• A
  • A
  • Zelfkennis opstap naar succes

    - De HAN blinkt uit door het op doordachte, haalbare wijze uitbouwen van onderzoekskwaliteit. Dat vindt de Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek. Welke lessen kunnen anderen in HBO en WO hier uit trekken? Wat werkt? Wat werkt (nog) niet en dwingt tot realisme?

    Het hoofd kwaliteitszorg van de HAN, Barbara Schaefers, mag tevreden zijn met de uitkomst van het validatierapport dat de Validatie Commissie Kwaliteitszorg Onderzoek (VKO) onlangs naar buiten bracht. In dat onderzoek worden de randvoorwaarden voor kwaliteitsonderzoek "uitstekend" genoemd.

    Veel tijd en energie

    Schaefers: "Algemeen uitgangspunt is dat je als hogeschool je kwaliteitszorg zelf mag inrichten, maar je moet daarover wel naar tevredenheid verantwoording afleggen, wat naast een ontwikkelfunctie ook een verbeterfunctie heeft. Bovendien spreekt het de VKO aan dat we onze lectoren de nodige ruimte laten om hun eigen kwaliteitsopvatting in te brengen."

    De validatiecommissie heeft grote waardering voor het feit dat de HAN veel tijd en energie gestoken heeft in de ontwikkeling en uitvoering van haar kwaliteitszorgsysteem voor onderzoek. Er is nauw aangesloten bij de landelijke brancheafspraken, waarbij een goede inkleuring is gegeven vanuit het eigen profiel.

    Zo is er onder meer een 'HAN kwaliteitskader' voor onderzoek ontwikkeld. Een opzet voor de definiering van de eigen visie op en aanpak van de kwaliteit die volgens de VKO navolging verdient bij andere hogescholen. De validatiecommissie heeft ook veel waardering voor de aandacht die uitgaat naar het stakeholdersonderzoek als instrument bij de zelfevaluatie.

    Niet alleen top down

    Opvallend vindt de VKO "de goede balans die is gevonden tussen enerzijds sturing vanuit centrale kaders en anderzijds decentrale ruimte voor een gedifferentieerde uitwerking en invulling. Ook in het tempo waarmee veranderingen worden doorgevoerd wordt goed rekening gehouden met de verschillen tussen eenheden, zonder dat de vaart er daarmee uit wordt gehaald. Er is bovendien voldoende aandacht voor het verkrijgen van draagvlak. Een sterk punt daarbij is de wijze waarop lectoren worden betrokken in de veranderingsprocessen en in de organisatiestructuur."

    Niet alleen de ondersteuning vanuit de afdeling kwaliteitszorg wordt uiterst gewaardeerd door de validatiecommissie. Ook de rol van het college van bestuur is positief beoordeeld, omdat dit college met groot enthousiasme toeziet op de doorwerking van de onderzoekskwaliteit.

    Onderzoeksbeleid in co-creatie

    Kristel Baele, CvB-lid van de HAN, spreekt dan ook haar vreugde uit over deze VKO-rapportage en de conclusies die hieruit getrokken kunnen worden. "Men signaleert dat de HAN systematisch en 'voorbeeldmatig' de onderzoekskwaliteit borgt en bevordert. Ook de verbinding tussen onderzoek en onderwijs staat de commissie aan. In de derde plaats is men te spreken over het feit dat we ons onderzoeksbeleid in co-creatie ontwikkelen, waarbij het CvB, HAN Kwaliteitszorg en de lectoren tot ieders tevredenheid samenwerken."

    De waardering neemt niet weg, dat er ook punten van beleid en kwaliteitsontwikkeling zijn en blijven waarop de HAN de komende tijd nog verdere verbetering zou kunnen aanbrengen. Hoewel een goede start gemaakt is met het aanbrengen van focus en massa, meent de VKO dat er nog meer samenhang kan worden aangebracht tussen de diverse lectoraten door bundeling in kenniscentra. Externe evaluaties hebben laten zien dat de focus nog onvoldoende is. Een oplossing daarvoor zou de hogeschool moeten vinden in het ontwikkelen van een aantal meerjarige onderzoeksprogramma's.

    Ken u zelve

    De HAN maakt volgens de VKO de juiste analyse als ze stelt dat de onderzoekscapaciteit te beperkt is om al te hoge ambities te kunnen realiseren. Dit zit hem in de voorlopig nog geringe onderzoekbekostiging en in de nog beperkte onderzoekvaardigheden van docenten. Die zelfkennis zorgt ervoor dat de hogeschool geen illusies zou najagen.

    Aangezien een verhoging van de overheidsbekostiging op korte termijn niet aan de orde is, zal veel aandacht moeten uitgaan naar het verwerven van externe middelen. Daarnaast moet flink worden geïnvesteerd in de onderzoekkwalificaties van het zittend personeel. Van beide zaken heeft de VKO de indruk dat deze in goede handen zijn bij het CvB.