Vanwege de geruchtmakende moordaanslag op de Stadhouder hadden
de bestuurders van de Staten Generaal behoefte aan een
gedetailleerd en feitelijk verantwoorde rapportage, als ware het
een parlementaire enquete avant la lettre. Dat is ook niet zo
vreemd, gelet op de grote politieke gevolgen van een dergelijke
moord. Zo liet de Britse Koningin Elizabeth I de chef van haar
'secret service' nadrukkelijk rapporteren wat en hoe gebeurd was in
Delft.
Met verzwakte stem
De conclusie van de huidige onderzoekers uit het
gedetailleerde materiaal is dat Willem van Oranje stierf na
"een bloeding als gevolg van het schot door de linker long,
welk schot tijdens de bijna horizontale passage door de borstholte
het hart niet heeft geraakt, maar dorso-lateraal heeft gepasseerd.
Die verwonding en de gevolgen daarvan hebben de Prins nog voor
enkele minuten de gelegenheid geboden om iets te zeggen, zij het
met verzwakte stem, omdat alleen nog met de rechter long lucht
langs de stembanden kon worden geperst."
"Medisch-historisch zijn nog drie relevante zaken te noemen. Ten
eerste is er de eerdere aanslag op de Prins (zie o.a. M.A. van
Andel, Willem van Oranje als patiënt, Nederlands Tijdschrift voor
Geneeskunde 77 (1933) 2041-2045), waarbij sprake is van een
ernstige nabloeding en ook slikklachten. Dat dit consequenties
heeft voor de beoordeling van de dodelijke verwonding uit 1584, is
niet waarschijnlijk."
"Ten tweede is er de mogelijkheid van gehoorschade bij de
omstanders door het pistoolschot, wat het 'beluisteren' van de
Prins moet hebben bemoeilijkt. Ten derde moet men ervan uitgaan dat
de gewraakte zin die de Prins zou hebben gesproken meerdere
inspiraties (geschat op vijf) vereist met een totale tijdsduur van
ongeveer een halve minuut. Die tijd is, gelet op het letsel, ruim
voldoende beschikbaar geweest."
"Ontfermpt U mijnder"
Dat brengt meteen de meest omstreden kwestie uit de recente
EO-reconstructie in een nieuw daglicht. De Huygens-onderzoekers
stellen vast, dat de Prins wel degelijk nog kon spreken en de net
benoemde, jonge stalmeester die hem vasthield ook direct
getuigd heeft van laatste verzuchtingen. Deze werden in een brief
aan de broer van de stadhouder, Jan van Nassau, nadrukkelijk
weergegeven. De beruchte chef van de Britse geheime dienst, Thomas
Walshingham, meldde zijn vorstin echter dat er geen woorden
waren overgeleverd.
De optekeningen direct na de aanslag laten zien, dat er twee
teksten werden vastgelegd: een kort gebed en een langere, mooi
geconstrueerde editei van twee zinnen. De onderzoekers melden
daarover: "In de hoofdtekst van de resolutie van de Staten-Generaal
van 10 juli 1584 na de noen staat dat de prins "in het vallen", dus
stervende, geroepen heeft: "Mijn God ontfermpt U mijnder ende Uwer
erme ghemeynte".
In de marge heeft Cornelis Aerssens, die ook elders op de
bladzijde als vervangend griffier kleine wijzigingen heeft
aangebracht, "deze tekst onderstreept (en dat betekende destijds
vaak doorgehaald) en in de marge gezet: Mon Dieu, ayez pitié de mon
ame, Mon Dieu ayez pitié de ce pauvre peuple"."
Brieven aan familie
De griffier schreef deze tekst "ook aan zijn werkgever, de
stad Brussel, waar hij nog pensionaris was alvorens griffier van de
Staten-Generaal te worden. Hij voegde er aan toe dat de prins eerst
tamelijk luid sprak, maar de laatste twee woorden erg zacht had
gezegd."
Het eerste verslag aan de broer van prins Willem, Jan van
Nassau, heeft het over "Ach Gott, erbarm dich meiner unnd des
armenn Volcks". Zijn oudste dochter Maria schreef naar familie in
Duitsland het volgende over de aanslag: "Il est mort incontinent
apres avoir dit ces parolles, Mon Dieur ayé pitié de mon ame, et un
peu après, Mon Dieu, ayé pitié de ce pauvre peuple".