Op mijn cv, in het Engels geschreven, staan onder het kopje
'Qualifications' de titels 'BSc Psychology' en 'MSc Developmental
Psychology'. Door het gebruik van deze titels, en niet de
doctorandustitel die officieel op het aan mij uitgereikte diploma
staat, begrijpen ook mijn collega's in het buitenland waar ik me in
mijn studietijd mee bezig heb gehouden. Soms staat er cum laude
achter; met deze Latijnse titulatuur zijn mijn buitenlandse
collega's gelukkig even bekend.
Studeren niet meer op één plek
Mijn eigen wereld, maar zeker ook de academische wereld is de
laatste jaren in sneltreinvaart internationaler geworden. Studeren
anno 2012 is niet meer aan één plek gebonden.
Zelf heb ik in de jaren tachtig een tijd in het buitenland mogen
verblijven. Ik vertrok toen voor een langere periode als research
fellow naar de Verenigde Staten. Een ervaring die in die tijd niet
voor iedereen was weggelegd. Die periode in het buitenland heeft me
gevormd. Op eigen benen staan in een land waar je amper iemand
kent, daar groei je van.
Gelukkig is het de huidige studenten een stuk makkelijker
gemaakt om internationaal ervaring op te doen. De invoering van het
bachelor-mastersysteem, nu 10 jaar geleden, speelt daarbij een
essentiële rol. Een belangrijk doel was om de mobiliteit van
studenten in Europa te vergroten. In 29 Europese landen kon je
vanaf dat moment dezelfde academische titel behalen. Ook waren de
studiepunten die je in het ene land verdiende, in het andere land
evenveel waard.
De tijd dat dit speelde was ik decaan van de Faculteit der
Maatschappij- en Gedragswetenschappen aan de UvA. Hoewel de
praktische invulling enige voeten in aarde had was ik toen
uitermate positief over de invoering van de BaMa-structuur. Dat ben
ik nu als rector van de UvA nog steeds.
De vruchten ervan worden door zowel de universiteit als de
studenten geplukt. Nadat aan de UvA in 2006 de 'harde knip' tussen
de bachelor- en de masteropleidingen werd ingevoerd, groeide de
belangstelling van studenten van buiten Amsterdam. Naast studenten
met een bachelordiploma van andere Nederlandse universiteiten,
kwamen ook meer buitenlandse studenten naar Amsterdam voor een van
de vele masters. Andersom geldt hetzelfde voor
UvA-studenten.
De invoering van de bachelor-masterstructuur in Nederland was
een flinke stap in de richting van een verdere internationalisering
van het wetenschappelijk onderwijs. Het is zeker de moeite waard om
bij het tienjarig bestaan ervan stil te staan. Maar niet te lang.
In een landschap dat continue verandert kun je als universiteit
niet stilstaan om rustig bij te komen. De toekomst staat voor de
deur.
Om de komende jaren een internationaal vooraanstaande plek te
houden, zet de UvA in op verdere internationalisering binnen het
onderwijs. Bijvoorbeeld door het werven van buitenlands talent,
samenwerkingen aan te gaan met buitenlandse universiteiten en onze
studenten onderzoekservaring in het buitenland op te laten
doen.
Internationalisering houdt een universiteit scherp. Ga maar na,
in deze internationale onderwijswereld gaat de UvA niet alleen de
concurrentie aan met Nederlandse, maar ook met alle buitenlandse
universiteiten. Het verplicht ons om de kwaliteit van de UvA te
vergroten, het niveau nog verder te laten stijgen. Dit is een grote
uitdaging, maar wel een uitdaging die ik met beide handen
aanpak.
Het onderwijs, en dus de UvA, blijft constant in ontwikkeling,
maar de BaMa-structuur is wat mij betreft geslaagd.Cum
laude.
Dymph van den Boom is Rector magnificus UvA-HvA op 13
juni gaat zij in Spui25 met onder meer Hans Adriaansens en andere HO-kenners in debat over
10 jaar bachelor masterstructuur. Dit ter gelegenheid van de
presentatie van de ASVA-bundel '10 jaar BaMa)