De Nieuwe Universitas21 Ranking van HO-stelsels biedt
rijk materiaal voor hogescholen, universiteiten en beleidsmakers.
Zeker voor die in ons land, want de data vormen stof tot nadenken
en aanleidingen tot actie. Bovendien is de Ranking geproduceerd
door een kenner van juist het Nederlandse hoger onderwijs:
professor Simon Marginson.
Hij was lid van de groep OECD-experts die de meest recente
review van het Nederlands hoger onderwijs beleid en bestel heeft
opgesteld. U leest hier zijn vraaggesprek met
ScienceGuide daarover. "The Netherlands performs very
well, if not quite as well as, say, Switzerland. A good mix of very
strong universities and across the board capacity, and a liberal,
questioning, practical intellectual culture evident in many
locations," zei hij daarin onder meer.
Wat laat deze systeemranking per HO-natie zien over HBO en WO in
ons land?
1) Het totaalbeeld
Nederland staat op negen van de 48 relevante naties. Het zit
daarmee in de kopgroep van kleinere Europese kennislanden die de
Ranking weten te domineren: Zweden (2), Finland (3), Denemarken
(5), Zwitserland (6), Noorwegen (7), Oostenrijk (12) en België
(13).
Drie grote Angelsaksische naties voegen zich bij deze kopgroep:
USA (1), Canada (3) en Australië (8), samen met moederland UK (10).
Echte tegenvallers in deze kwalitatieve reeks zijn er ook:
Duitsland op 17, Italië op 30, Kroatië op 44 en Turkije op 45.
Aziatische toplanden zijn Singapore op 11 en Hong Kong op 18. Japan
scoort opvallend middelmatig op 20.
De rijzende kennisnaties zitten niet als een groep bij elkaar.
De verschillen zijn zelfs markant te noemen. Zuid-Korea staat op
22, boven Spanje, Griekenland en Italië bijvoorbeeld. Maleisië
scoort op 36 boven China op 39 en Brazilië op 40. Onderaan staan
Indonesië en India. Laag scoren ook Zuid-Afrika en Mexico.
Nederland komt zo hoog door een reeks gelijkmatig sterke scores.
Bij de middelen voor het hoger onderwijs staat ons land op 9 tussen
Singapore en de Oekraïne. Maar relatief fiks achter de toppers
Canada en Denemarken. Bij de output van de HO-instellingen - hun
kennisproductie dus - haalt Nederland een 10e
plaats tussen Duitsland en Japan, maar net als alle andere landen
ver achter de onbetwiste nummer 1, de USA.
2) De uitschieter
Op één van de vier cruciale indicatoren van deze global
ranking staat Nederland helemaal bovenaan. Dat is het
criterium environment. Dit betreft de regelgeving en bestuurlijk
maatschappelijke omgeving van het hoger onderwijs, "important for
ensuring that resources are used efficiently," aldsu Marginson cum
suis.
De onderzoekers wijzen er op dat een slim en duurzaam HO-beleid
en -bestel een onmisbare voorwaarde is voor blijvend succes als
kennisnatie. Ze halen hierover onder meer Philip Altbach en Jamil
Salmi aan. "The best performing national higher education systems
are ones in which governments set the broad parameters and monitor
performance, but allow institutions to operate independently from
direct government interference."
Voor deze indicator zijn de volgende variabelen in kaart
gebracht en gemeten per land:
-percentage vrouwelijke studenten in 2009
-percentage vrouwelijke vrouwelijke HO-stafleden in 2009
-kwaliteit van de gegevensbasis van de beleidsvoering op
kennisterrein
-kwaliteit van de beleidsvorming en regelgeving, die blijkt uit de
variëteit van HO-instellingen, de WEF-index data en een survey van
de kwaliteit en transparantie van het nationale beleid en de eigen
beleidsruimte van instellingen
Deze kwalitatieve beleidsmeting van het hoger onderwijs zet ons
land zonder meer op 1, dankzij de beleidstraditie van 'autonomie en
kwaliteit' sinds de HOAK-nota van Deetman uit het Kabinet
Lubbers-I. Ook de diversiteit binnen ons hoger onderwijs, met zijn
universiteiten en hogescholen van verschillende soort en aanbod
speelt een positieve rol.
Van de 48 kennisnaties in de Ranking kenden slechts 8 minder dan
50% vrouwelijke studenten. Korea en India scoren het laagst.
Daarentegen kenden slechts vijf landen meer dan 50% vrouwen in de
HO-staf. Nergens zit men hier zo laag trouwens als in Iran en
Japan.
De beleidskwaliteitscriteria zetten Nederland op 1 gevolgd door
Hong Kong en Nieuw-Zeeland door de andere criteria binnen deze
variabele werd het eindbeeld dat ons land bovenaan bleef op de voet
gevolgd door Nieuw-Zeeland en de USA. Zeer sterk scoren bij dit
thema ook Europese naties als Polen (5), België (6) en Finland
(7).
