"De zorg kost de gemiddelde Nederlander over zijn hele leven
340.000 euro maar hij krijgt daar gezondheid en welzijn voor terug
ter waarde van minstens 450.000 euro. Verschuiving van een deel van
dit geld, van de laatste levensfase, waar het nu vooral aan op
gaat, naar de eerste paar jaar van het leven kan een
indrukwekkende overall winst opleveren", met deze
economische redenering begon professor Dick Oepkes zijn intreerede als hoogleraar Verloskunde, met als
bijzondere nadruk op Foetale Therapie.
QALY-koopje
Kosteneffectiviteit van medische interventies wordt berekend aan
de hand van gewonnen QALY's (quality-adjusted life-years gained).
Eén QALY is het equivalent van 1 jaar langer leven in perfecte
gezondheid. De meeste QALY's zijn aldus bij de foetale geneeskunde
te winnen. Zo levert de screening van zwangeren op HPA-1bb (een
bepaalde bloedplaatjes bloedgroep die ervoor zorgt dat zwangeren
antistoffen tegen de foetus aanmaken), een programma dat 7 miljoen
euro's kost, 1800 QALY's op. Dat betekent €3.900 per QALY. "Echt
een koopje", zegt Oepkes.
De foetale sterfte is in Nederland relatief hoog, 50% hoger dan
in Vlaanderen bijvoorbeeld. Jaarlijks sterven in ons land 1155
foetussen. Oepkes: "Ons LUMC programma voor foetale therapie levert
een grote bijdrage aan het verlagen van die sterfte. In het LUMC
redden we jaarlijks alleen al 30 kinderen met foetale
bloedtransfusies."