Doop heeft sinds een maand weer wat meer tijd voor zo'n zware
nevenfunctie. Zijn interim-voorzitterschap van het UvA/HvA-bestuur
liep af toen Louise Gunning de nieuwe collegevoorzitter werd. De
CDA-prominent liet zijn plaats dus aan een PvdA-prominent.
Krachtig signaal
De keuze van partijvoorzitter Ruth Peetoom voor Paul Doop geeft
een onmiskenbaar signaal van de politieke koers en strategie van
het CDA. Hij was in 2010 zeer kritisch over de gedoogcoalitie VVD-PVV-CDA.
"Al sinds mijn jeugd ben ik overtuigd christendemocraat. Alles
afwegende heb ik tegen gestemd. De PVV valt mensen aan op hun
geloof, het meest dierbare aspect van de eigen identiteit. Mijns
inziens past het daarom niet om met een groepering als de PVV te
regeren. Het onderscheid tussen regeerakkoord en
gedoogakkoord is naar mijn mening kunstmatig. In deze constructie
regeert de PVV gewoon mee, het enige verschil is dat zij geen
ministers levert."
Zijn achtergrond biedt tevens een indruk van de zwaartepunten
waarmee het CDA zijn politieke positie wil zien te handhaven en
wellicht wat versterken. Doop heeft op de ministeries van OCW en
SZW ambtelijke functies vervuld, waarmee hij een stevige basis
legde als kenner van de vraagstukken van arbeidsmarkt en
onderwijsbeleid. Als directeur van Start bouwde hij deze expertise
vanuit het bedrijfsleven in het bijzonder uit op het punt van
arbeidsmarktinitiatieven en -bemiddeling. In een periode dat de
werkloosheid weer flink dreigt te gaan stijgen is zulke ervaring
voor een krachtig programma erg nuttig.
Als specialist op het terrein van ICT en Financiƫn heft Doop
bovendien ervaring opgedaan in functies bij Deloitte en
als lid van het College van de Algemene Rekenkamer. Voor de
generalistische taak van de voorzitter van de programcommissie al
met al zinvolle aspcten en expertise.
Geen schaalromantiek
Als HO-bestuurder staat Doop binnen het CDA nadrukkelijk voor de
bepleiters van kennisinvesteringen als impuls voor economisch
herstel, conform de lijn en het beleid van partijgenote Merkel in
Berlijn. De motie-Hamer zal in het CDA-program nu ongetwijfeld weer
nadrukkelijk omarmd worden als kernambitie voor ons land. Met
zijn achtergrond bij de grote combinatie van HBO en WO in Amsterdam
staat Doop meer voor een nuchtere opvatting over de besturing
van complexe organisaties dan voor de ook in het CDA populair
geworden romantisch-nostalgische lijn van 'de menselijke maat' bij
de schaal van publieke diensten.
Tevens is de keuze voor Doop nog eens een signaal, dat
voorzitter Peetoom nadrukkelijk wil werken aan het gebrek aan
kennis van en gevoel voor de urbane, 'nieuwe economie' centra in
ons land, waar het CDA al vele jaren aan lijdt. Een Amsterdamse
universiteitsvoorzitter is immers niet helemaal het profiel dat
past bij een partij die zich primair onderscheiden ging door een
regionalistische toon en prioritering en daar in 2010 de zwaarste
nederlaag uit haar geschiedenis mee behaalde.