Kijk maar eens naar Professor Mooi, zegt Joitske Hulsebosch, als
voorzet naar haar workshop op het National Congres Onderwijs en
Sociale Media 31 mei. "Mooi is patholoog aan het VUMC en geeft les
aan bachelor studenten. In 2010 is hij op facebook begonnen en
heeft nu 1102 vrienden (maart 2012). Hij deelt interessante
artikelen in relatie tot de onderwerpen van zijn colleges en plaats
ook nog wel eens iets over zijn persoonlijke leven. Hierdoor wordt
de afstand tussen de professor en de studenten kleiner en wordt hij
meer iemand van vlees een bloed.
Pathologie was niet populair maar is nu een van de populairste
vakken. Hij heeft ook een youtube kanaal waar hij 'kennisclips' deelt.
Door het delen van deze clips op Youtube heeft hij meer tijd voor
reflectie en contextualisering. Hij wordt ook bekend als
professional.
Online profileren
Een leraar is een professional, iemand die autonoom handelt en
zich identificeert met zijn vakgebied. Een leraar voelt zich vaak
meer onderdeel van zijn vakgebied en zal dus ook energie krijgen
van uitwisseling met zijn vakgenoten en zich verdiepen in zijn vak.
Sociale media geeft de professionals meer ruimte om zich
publiekelijk te profileren op vakmanschap, kennis en visie dan
binnen de organisatie in vergaderingen.
Het profileren is onderdeel van het ontwikkelen van een
professionele identiteit en sociale media kunnen daarbij helpen.
Het is plezierig en inspirerend om je te ontwikkelen door actief te
zijn op sociale media als Twitter of blogs. Waar ga je over
Twitteren? Welke blogs. Het belangrijkste is dat je je eigen online
leernetwerk gaat opbouwen van mensen die je gaan inspireren.
Sociale media - het woord zegt het al - zijn gericht
op interactie tussen mensen. In je eentje is er dus weinig aan. Je
moet daarom een netwerk opbouwen wat jou ondersteunt. Als ik een
vraag stel via Twitter, zijn het vaak mensen uit mijn naaste
netwerk die antwoorden. Het kost echter tijd om dit op te
bouwen.
Vier strategieën
Waar begin je als je je online meer wilt gaan profileren? k maak
het onderscheid tussen 4 belangrijke strategieën:
- Bijblijven op je vakgebied en zo een
'info-mediair' worden. Informatie scannen, zoeken en verwerken: Je
kunt informatie zoeken via zoekmachines, maar via je persoonlijke
netwerk op sociale media krijg je veel specifiekere informatie. RSS
feeds en zogenaamde 'dashboard tools' helpen je om snel informatie
te scannen. Zo ben je makkelijker bekend met ontwikkelingen en kun
je dit op een andere manier weer aanbieden, bijvoorbeeld via een
blog, nieuwsbrief of andere manier.
- Samen leren en netwerken. Door de
snelheid van communicatie via sociale media leent het medium zich
voor het opbouwen van een persoonlijke leernetwerk, een groep
mensen die jouw kunnen helpen je vragen te beantwoorden, en jouw
expertise ook leren inschatten. Het is heel makkelijk om nieuwe
mensen te gaan volgen via sociale media. Om echt samen te leren via
sociale media is het belangrijk om in relaties te investeren, en in
een aantal professionele communities actief te gaan worden.
- Profileren door delen van expertise.
Menno Lanting -in zijn boek 'Iedereen CEO'- merkt terecht op dat
delen via sociale media een uitstekende manier is om te werken aan
je professionele profilering. Als je gaat reageren, op welk soort
vraagstukken doe je dat dan? Ga je bloggen of een tweet sturen, en
zo ja waarover? Deelnemen in sociale media op basis van je
professie dwingt je om professioneel kleur te bekennen en je
expertise te laten zien. 'Iedereen een expert' op sociale
media!
- Samenwerken aan projecten. Sociale
media maken het ook mogelijk om online makkelijk samen te werken
aan concrete projecten. Zo kun je bijvoorbeeld meedoen aan wikiwijs
of de digischool, of zelf een wiki bouwen over een bepaald
onderwerp. Je kunt ook samen een youtube kanaal starten.
