• A
  • A
  • Het kerstboomkarakter van de lector

    - De lector is voor een goed HBO onmisbaar geworden. Maar welke rol en aanpak leveren het meeste op? “Het kerstboomkarakter van de positie en taken van sommige lectoraten moeten we nog eens heel kritisch bekijken,” klonk het bij een seminar van NQA met studenten, lectoren en experts.

    Van allerlei hogescholen en studentenorganisatie waren mensen bijeen gebracht om de interactie ter wille van de HBO-kwaliteit eens flink onder de loep te nemen. Daarbij kwamen de 3 R's van het lectoraat sterk naar voren: rol, ruimte en rekenschap voor kwaliteit. In elk daarvan heeft de lectorfunctie zich fors ontwikkeld en dat heeft consequenties voor de betekenis van de lectoren voor de inhoudelijke ontwikkeling van het HBO, in onderzoek en onderwijs.

    Rijker, maar geen vervanger

    De rol van de lector is in tien jaar rijker en complexer geworden. Wat begon als een introductie van onderzoeksactiviteiten en -attitudes, is uitgegroeid tot een medevormgever van de inhoud en relevantie van opleidingen en hun curricula. Van intermediair naar het werkveld groeide de lector ook uit tot 'vaandeldrager' van het terrein of de discipline waar een HBO-sector of faculteit in de hogeschool zich op richt. En dus bouwde zij/hij mee aan de inhoudelijk kwaliteiten van de daarmee verbonden opleidingen.

    De gesprekken met de experts en de studenten lieten merken dat lectoren hun rollen bij het onderwijs steeds zien als consequentie van hun werk aan het praktijkgericht onderzoek. De lector is geen remplaçant voor de senior docent of de onderwijsontwikkelaar binnen de hogeschool. "Het aanspreekpunt voor onderwijs blijft de docent. Die werkt met de studenten. Als lectoren dragen wij bij, maar verdringen ze niet."

    De dynamiek van de professies en de arbeidsmarkt is hierbij de 'aanjager' voor de lectoren, vanuit hun ervaringen in en verbindingen met die professies in de beroepspraktijk. "Waarom zijn wij er als lectoraten?" vroeg een zich openlijk af.

    Het antwoord kwam direct. "Kennis verandert zo snel, dat zaken al verouderd zijn uit het propedeusejaar van de student als deze met haar diploma op de stoep komt van een bedrijf of organisatie in het beroepenveld. Je moet als hogeschool de studenten dus inventief en nieuwsgierig maken, gefocust op die beroepspraktijk. Hoe voed je ze daarin? Via de docenten. Dus hoe houd je deze zelf voldoende nieuwsgierig en up to date? Daar moet je de lectoraten voor benutten en de docenten mee verbinden."

    Mooi, maar ook voldoende?

    Binnen de vakgroepen en opleidingen is het van belang dat erlearning communitiesvan docenten bloeien. Door hen te verbinden met het onderzoek in lectoraten kan meteen het onderwijs aan de studenten impulsen krijgen. "Mijn rol kan in die twee dagen per week er een zijn van het vliegwiel voor zulke docentengroepen die zelf de duizenden studenten in de hogescholen opleiden."

    De studenten vonden dit wel mooi, maar voldoende vonden ze het nog niet. De relatie met de lectoren is soms zeer dun, of zelfs afwezig, maar het komt ook voor dat studenten die in excellentietrajecten kunnen meedoen dan structureel mee moeten werken in projecten vanuit lectoraten. Zulke projecten zorgen bovendien eigenlijk altijd voor grote motivatie en 'drive'. Meer uitdaging voor de HBO-student is dus eenvoudiger dan vaak gedacht.

    Maar studenten noteerden dan toch wel even dat de soms letterlijke onvindbaarheid van lectoraten binnen de hogeschool-organisatie hen weinig helpt of niet uitnodigt. Het bleek dat veel studieloopbaanbegeleiders daar weinig alert op zijn en de studenten zo ook niettriggeren. Een structurele verbinding tussen die functie en de lectoraten bij de betrokken opleidingen en kennisdomeinen is dan ook zeer gewenst.

