De Utrechtse psychologe onderzocht via huisbezoeken aan 87
tweeoudergezinnen in Nederland hoe de verhoudingen binnen een gezin
veranderen door de komst van een tweede kind. Peuters zijn al voor
de geboorte van een broer of zus in staat jaloers gedrag te
vertonen wanneer ze genegeerd worden door hun ouders. Uit onderzoek
van Szabó blijkt nu dat deze jaloezie sterker is wanneer de
aandacht van één of beide ouders wordt opgeëist door een pop, dan
wanneer de ouders door non-sociale objecten afgeleid worden, zoals
bij het lezen van een boek.
Pop voorspelt later gedrag
'Strategieën' die de geobserveerde kinderen gebruikten om de
aandacht van de ouders terug te winnen, waren onder meer afleiden,
troost zoeken, woede en slaan. Opmerkelijk was dat moeders meer
jaloers gedrag opriepen bij het kind dan vaders.
"Wellicht komt dit omdat moeders dagelijks veel tijd doorbrengen
met het kind," zegt Szabó. "Dat maakt dat kinderen eerder
verwachten door hun moeder dan hun vader getroost te worden en dus
sterker reageren als die aandacht uitblijft." De onderzoekster
ontdekte tevens dat de mate van jaloezie tegenover de pop
voorspellend is voor de latere jaloezie die het kind vertoont naar
een pasgeboren broertje of zusje van één maand oud.
Ontrafel de factoren
Bij een huisbezoek een jaar later waren de eerstgeboren kinderen
minder jaloers op hun broertje of zusje dan het jaar ervoor.
Mogelijk is dat het geval omdat het kind tegen die tijd beter heeft
geleerd emoties te reguleren. Dit effect van afnemende jaloezie
werd versterkt wanneer ouders aangaven een goed huwelijk te hebben
en een goede band met hun kind.
Volgens Szabó is het belangrijk om te ontrafelen welke factoren
bijdragen aan de band tussen broertjes en zusjes. Deze vroege
interacties zijn namelijk bepalend voor latere relaties die het
kind aangaat. In totaal brachten de onderzoekers aan elk gezin
dat deelnam drie huisbezoeken in twee jaar tijd. De 87 gezinnen
hadden bij het eerste huisbezoek een kind in de peuterleeftijd en
verwachtten een tweede kind.
Ouders als team, of niet
De onderzoekers organiseerden per bezoek speelsessies van twee
uur, waarbij de moeder en de vader zowel afzonderlijk als
gezamenlijk met het kind speelden of het kind even negeerden. Naast
de focus op jaloezie, ging Szabó in haar onderzoek na hoe ouders
onderling samenwerken. Hieruit bleek dat hoe meer het tweede kind
huilt en hoe moeilijker het te troosten is, hoe minder ouders in de
opvoeding als een team functioneren, ook naar het eerste kind
toe.
Ook ging Szabó na hoe de zorg van de ene ouder verandert als
gevolg van de aanwezigheid van de andere ouder. Ze stelde vast dat
vaders zich meer terugtrokken als de moeder al aandacht schonk aan
het kind, terwijl dit andersom niet het geval was. Op het moment
dat de moeder wegviel, nam de vader echter wel weer de volledige
zorg en aandacht voor het kind op zich.