De aardwetenschappers hebben kortstondige extreme
broeikasklimaten ontdekt in 53 miljoen jaar oude rivierafzettingen
van het Bighorn Bekken. Met deze ontdekking tonen zij aan dat de
opeenvolging van kortstondige extreme broeikasklimaten, waaronder
het Paleoceen-Eoceen Thermisch Maximum (PETM), werd veroorzaakt
door een zelfde bron van broeikasgassen. De resultaten worden op 1
april gepubliceerd als Advanced Online Publication in het
toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Nature Geoscience.
Tot nu toe kwam de belangrijkste informatie over de twee
kortstondige extreme broeikasklimaten (genaamd Eoceen Thermisch
Maximum 2 en H2) uit diepzeesedimenten. Het is nu voor het eerst
dat deze twee gebeurtenissen samen met het meest uitgesproken
broeikasklimaat uit die tijd (het PETM) zijn gedocumenteerd in één
sedimentair bekken op het land. Hierdoor kunnen zowel de
mariene als continentale milieuveranderingen tijdens deze extreme
broeikasklimaten worden vergeleken.
Zoogdieren liet het koud
Het onderzoek laat bovendien zien dat er geen grootschalige
evolutionaire omslag plaatsvond in de zoogdierpopulatie die
destijds het Bighorn Bekken bevolkte. Dit is opmerkelijk, omdat de
grootste van de extreme broeikasklimaten uit die tijd wereldwijd én
in het Bighorn Bekken grote invloed had op de zoogdierpopulatie. Zo
evolueerden in die periode onder andere de moderne primaten en de
even- en onevenhoevigen.
De onderzoekers stellen dat tijdens de nu gevonden jongere
klimaatgebeurtenissen de zoogdieren in het bekken mogelijk al
bestand waren tegen extreme broeikasklimaten. De komende jaren zal
worden onderzocht wat de precieze invloed van deze extreme
broeikasgebeurtenissen is geweest op de temperatuur, neerslag, en
de lokale riviersystemen. Het onderzoek wordt mede gefinancierd
door NWO.