"De particuliere sector is positief over de plannen van Zijlstra
om niet meer de instelling maar de vrager te financieren. Maar de
vraag die bij velen leeft is: is dit een goede oplossing om te
stimuleren dat meer volwassenen een deeltijdopleiding gaan volgen?
Daarom is het goed om eerst eens van wat feiten op een rijtje te
zetten en verschillen tussen publiek en privaat onder de loep te
nemen.
Er is de laatste jaren redelijk wat onderzoek gedaan naar de rol
van de overheid en de rol van de markt als het gaat om het
opleiden van volwassenen Uit 'Vouchers voor vaardigheden' (B.
Baarsma, SEO, 2010) worden CBS cijfers aangehaald: 84% van de
volwassenen schoolt zich bij een private aanbieder. Jaarlijks maken
1,3 miljoen mensen gebruik van private onderwijs- en
trainingsinstellingen.
Voldoende aanbod privaat onderwijs
Uit de zeer recente marktmonitor (SEO, 2012) blijkt dat de
omzet deze sector 3,2 miljard euro bedraagt, een
zeer omvangrijke markt dus. Een van de conclusies uit het
onderzoek uit 2010 is dat de aanbodzijde van de markt van
postinitieel onderwijs goed functioneert. Er is voldoende en divers
aanbod van privaat, postinitieel onderwijs, onderwijs voor
werkenden en werkzoekenden. Dit is in het onderzoek van 2012
nog eens bevestigd.
Aan de vraagzijde vertoont de markt nog wel imperfecties. Het
onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat sommige groepen moeite hebben
om hun opleiding te financieren, omdat de kapitaalmarkt de baten
van (postinitieel) onderwijs niet goed kan waarderen. Baarsma
(overigens recent voorgedragen als kroonlid van de SER) geeft aan
dat een geschikt instrument om het marktfalen aan de vraagzijde te
adresseren, het invoeren van vraaggestuurde financiering met
vouchers of leerrekeningen is.
En passant haalt het rapport Baarsma nog uit naar het doolhof
van subsidieregelingen (volgens haar in 2010 meer dan 1400 potten)
voor postinitieel onderwijs. Over de effectiviteit van deze
regelingen is nagenoeg niets bekend. Bovendien is het
subsidielandschap door het grote aantal regelingen en het
tijdelijke karakter ervan niet transparant en werkt dat
ontmoedigend in plaats van stimulerend. Dit gegeven is ongetwijfeld
inmiddels ook bij het ministerie van OC&W bekend en zal
Zijlstra gemotiveerd hebben om zijn plan voor vraagfinanciering
door te zetten.
Bewuste keuze voor type opleider
En dan de twijfels over de kwaliteit, zoals die ook door Henk Pijlman werden aangehaald. Een
inventarisatie door de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding
(NRTO): hun leden hebben begin 2012 al 115 geaccrediteerde
opleidingen in het het Croho register staan, 80.000 studenten
volgen een (deel van) een Croho geregistreerde opleiding bij een
van de aangesloten leden van de NRTO.
Als het om kwaliteit gaat: die opleidingen vallen onder
hetzelfde accreditatieregime en WHW eisen van de NVAO/Inspectie als
bekostigde opleidingen. De Inspectie en de NVAO mogen zorgen
hebben over de kwaliteit van particuliere opleidingen: ze maken
zich de laatste tijd ook veel zorgen over het bekostigde onderwijs.
En dat blijkt niet onterecht, gezien de verschillende, recente
affaires.
Qua inzet van personeel gaat het niet om een verschil tussen wel
een CAO (publieke instellingen) of niet (private ondernemingen).
Het gaat wat mij betreft om een bewuste keuze voor het type
opleiders dat wordt ingezet. Onze organisatie werkt bijna alleen
maar met opleiders met een flexibele, freelance aanstelling omdat
wij eisen dat onze opleiders met beide benen in de praktijk staan.
Dat verwachten onze deeltijd deelnemers ook.
Flexibiliteit van freelancers
Wij werken met opleiders die, naast hun vaste aanstelling als
bijvoorbeeld adviseur, onderzoeker, manager of senior professional,
het aantrekkelijk vinden om hun kennis en expertise te delen met
gemotiveerde ervaren deelnemers. En die deelnemers verrijken de
opleiders op hun beurt weer met de praktijken die zij
inbrengen in het leerproces of in hun onderzoek.
Kortom een heel ander business model. Met als voordeel, moet ik
toegeven, ook meteen flexibiliteit om snel te schakelen bij
verminderde vraag of wanneer een opleider niet aan de verwachtingen
voldoet. Is het trouwens wel zo dat de CAO-HBO het onmogelijk maakt
om opleiders freelance aan te nemen?
Het private onderwijs is gespecialiseerd in maatwerk en
aansluiting bij de wensen en behoeften van werkenden. Men kan
kiezen voor of een hele bachelor/master of alleen een paar
onderdelen. Ik vraag me af of de bewering van Pijlman klopt dat je
door delen van het curriculum te volgen toch een geaccrediteerd
diploma kunt halen.
Dat is ook bij de particuliere sector niet toegestaan. Het
erkende diploma geldt alleen bij het voltooien van het volledige
traject. Bij een level playing field hebben publieke aanbieders dus
dezelfde mogelijkheden voor modulair aanbieden. De deelnemer kiest
wat hij/zij wil volgen en betaalt hiervoor.
Kortom de particuliere onderwijsaanbieders gaan graag de
concurrentie aan in een gelijk speelveld. (Overheids-)toezicht en
handhaving op kwaliteit en toezicht op concurrentievervalsing is
dan wel een vereiste."
Roos Zwetsloot is directeur-eigenaar van Pro Education b.v.,
particulier aanbieder van Post-Bachelor en (NVAO
geaccrediteerde) Masteropleidingen voor professionals o.a. in de
domeinen Management & Bedrijfskunde, Learning &
Development, Wonen, Zorg & Welzijn, ICT-management en
Paramedisch.