Dit wereldwijd belangrijkste evenement op het gebied van
elektrische mobiliteit kende in LA zijn 26e editie en Veenhuizen en
Tazelaar mochten er 2 van de circa 350 bijdragen geven. Die van
Edwin Tazelaar werd door de deelnemers verkozen tot beste
presentatie. De HAN-medewerker werd zo de winnaar van de Best
Dialogue Award.
Slimmer meten, beter kiezen
Edwin Tazelaar: "We hadden er een goed gevoel over, maar het
mailtje van de congresmanager kwam toch als verrassing. Een
ontzettend leuke erkenning van de Electric Vehicle-gemeenschap voor
het werk dat we bij de HAN kunnen doen." De winnende presentatie
wordt binnenkort gepubliceerd op de websites van EVS26 en van
de Electric Drive Transportation Association (EDTA ). Ook zal in de
eerstvolgende nieuwsbrief van EDTA een artikel verschijnen, waarin
wordt verteld over het onderzoekswerk bij de HAN.
Tazelaar kwam tijdens zijn presentatie met de stelling, dat de
statistische verdeling van het vermogen die nodig is om een
elektrisch voertuig aan te drijven naar een normale verdeling
neigt. Deze stelling wordt o.a. gemotiveerd en onderbouwd met
metingen aan de Fiat Doblo op waterstof, die door de HAN werd
gebouwd.
Wanneer het inderdaad mogelijk is de vermogensvraag van een te
bouwen voertuig te benaderen met een normale verdeling, kan in de
aandrijflijn van een brandstofcel hybride voertuig gemakkelijker de
grootte van het brandstofcelsysteem en de accu worden gekozen. Dit
is een andere benadering dan de tot nu toe gebruikelijke simulatie
met zogenaamde driving cycles: datasets met voertuigsnelheden over
de tijd.
Schoner kan bijna niet
Tazelaar is binnen het lectoraat aan een promotie bezig p dit
terrein. Promotor is Paul van den Bosch, hoogleraar aan de TU/e en
copromotor is lector Bram Veenhuizen, zijn reisgenoot naar Los
Angeles en universitair docent aan de TU/e. Hun onderzoeksterrein
is even uitdagend als breed. Wereldwijd zoekt men naar
milieuvriendelijke alternatieven om onze vraag naar mobiliteit in
te vullen. Eén van de mogelijkheden is waterstof als brandstof te
gebruiken. Via een brandstofcel wordt de waterstof omgezet in
elektriciteit waarmee auto, bus of vrachtwagen wordt aangedreven.
Uit de uitlaat komt water: schoner kan bijna niet.
Het probleem is dat rijden met een voertuig grotere en snellere
variaties kent dan een brandstofcel kan volgen. Daarom is opslag
van elektriciteit nodig, in de vorm van accu's en supercaps. De
vraag is echter hoe deze extra onderdelen in het voertuig kunnen
worden ingepast. Onnodig grote accu's maken een voertuig zwaar en
kostbaar, te kleine accu's verkleinen de levensduur van zowel accu
als brandstofcel.
Binnen het lectoraat Voertuigmechatronica van de Hogeschool van
Arnhem en Nijmegen wordt onderzoek gedaan om deze dynamica in kaart
te brengen en te vertalen naar een optimale inzet van de supercaps,
accu's en brandstofcel. Onderdeel van dit onderzoek is een
promotietraject in samenwerking met de Technische Universiteit
Eindhoven en NedStack, fabrikant van brandstofcellen.