven. Natuurlijk spelen ook andere factoren - ethische,
economische - die tegen het wetenschappelijk bewijs moeten worden
afgewogen. Maar we hebben de morele verplichting om die afwegingen
transparant te maken. Anders gaan burgers denken dat er iets mis is
met het bewijs."
"Je ziet dit bijvoorbeeld bij genetische modificatie: het bewijs
is zonneklaar. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de
risico's zeer beperkt zijn. En toch willen politici het
'voorzorgsprincipe' hanteren. Daarmee impliceer je dat het
bestaande wetenschappelijke bewijs niet deugt."
"En dat klópt gewoon niet. Politici moeten gewoon eerlijk
zeggen: we kiezen niet voor genetisch gemodificeerde gewassen omdat
de bevolking het niet wil. Punt uit. De argumentatie moet
transparant zijn, anders stel je de wetenschap in een kwaad
daglicht."