Opvallend slecht is hier de positie van Duitsland (35) en
Zwitserland (34). Het federale systeem benadeelt onmiskenbaar een
coherent HO-beleid, zoals ook uit de zwakke score van topland
Canada (29) blijkt. Voor een hoogwaardig beleid en bestel
moet men in elk geval drie landen mijden: Kroatië, Turkije en rode
lantaarndrager Griekenland.
3) De zwakke plek
Zoals ieder weet, is ons land het meest ruimdenkende,
internationaal georiënteerde, talenknobbels rijke land op aarde.
Deze mythe wordt in de Universitas21 Ranking weer eens vakkundig
onderuit gehaald. Nederland scoort zeer middelmatig. Op de
indicator 'Connectivity': precies tussen Bulgarije (19) en
Slowakije (21) in.
Ons land staat waar het de wereldwijde kennisverknoping betreft
ver achter zijn directe omgeving en zijn belangrijkste partners.
Top klasse vinden we hier bij landen als Oostenrijk (1), Singapore
(2), Zwitserland (3), maar ook België (8), Noorwegen (9) en Ierland
(11). En zeker zo interessant: Duitsland (15) en zelfs Indonesië
(16) scoren nog duidelijk beter dan Nederland. De grote
binnenlandse kritische massa van hoger onderwijs maakt overigens
dat de USA, Japan en Rusland relatief lager scoren.
Zwak staan landen als Italië (28), Spanje (29) en Korea (42).
Zeer slecht scoren Turkije (46), Iran (47) en China (48). En
Nederland? Onze mediocriteit is uit de data heel wel verklaarbaar.
De gegevens die de onderzoekers wilden verzamelen op wezenlijke
variabelen bleken beperkt beschikbaar. En de variabelen die wel
bruikbaar en nuttig waren, raken precies die aspecten waar het
zelfbeeld van ons land op gespannen voet staat met de feiten en
cijfers.
Bij het aantal internationale studenten in het HO in 2009 zit
Nederland relatief laag. Proportioneel sowieso ver onder landen als
Canada, Oostenrijk of Australië, maar ook Tsjechië, Scandinavische
landen en Frankrijk. Nog lager dan ons land scoren hier landen als
Slowakije, Oekraïne, Thailand, Mexico, Italië, Japan en Korea.
De andere wezenlijke variabele is de internationale verknoping
van het werk van onderzoekers: hoeveel van hun publicaties doen zij
met collega's van elders? Hier zit Nederland ook niet in de
kopgroep, waarin bijvoorbeeld landen als Oostenrijk, Ierland,
België, Zweden en Zwitserland prijken. Gelijksoortig als ons land
scoren op dit punt Finland, UK, Singapore, Duitsland en
Argentinië.
Anders gezegd: bij een veel uitnodigender, nadrukkelijker
wereldwijd georiënteerde aanpak van ons hoger onderwijs en
onderzoek zou Nederland in deze ranking nog veel hoger scoren dan
plaats negen. Immers de andere variabelen laten de plaatsen 9, 1 en
10 zien. Maar deze variabele slechts een magere 20e
plaats.
4) De belofte
Bij de vierde indicator - de outputkwaliteit van het hoger
onderwijs - staat Nederland op 10. Precies tussen Duitsland en
Japan, onder landen als Canada, Finland, Zwitserland en Australië.
Maar duidelijk boven EU-landen als België (14), Frankrijk (19),
Italië (25) en Polen (32). Deze sterke score wordt vooral bepaald
door een topresultaat op de variabele van de impact van het
onderzoek door de HO-instellingen van ons land. Alleen de Zwitsers
overtreffen Nederland hier.
Zeer hoog is ook de Nederlandse score bij de variabelen van de
totale kennisproductie in de vorm van wetenschappelijke publicaties
per hoofd van de bevolking. Hier zit ons land in de kopgroep direct
achter 'winnaar' Zweden, samen met Denemarken, Zwitserland,
Finland, Canada en Australië.
Tegelijkertijd heeft ons land opvallend weinig onderzoekers per
hoofd van de bevolking. Hier staat Finland bovenaan, met landen als
Denemarken, Noorwegen, Zweden en Japan. Ook het aantal hoger
opgeleiden in de beroepsbevolking is bij ons niet zo
hoog vergeleken met anderen 'echte kennisnaties'. Hier scoort
bijvoorbeeld Israël zeer sterk, maar ook de USA, Canada en de
Noordse landen liggen voor op ons land.
Dat houdt een belofte in. Zouden wij de niveaus van opleiding en
researchintensiteit van zulke landen kunnen inhalen - en dat kan
als wij dat willen - dan kan ons land ook hier beduidend hogere
resultaten halen. Dat deze voor economisch herstel en een rijke,
kennisintensieve productiestructuur en dienstverlening nodig zijn,
beseft iedereen. De Universitas21 data bieden hiertoe zinvol
materiaal en vooral vergelijkingsmateriaal.