Tussen 2008 en 2012 onderzochten Nederlandse en Belgische
wetenschappers recent gevonden Keltische goudschatten uit de Lage
Landen: ruim 500 munten en verschillende gouden sieraden. De
specialisten - van de VU, de KU Leuven, het Gallo-Romeins Museum
van Tongeren en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium
- presenteren vrijdag 1 juni de resultaten tijdens een
persconferentie in het Gallo-Romeins Museum te Tongeren.
Acht nieuwe goudschatten
Een van de opzienbarende resultaten is dat Caesar tijdens zijn
veroveringscampagnes op grote schaal goud roofde. Na de Romeinse
verovering in de periode tussen 57 en 51 v.Chr. is er immers geen
spoor meer te ontdekken van de oorspronkelijk rijke
goudcirculatie.
Het onderzoek richtte zich op acht goudschatten uit Nederlands
Limburg en Midden-België die nog niet eerder of slechts in
voorlopige vorm zijn gepubliceerd. De schatten bestaan uit een
combinatie van munten en soms ook sieraden. De aanwezige munten
waren voornamelijk geslagen door de stammen van de Eburonen en de
Nerviërs.
Keltische hoofdstad gevonden
De onderzoekers hebben ontdekt dat alle schatten ongeveer
gelijktijdig zijn begraven: in de jaren 50 v.Chr., de periode
waarin de Romeinse verovering door Julius Caesar plaatsvond. Het
onderzoek levert in meerdere opzichten een unieke bijdrage aan de
archeologie, de geschiedenis en de numismatiek (studie van de
munten) van de Keltische periode in de Lage Landen in de tijd vlak
voor en tijdens de Romeinse verovering door Julius Caesar.
Bovendien leidde het onderzoek tot de identificatie van de door
Caesar vermelde versterkte nederzetting (oppidum) van de Aduatuci,
een volk dat in Midden-België woonde. Caesar belegerde en veroverde
deze nederzetting in 57 v.Chr. , waarna de totale bevolking van
53.000 personen in slavernij werd afgevoerd.