De strategieën overlappen gedeeltelijk, maar kunnen toch helpen
bewuste keuzes te maken waar je je tijd in gaat steken. Kies
hierbij een strategie die het dichtst bij je huidige voorkeuren en
activiteiten ligt.
Vijf stappen naar een online
leernetwerk
In dit artikel staan tegen deze achtergrond
daarom vijf stappen waarmee je aan de slag kunt gaan om een
online leernetwerk op te bouwen.
Stap 1. Definieer je focus
Bepaal de vakgebieden en deelonderwerpen
waarin je geïnteresseerd bent. Zonder goede focus is het makkelijk
om (te) veel tijd te verliezen aan sociale media. Het duidelijk
hebben van je belangrijkste onderwerpen gaat je helpen om snel
informatie te scannen (te kiezen wat je wel en niet gaat lezen).
Het gaat je ook helpen keuzes te maken in de online communities
waarin je actief wilt zijn en de relaties waarin je online wilt
investeren. Zo kun je bijvoorbeeld vanuit je eigen focus kiezen of
je iemand op Twitter terug wilt volgen of niet door het lezen van
de bio van deze persoon en zijn laatste tweets. Je focus kan zijn
je vakgebied of een onderdeel daarvan, maar ook een pedagogische
focus kan.
Stap 2. Bepaal je belangrijkste
strategie
Zoek je inspiratie of vooral veel informatie?
Gebruik de bovenstaande strategieën om een of meerdere te kiezen.
Deze keuze gaat je helpen om een start te maken met het verkennen
van tools. Zo leent samenwerken zich voor het verkennen van een
wiki, personal branding voor het starten van een weblog en
netwerken voor het gebruik van Twitter of LinkedIn. Hieronder een
aantal tools voor iedere aanpak hierbij.
a: bijblijven op je vakgebied
Interessante tools zijn: RSS-lezers zoals
iGoogle en Google Reader, social bookmarking via Delicious of
Diigo, een dashboard opzetten met Tweetdeck of Hootsuite.
b: samenleren en netwerken
Hierbij zijn online communities interessant.
Communities kun je vinden op Google of Yahoo groups, maar ook op
Ning, bij LinkedIn groepen of in Yammer netwerken. Twitter is de
netwerktool bij uitstek, maar ook via LinkedIn kun je
netwerken.
c: personal branding
Personal branding werkt goed via Twitter en
via het opzetten van je eigen weblog waarop je je kunt profileren
als professional met een bepaalde specialisatie.
d: samenwerken en co-creatie
Samenwerken gaat goed in Google docs, wiki's
of via het samenwerken aan presentaties in Prezi.
Stap 3. Kies een aantal media om
te experimenteren
'Wanneer je niet kunt fietsen, is lopen
altijd sneller'. Wanneer je bepaalde tools niet beheerst, zul je ze
ook niet snel gaan gebruiken. Daarom is het goed om nieuwe tools te
verkennen. De 'big five' van sociale media zijn zich aan het
uitkristalliseren: Facebook, Hyves, LinkedIn, Twitter en Youtube.
Hoewel de eerste twee minder gericht zijn op professionele
ontwikkeling en we daarom eerder LinkedIngroepen en Twitter zouden
aanraden, is het mogelijk dat er interessante Facebookgroepen zijn.
Daarnaast zijn er vele andere sociale media zoals blogs, Yammer
groepen, Slideshare presentaties, Ning communities: minder bekend
maar daarom niet minder interessant.
Wat na het maken van een keuze belangrijk is,
is dat je deze tool(s) gedurende een bepaalde periode uitprobeert.
Stel bijvoorbeeld Twitter een maand in, waarin je elke dag hieraan
wat tijd besteedt. Aan het einde van deze maand kun je dan
besluiten of het iets voor je is, en of het je iets oplevert of
niet. Zoals we al eerder hebben aangegeven zit een groot deel van
de kracht van sociale media in de online netwerken die je daar
creëert en waar je gebruik van kunt maken. Dat vraagt wel om een
langere termijn investering.
Stap 4. Zoek relevante professionals op
sociale media
Zoals al eerder gezegd: de waarde van sociale
media zit niet in de tools, maar in de kwaliteit van het netwerk
dat je verzamelt. Een goed vertrekpunt is te starten met mensen die
je al kent en die vragen of ze op sociale media zitten (of zoeken).