    Koppel reflectie en doen

    De kenniskringen rond de lectoren spelen wel een sterk gegroeide  rol in de onderwijsvernieuwing van de hogescholen. Sommigen zelfs heel praktisch en gericht: door publicaties samen te stellen over destate of the artvan de professies, vanuit ook het eigen praktijkonderzoek, die in de curricula gebruikt worden als actueel en relevant studiemateriaal. Anderen werken intensief aan de ontwikkeling van minoren en opleidingscomponenten die voortbouwen op het onderzoeksprofiel van hun kennisdomeinen.

    "Het gaat steeds om de koppeling tussen 'reflectie' en 'doen', daarin zijn wij lectoraten toch altijd weer echt HBO. Een lector moet nooit een soortwindowdressingzijn voor zaken of thema's waar je als hogeschool eigenlijk geen voldoende kwaliteit of focus bij kunt leveren." Daarom moet het topmanagement zich direct 'bemoeien' met de aard en bemensing van lectoraten, zo bleek uit de gesprekken.

    Waarom? De continuïteit van de kennisontwikkeling van de hogeschool hangt af van de visie die men daarop gezamenlijk heeft en verdiept. De lectoraten kunnen niet bloeien als hun totstandkoming de vrucht is van ad hoc beslissingen op allerlei plaatsen in de HBO organisatie.

    "De academiemanagers, de directies van deschoolsmoeten zelf ook willen dat de input van de lectoren echt doorklinkt in het onderwijs van hun opleidingen. Is dat het geval, dan hoeft de lector ook niet gedurig zijn rol daarin en de ruimte daarvoor te bevechten. Lectoren merken dat ook CvB's duidelijker zijn gaan 'sturen' op de speerpunten van het profiel van het onderzoek dat past bij hun hogeschool. "Ze geven ons de ruimte, maar vragen ook 'je draagt daar wel echt aan bij hè?'"

    Belangrijke conclusies

    Dit leidt tot wezenlijke gevolgtrekkingen, zo bleek in het NQA seminar. Zo willen veel lectoraten een nadrukkelijker verantwoordelijkheid op zich nemen voor sleutelaspecten van HBO-kwaliteit. Als de lector de 'vaandeldrager' van haar kennisdomein moet zijn, dan zou zij ook een rol moeten spelen in de HRM-aspecten daarvan, bijvoorbeeld. De beoordeling en werving van vakdocenten die gerelateerd moeten zijn aan het profiel en de onderzoeksstrategie van de hogeschool zou met inbreng vanuit de lectoraten moeten gaan gebeuren, bijvoorbeeld.

    De ontwikkeling van professional masters en daaraan verbonden excellentie-  en honourstrajecten in de bachelor fase moet ook geïntegreerd zijn in het werk en de zwaartepunten van de meest betrokken lectoraten. Hetzelfde geldt voor 'Veerman'-zwaartepunten van de hogescholen, zoals deze in de Centres of Expertise nu vorm krijgen.

    Dat maakt een zeer doordachte 'feedbackloop' noodzakelijk tussen de lectoren en de verantwoordelijken voor het onderwijsproces en de kwaliteit daarvan binnen de hogescholen. "het kerstboomkarakter van de positie en taken van sommige lectoraten moeten we dan nog wel eens heel kritisch bekijken."

    De betrokkenheid van studenten is in veel gevallen nog dun, zo trokken velen als conclusie. "Daar worden nog heel wat kansen voor kwaliteit gemist." Want het lectoraat moet vooral niet een reservaat blijven waar studenten slechts bij toeval de toegangspoort van tegenkomen. Al helemaal niet als bijvoorbeeld publicaties uit de kenniskringen als actueel studiemateriaal een grote rol gaan spelen.

    Het is daarom tevens een misverstand te denken dat de band met lectoraten voorbehouden zou moeten blijven aan 'excellente studenten'. Concrete onderzoekvaardigheden, attitudes en actuele inzichten in de professie en beroepspraktijk horen immers in het startpakket van elke HBO-gediplomeerde.