Uit de vragenlijst van de AOb komt naar voren dat docenten hun
plezier halen uit het werken met studenten. Over de organisatie in
hogescholen is het beeld kritischer. Gemiddeld krijgen de
hogescholen een 6,6 en de helft van de docenten geeft aan last te
hebben van de bureaucratie.
Onvrede over de organisatie
"Ik heb als academicus vijf managementlagen boven mij. Terwijl
als je mij aan het begin van het jaar vertelt wat ik moet doen, ik
weinig aansturing meer nodig heb," vertelt één van de ondervraagden
in de enquête. Met name bij de Hogeschool Utrecht en Hogeschool
Inholland overheerst onvrede over de organisatie.
Voor Inholland geldt als verzachtende omstandigheid dat men nog
herstellende is van alle affaires waar de hogeschool mee te kampen
heeft gehad. "Vergelijk het maar met een mammoettanker die op drift
is geraakt, zo'n koers verander je niet maar eventjes."
Druk op rendement
Over de onder druk staande kwaliteit zijn veel docenten ook niet
te spreken. Vijftig procent geeft aan te weinig tijd te hebben om
beoordelingen goed uit te voeren terwijl 29 procent zegt niet
altijd volledig achter de uitgedeelde voldoendes te staan.
"Jij als docent dient je te verdedigen dat jij een onvoldoende
geeft. Student gaat naar de examencommissie, student gaat
procederen (met advocaat vaak) student gaat je stalken op de gang
en je bedreigen, management steunt je pas nadat je beleefd zegt
geen les meer te kunnen geven, wanneer student X nog in jouw les
komt," laat één van de docenten weten onder welke druk gewerkt
wordt.
Ondanks de kritiek op management en werkdruk gaan docenten over
het algemeen nog met veel plezier naar hun werk. Met name het
contact met de student speelt daarin een belangrijke rol. "Het gaat
om de interactie tussen studenten en docenten. De rest is
bijzaak."
Het hele onderzoek van AOb vindt u
hier