Helaas is niet iedereen te vinden op sociale media. In dat
geval kun je een groep collega's uitnodigen om samen te
experimenteren. Je kunt ook starten met het volgen van een bepaalde
hashtag op twitter). Als je eenmaal begonnen bent is het vaak niet
moeilijk je netwerk uit te breiden. Op Twitter kan het je opvallen
dat iemand een interessant artikel doorstuurt. Vaak is dan te zien
wie dit artikel oorspronkelijk geplaatst heeft. Zo kun je op nieuwe
mensen komen om toe te voegen aan je netwerk. Of je kijkt eens bij
iemand die je interessant vindt op Twitter, wie hij of zij volgt.
Binnen LinkedIn kun je zoeken naar groepen.
Stap 5. Bepaal wanneer je tevreden
bent
Het is belangrijk je experiment tijd te
gunnen. Stel dat je Twitter een maand hebt ingesteld, dan is het
belangrijk om aan het einde van de maand te evalueren wat het je
heeft opgeleverd. Is het niets voor je? Dan is het ook prima, maar
dan heb je het in ieder geval uitgeprobeerd en weet je waarom het
voor jou niet werkt. Dit evalueren moet je eigenlijk continue doen.
Het kan zijn dat je eigen werk inhoudelijk verandert, en je
daardoor behoefte krijg aan andere input, dan ga je op zoek naar
nieuwe mensen om toe te voegen aan je netwerk.
Valkuilen
Er zijn ook een aantal valkuilen bij het
gebruik van sociale media voor professionalisering. Een belangrijke
ervaring van sociale media gebruikers is 'information overload',
een overdaad aan informatie. Aan de ene kant is dit een gebrek aan
vaardigheden om goed te filteren. Tenslotte klagen we in de
bibliotheek ook niet over een 'overdaad aan boeken'. Aan de andere
kant zijn er ook heel veel berichtjes. Je moet leren dat je niet
alles hoeft te volgen, maar dat het een stroom is waar je in dipt
wanneer jij daar tijd voor hebt.
Een valkuil kan zijn dat je je teveel op
online gebeurtenissen richt waardoor je niet genoeg aandacht meer
hebt voor je omgeving (je collega's) of geen rust meer vindt. Je
moet hierin een balans vinden en niet doorslaan. Dit doorslaan kan
in het begin wel gebeuren omdat je enthousiast bent, of omdat er
zoveel gebeurt dat je er veel adrenaline van krijgt.
Een veel voorkomende vraag is hoe je werk en
privé gescheiden houdt. Want gebruik van sociale media houdt zich
niet aan werkuren. En twitter je alleen over je werk of voeg je zo
nu en dan een persoonlijke noot toe? Hoe ver ga je daarin? En je
had bedacht Facebook voor privé te gebruiken, maar daar kom je toch
ook wel wat collega's tegen.
Hoe ga je hiermee om? Daar is natuurlijk niet
een eenduidig antwoord in te geven. Hooguit: denk hier over na,
wees je er bewust van en ga na welke betekenis iets voor je heeft
en welke invloed op je handelen. Meer en meer is het mogelijk om
verschillende sociale media tools met elkaar te verbinden. Je
koppelt Facebook aan Twitter, wat betekent dat een nieuw berichtje
van jou op Facebook ook via Twitter verspreid wordt. Dit kan handig
zijn. Het gaat er vooral om dat je je hier bewust van bent en
blijft, en het aanpast als je iets toch niet prettig vindt.
En een laatste valkuil is heel veel
informatie lezen, maar er weinig mee doen. Dit kun je voorkomen
door jezelf limieten te stellen. Bijvoorbeeld een kookwekker
zetten, tien minuten lezen en dan kiezen wat je interessant vond en
dat opschrijven, online of in een ouderwets
aantekenboekje.
Joitske Hulsebosch
Meer weten over het opbouwen van een
online leernetwerk? Kom naar de workshop van Joitske Hulsebosch
op 31 mei tiijdens het Nationaal Congres
Onderwijs & Sociale Media plaats in Diemen, met
keynotes van onder andere Doekle Terpstra en Tracy Playle.
Download hier het programma.