"Onlangs was ik in de gelegenheid om een serie colleges te
volgen op Berkeley. Je weet wel, die publieke universiteit aan de
westkust van de Verenigde Staten. Iedere klas had drie dingen die
ik nog nooit op die manier heb meegemaakt in een Nederlandse les:
alle (alle!) studenten hadden hun literatuur gelezen en hun opgaven
gemaakt, alle (alle 60!) studenten participeerden actief in de les
en het niveau van discussie was iedere keer weer uitzonderlijk
hoog.
Ik probeerde door de weken heen te analyseren wat de
belangrijkste verschillen waren met de manier waarop we in
Nederland college geven en volgen. Ik kwam op zeven
verschillen:
1. Ruimte
Stel je een zaaltje voor met zestig studenten. Niet in rechte
rijen maar in drie kringen, die in hoogte oplopen. De docent staat
daardoor midden in de klas, in plaats van voor de klas. Studenten
zien elkaar. Het nodigt allemaal uit tot discussie.
2. Naambordjes en vaste zitplaatsen
In iedere tafelblad is aan de voorkant een smalle naaf geslepen.
Iedere student heeft een wit, plastic bordje bij zich van ongeveer
30 bij 10 cm met daarop in zwarte letters zijn of haar naam. Dat
bordje past precies in de naaf en valt dus niet om. Daardoor kan de
docent iedere student bij haar naam aanspreken, en kunnen studenten
dat onderling ook. Slimme studenten gaan zitten op vaste plaatsen,
zodat de docent ze onthoudt.
3. Hard werken
Voor één college hadden de studenten het boek 'Innovators
Dilemma' van Clayton Christensen gelezen. Goed boek, niet moeilijk,
wel dik (driehonderd pagina's). Prima te doen in een week, maar
welke Nederlandse docent gelooft dat nog? Pas als de docent dat
gelooft gaan studenten er ook in geloven.
4. Teaching cases
De grap was dat de docent geen les gaf aan de hand van het boek.
In de les stond de praktijk centraal, in de vorm van een
teaching case. De casus was een startup die moest kiezen welke
markt ze in zouden gaan met hun product. De docent gebruikte
inzichten uit het boek om de discussie over de casus te
structureren, op een zeer elegante manier. De theorie werd direct
zichtbaar gemaakt aan de hand van de praktijk. IJzersterk.
5. Cold calling
Iedere student weet dat de vraag zijn kant uit kan komen. 'Cold
calling' noemen ze dat. Het is cruciaal voor de concentratie van de
student, er staat iets op het spel. En nog beter is dat letterlijk
iedereen in de klas aan het woord is geweest in de vijfenzeventig
minuten dat het college duurde.
6. Geen laptops, geen gadgets
Nietsvermoedend pakte ik mijn telefoon om wat aantekeningen te
maken. Oeps, dat was niet de bedoeling. De (bevriende) docent legde
in niet mis te verstane bewoordingen uit dat er geen laptops en
gadgets gebruikt mochten worden in de klas. Al die techniek leidt
af. De verleiding om toch nog even een smsje te versturen is te
groot. Dus aantekeningen maak je ouderwets met pen en papier,
basta. Geen discussie over mogelijk.
7. Participatie bepaalt 20% van het cijfer
En trouwens, het is niet vrijblijvend. Participatie bepaalt 20%
van je cijfer. Docenten houden nauwkeurig bij wie actief een
bijdrage levert en wie niet. Wie het college niet heeft voorbereid
valt door de mand en merkt dat in haar beoordeling. Ja, dat is wel
extra werk voor de docent. Maar een slimme docent regelt 'teaching
assistants' die de klasparticipatie bijhouden.
Het resultaat was fenomenaal: een energieke discussie op hoog
niveau, met veel nieuwe inzichten voor de studenten. Ik zou willen
dat ik vroeger op deze manier les had gekregen.
De grap is: er staat niets bijzonders in dit rijtje van zeven
verschillen. Er staan geen dure dingen tussen, geen ingewikkelde
dingen. Er is geen enkele goede reden waarom we niet op deze manier
lesgeven in Nederland. Alles wat er in die klas gebeurde kan ook
met een Nederlandse klas. Het is eigenlijk heel simpel.
De eerste stap is om docenten te leren op te werken met teaching
cases. Dat klinkt misschien heel duur, maar dat valt reuze mee. de
Harvard Business School geeft trainingen voor docenten voor
ongeveer driehonderd euro per dag. De teaching cases van de school
zijn open toegankelijk en voor een relatief schappelijk bedrag per
student te gebruiken. Ik zou zeggen: doen!"
Frans Nauta (@fnauta) is Entrepreneurship Lead van
Climate-KIC in Nederland. Lees zijn eerdere columns hier